Roos: ‘Op mijn 35e zou ik zwanger kunnen zijn’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 12 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in minstens 11 weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: terug naar minstens 11 weken

Huidige dates: Raoul 

Mogelijke zaaddonoren: David (61)

Op de donorwishlist: niemand meer

Hoewel we inmiddels al een paar maanden daten, slapen we slechts sporadisch samen. Eigenlijk weet ik niet eens zo goed waarom. De eerste keer dat we vreeën schopte hij me later op de avond de deur uit, omdat hij nog wat dingen voor zijn werk moest doen waar hij niet onderuit kon. Ik had totaal geen zin om met mijn naakte lijf onder de warme dekens vandaan te komen en het koude donker buiten tegemoet te gaan. Dus ik probeerde hem eerst te overtuigen van de fijnheid van het samen slapen, en toen de redelijke benadering niet werkte trok ik mijn pruillipje uit de kast en beloofde ik hem niet af te zullen leiden en heel stil te zullen gaan slapen. Uiteindelijk bleek hij onvermurwbaar en ietwat morrend toog ik huiswaarts, waar Karel blij op het bed sprong toen ik thuis kwam, zodat ik uiteindelijk alsnog een warm lijf tegen me aan had bij het in slaap vallen. Ware het niet dat ik die nacht liever gezelschap had gehad van een man op twee benen dan van een harige viervoeter, hoe lief ook. Inmiddels heb ik door dat hij sowieso op werkdagen het liefste alleen slaapt, het is een onuitgesproken regel geworden en onze tijd samen is er niet minder fijn door.

Het was hem niet gelukt het volledige kwakje in het potje te krijgen

Maar nu is het weekend en ligt hij eindelijk weer eens naast me. Dat wil zeggen, lag. Het is vier uur en ik heb hem net naar de wc horen gaan. Hij rommelt wat in de keuken en dan wordt het stil. Een kwartier lang lig ik me af te vragen of hij trek heeft, of misschien gewoon obstipatie. Dan glip ik zelf het bed uit. In het donker zie ik in de woonkamer een hoopje mens op de bank liggen met opgetrokken knieën, mijn te kleine wollen deken half over hem heen. ‘Hee, wat doe je nou hier?’ fluister ik en ik geef een kus op zijn slaap terwijl mijn vingers zijn haren strelen. ‘Ik lig al uren wakker, ik ga even hier tukken.’ ‘Heb ik je uit je slaap gehouden?’ ‘Ik weet het niet, je ligt veel te draaien, maar ik weet niet of dat het is.’ Ik pak een kussen van mijn bed, dek hem toe met een extra dekbed en kruip dan mijn eigen bed weer in. Als het een paar uur later licht wordt en ik mijn hoofd stilletjes om de hoek van de kamer steek, ligt hij in diepe slaap verzonken.

Maandag


David en ik zitten op ons vaste plekje in de hotellobby. Voor ons op tafel ligt de uitslag van het laboratorium. Cijfers over het aantal zaadcellen, over hun beweeglijkheid, over de hoeveelheid sperma. Het was hem niet gelukt het volledige kwakje in het potje te krijgen, dus hoewel de uitslag er goed uit lijkt te zien, blijken de cijfers toch een beetje vertekend. Hij vertelt het met een lichte gêne en hoewel ik ander gereedschap heb, kan ik me voorstellen dat het best een uitdaging moet zijn om: 1. Te masturberen met zulke klinische doeleinden, en 2. Het moment suprême gecontroleerd in zo’n minipotje te laten eindigen. Duimpje omhoog voor alle donoren. Ach, de uitslag kan alleen maar beter worden.

Voor één cadeau heb ik altijd plek…

Het begint nu echt serieus te worden. Zo serieus dat we besluiten niet mijn eerstvolgende ovulatie, maar wel die daarna te zullen gaan starten met insemineren. In de tussenliggende weken gaan we onze eerder uitgedachte afspraken vastleggen in een donorcontract. Met zijn verlangen om te zijner tijd toch ook op een bepaalde manier betrokken te kunnen zijn bij het kind, is bij mij de wens gegroeid om hem een keertje voor te stellen aan mijn ouders. Even kijken of zij net zo’n prettig gevoel bij hem hebben als ik. Mijn moeder schiet in de lach als ik het voorstel aan de telefoon. ‘Maar wat verwacht je dan van ons?’. Ik probeer het onder woorden te brengen. ‘Dit is de man waar ik een kind van zou kunnen gaan krijgen. En die later mijn kind misschien wel af en toe dagjes mee uit neemt. Ik vind het gewoon een fijn idee om het gevoel dat ik bij hem heb even te staven bij anderen. Kijken of het voor jullie ook goed voelt. Verder verwacht ik niets.’ ‘Oké, maar dan wil ik me wel vrij voelen om hem ook gewoon vragen te kunnen stellen daarover. Ik ga niet gewoon zitten praten over koetjes en kalfjes.’ Meet the parents 2.0. Ik probeer me er een voorstelling bij te maken. David staat er ontspannen tegenover. We spreken af voor een lunch bij mij thuis. En ik blader vooruit in mijn agenda en realiseer me opeens dat als we over ruim een maand beginnen met insemineren, ik straks precies op mijn 35e verjaardag voor het eerst erachter kan gaan komen of ik zwanger ben of niet. Ik heb altijd wat moeite met verlanglijstjes. Ik hoef geen nieuwe spullen, mijn huis is fijn en toch al veel te vol. Maar voor één cadeau heb ik altijd plek.

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier teruglezen

Roos op 10-03-2017