Roos: ‘Het grote wachten kan beginnen’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Maar liever nog doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook.

Wachtlijst: niet meer nodig!

Huidige dates: eerst even rust en focus 

Zaaddonor: Floris

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 23 weken), Maartje (homostel, 22 weken) en Jory (gewoon van haar vriend, 34 weken)

Het is zover. Over een kwartier staat Floris voor mijn deur. Ik moet vaker een spermadonor op bezoek krijgen, mijn badkamer is in geen maanden zo schoon geweest. Mijn slaapkamer ook niet. Ik heb geen flauw benul welke omgeving hij nodig denkt te hebben om zo succesvol mogelijk een paar miljoen zaadcelletjes te kunnen produceren. Nu kan hij in ieder geval kiezen. Naast mijn bed heb ik mijn eigen spullen klaargelegd. Het spuitje met de niet-allerlangste-canule erop gedraaid. Een handdoek. De gordijnen zijn dicht, het leeslampje brandt. Tot zover de romantische setting waarin ik zo een kindje hoop te gaan verwekken. De deurbel gaat.

Gekleurde lintjes aan de deur

Heel even staan we elkaar wat onwennig grinnikend aan te kijken op de drempel, dan geven we elkaar een knuffel en gaan we aan tafel zitten om te bespreken hoe we het precies gaan doen. Ik zal gaan ‘wandelen’ in de buurt zodat hij het huis even voor zichzelf heeft. Het idee was dat hij me dan een berichtje zou sturen zodra de buit binnen was (of eigenlijk, buiten was), maar hij blijkt zijn telefoon thuis vergeten. Maar problemen zijn er om opgelost te worden, dus ik zoek in mijn knutseldoos naar wat lintjes en bint ze samen tot een lus. ‘Kijk, zo past het precies om de deurknop van de voordeur. Ik kom gewoon straks even langslopen en als de lintjes er hangen, weet ik dat de kust weer veilig is.’

Dit is het, het moment waarop ik heb gewacht

Als ik de deur achter me sluit en met muziek op mijn oordopjes mijn eigen straat inloop, voel ik de spanning van binnen groeien. Dit is het, het moment waarop ik heb gewacht. Bijna anderhalf jaar sta ik op de wachtlijst bij het UMC, ik ben nog steeds niet opgeroepen, maar hier, vandaag, ga ik voor het eerst insemineren. Na het eerste afgesproken kwartiertje sla ik semi-nonchalant mijn straat weer in. De deurknop is leeg. Nog maar een rondje dan. Hoeveel minuten zal ik er tussenlaten voordat ik weer langsloop, vijf, tien misschien? Na zeven minuten volgt de verwachtingsvolle tweede check. Een bos geel-groene lintjes hangt aan de deurknop, lichtjes dansend door een voorbijkomende windvlaag.

Let’s make babies!

Floris zit aan tafel, zijn jas al aan, met een blos op zijn wangen. ‘Was je al eerder langsgeweest?’ Ik knik en we lachen. ‘Nou, dan ga ik maar,’ zegt hij, ‘let’s make babies!’. En als de deur achter hem dichtslaat en ik naar het afgesproken badkamerplankje loop waar het potje op me staat te wachten, realiseer ik me wat een hilarische uitspraak dat is voor een man die direct daarna vertrekt.

Spuiten maar

Het is niet geloven, maar als een man klaarkomt, is er vaak maar zo’n 3-5 ml sperma. Dat lijkt echt heel weinig. Zeker in een potje waar misschien wel 25 keer zoveel in past. Voorzichtig zuig ik het goedje op in het spuitje. Ik ga op mijn bed liggen en schuif een kussen onder mijn billen. Hm, beetje laag nog. Tweede kussen erbij. Hoe hoog moeten die billen en benen eigenlijk? Toch maar een derde kussen, je weet maar nooit. Of wacht, loopt het dan zo meteen binnenin teveel naar achteren? Waarom heeft niemand me ooit verteld hoe ingewikkeld dit is?! Nog even voel ik binnenin om zoveel mogelijk in de juiste hoek te kunnen spuiten. De oortjes gaan weer in. Eén van mijn favoriete meditaties, ‘Coming Alive’. Toepasselijker kan niet, toch? Ik haal een keer diep adem en druk langzaam op de randen van het spuitje tot hij leeg is.

Opeens voelt het vreemd dat ik nu al twee dagen lang het sperma van een homoseksuele man in me heb gespoten

Ik moet even denken aan verhalen die ik had gelezen van andere vrouwen in hetzelfde parket. De één voelde zich vies op het moment dat ze het sperma van haar donor inspoot, een tweede werd verdrietig van de tegenstelling met het plaatje waar ze altijd van had gedroomd: innig vrijen met de man waar je zo intens van houdt om vervolgens verstrengeld in elkaar te hopen dat dat moment leidt tot de ultieme bezegeling van de liefde. Ik voel het allebei niet. Geen verdriet, maar ook geen walging. Ik voel me vooral gezegend. Gezegend met het moment. Met Floris. Met de kans die ik krijg.

Het zal toch niet?

Een half uur wil ik blijven liggen. Natuurlijk wordt dat een uur want ik ben als de dood dat de zaadjes misschien een trage dag hebben.
Twee dagen later doen we poging twee. De dag daarna verwacht ik mijn eisprong. Maar die ochtend blijft mijn ovulatietest negatief. Het zal toch niet zo zijn? Maandenlang een superregelmatige cyclus en nu niet? Opeens voelt het vreemd dat ik nu al twee dagen lang het sperma van een homoseksuele man in me heb gespoten zonder dat er een ei gaat springen. Dat scoort behoorlijk hoog op de ranglijst merkwaardige hobby’s. Ik blijk een stresskip, mijn zorgen zijn voor niets geweest. Een dag later licht het tweede streepje van de ovulatietest alsnog op. ’s Avonds doen we onze derde en laatste inseminatie. Het grote wachten kan beginnen.

De vorige column van Roos lees je hier. De rest van haar columns over de zoektocht naar een donor vind je hier.

Roos op 19-05-2017