4 redenen waarom kinderen niet in actie komen als een ander wordt gepest

Kids

Pesten op school komt helaas vaak voor. Soms gaat het zo ver dat kinderen geen uitweg meer zien, zoals de Limburgse scholier begin dit jaar. Hóé vaak precies gepest wordt, is moeilijk te stellen, maar in 2016 gaf tien procent van de basisschoolleerlingen aan slachtoffer te zijn geweest van pesten, meldt Stichting Stop Pesten Nu. De overige 90 procent? Die stonden erbij en keken ernaar.

Oké, dat is natuurlijk gechargeerd, maar wat blijkt: de meeste kinderen komen niet in actie als ze zien dat een van hun leeftijdsgenoten gepest wordt. Waarom doen ze dat eigenlijk niet? Een kijkje in het kinderhoofd.

Mogelijke verklaringen

Eileen Kennedy-Moore – psycholoog en auteur van het boek ‘Smart Parenting for Smart Kids: Nurturing Your Child’s True Potential – komt namelijk met een antwoord. Eén van de grote redenen, zegt zij, is dat kinderen niets zeggen vanuit angst. Ze willen niet het volgende doelwit van de pestkoppen zijn. Maar, ze noemt ook een aantal andere overtuigingen en psychologische processen die ertoe leiden dat kinderen pesten negeren of tolereren. Dit zijn ze:

Overtuiging 1: ‘Alle andere kinderen staan dit pestgedrag toe, dus ik ben raar als ik daar niet in meega’

In dit geval zien kinderen iets dat zij naar vinden, en denken zij erover na om in te grijpen. Tóch doen ze het niet. Ze zien namelijk dat andere kinderen niet ingrijpen, en lijken daardoor niet overtuigd te zijn van de nood van de situatie. Psychologen noemen dit pluralistische onwetendheid. Het is een fenomeen waarbij mensen denken dat zij afwijken van de groepsnorm en anders denken dan de groep.

Hoe groter de groep omstanders, hoe kleiner de kans dat iemand ingrijpt

Kinderen, stelt Kennedy-Moore, hebben er meestal een hekel aan zich ‘raar’ te voelen ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Hierdoor hebben ze de neiging om hun houding aan te passen in de richting waarvan zij denken dat het hoort.

Overtuiging 2: ‘Het is niet mijn taak om het pesten te stoppen’

Stel er wordt iemand gepest op het schoolplein, te midden van alle andere kinderen, dan zou je denken dat het gemakkelijk is om in te grijpen. Er zijn toch veel andere die erbij staan? De realiteit is helaas vaak dat niemand ingrijpt. Psychologen noemen het diffusie van verantwoordelijkheid. Iedereen gaat ervan uit dat iemand anders zal ingrijpen, waardoor uiteindelijk niemand tot actie overgaat. Over het algemeen geldt: hoe groter de groep omstanders, hoe kleiner de kans dat mensen ingrijpen om iemand in nood te helpen.

“Maar mijn vrienden zouden dat nooit doen”

Overtuiging 3: ‘Dit telt niet als pesten’

In sommige gevallen zeggen kinderen (en wij zelf ook) bepaalde dingen tegen zichzelf om slecht gedrag goed te praten. In de psychologie wordt gesproken van rationalisatie. Het betekent dat we iets redelijks bedenken, om een onacceptabele gedachte of onacceptabel gevoel van een aanvaardbaar motief te voorzien. Als kinderen pestgedrag waarnemen, kan het hierdoor zijn dat ze dingen denken als ‘ik heb het ook overleefd, dus zo erg is het allemaal niet’, of ‘hij verdient het vast’. Raar, maar waar.

Overtuiging 4: ‘Dit pestgedrag is te erg om waar te zijn’

De laatste overtuiging die Kennedy-Moore aanstipt is simpelweg ontkenning. Ze stelt dat we dingen die onze aannames over vrienden of de wereld door elkaar schudden soms liever niet geloven. En dat geldt dus ook voor kinderen. Als kinderen bijvoorbeeld zien dat één van hun vrienden een leeftijdsgenootje pest, dan denken ze misschien iets als ‘maar mijn vrienden zouden dat nooit doen’. Hierdoor blijft ingrijpen uit.

Lees ook wat we eerder vandaag schreven: dit lesbische koppel is tegelijk zwanger, wat bijzonder.