11 dingen die handig zijn om te weten als je baby gaat lopen

Kids

‘En, loopt ze al?’ Ik nam me voordat ik moeder werd stellig voor om me nooit te laten opjutten door de ‘kan ze dit al’, ‘die van mij doet dat al weken’ of ‘echt waar joh, nog steeds niet?’-vragen. Dus ook niet over lopen.

Baby’s beginnen met lopen wanneer ze dat willen, zo simpel is het. Sommige exemplaren zetten rond zeven of acht maanden hun eerste voorzichtige passen, terwijl genoeg anderen rond die tijd kruipen nog een prima manier vinden om de wereld te ontdekken. De uitdrukking ‘stapje voor stapje’ is zelden zo op z’n plaats als wanneer het gaat over baby’s wondere wandelwereld. Nou vooruit, ik strooi er een heerlijk ruime marge in: over het algemeen beginnen baby’s ergens tussen 9 en 18 maanden met lopen.

Wanneer het ook is – áls het zover is – zijn dit 11 handige dingen om te weten over lopende baby’s:

1. Optrekken, staan, gaan!

De fase die aan lopen vooraf gaat is dat baby’s zichzelf optrekken totdat ze rechtop staan, terwijl ze zich vasthouden aan een object of mensenbeen. Dat is het begin, daarna volgt het ‘los’ lopen, waarbij ze normaliter hun armen en benen volop gebruiken (strekken, spreiden, intrekken) richten om evenwicht te bewaren/zoeken. En ja, het ziet er in het begin allemaal enorm wiebelig en wankelig uit, en dat is het ook.

2. Coördinatie is king

Logisch ook: baby’s lijf is nog altijd relatief klein om zijn betrekkelijk zware hoofd en romp te dragen. Alsof dat niet genoeg is, breekt het tijdperk aan waarin coördinatie van cruciaal belang is. ‘Hoe ga ik al die bewegingen van m’n benen, heupen, knieën en enkels samenbrengen zonder te vallen?’ Een uitdaging van jewelste.

3. Introductie van het magische woord ‘Stop’!

Onlangs hoorde ik een kinderjuf zeggen dat ‘stop’ het belangrijkste woord is dat je je kind kunt leren en dat je daar vooral in deze fase mee moet beginnen. Want, zo zei ze, als een kind maar snel genoeg de koppeling tussen ‘stop’ en ‘niet langer doorgaan waar je mee bezig bent’ snapt, kun je hem in zijn (jonge) leven voor veel behoeden.

Picture this: je kind rent onverwacht de straat op, of stuitert enthousiast richting een zwembad. Als jij van een afstand luid en duidelijk ‘stop’ roept en je kind begrijpt daardoor ogenblikkelijk dat het stil moet blijven staan, heeft die kinderjuf groot gelijk.

4. Op blote voeten lopen

(Leren) lopen is aanzienlijk gemakkelijker met sterke enkels. Ervanuitgaande dat het niet te koud is, is op blote voeten rondstruinen voor baby’s het beste, daarmee heeft hij namelijk ook nog eens de meeste grip. Als het daar te koud voor is, trek dan van die sokken met zo’n anti-slipzool aan. En compleet overbodig maar we melden het voor de zekerheid toch: zorg dat de grond volledig uitglijdproof is.

5. Maak plaats voor stevig meubilair

Berg de design kunstbeelden maar op en ook de wiebelstoel moet er voor het moment aan geloven: juist in de beginfase is het belangrijk dat de kleine wandelaar zich kan vasthouden en optrekken aan stevig meubilair (al dan niet aan de muur vastgemaakt). Volledig babyproof uiteraard, met ronde ‘hoeken’ om de tafels, bescherming voor de stopcontacten, traphekjes en dergelijke.

6. Maak een logisch ‘parcours’

Nog even over het meubilair: dat wordt vanaf nu gretig gebruikt als ‘tussenstations’. Help je baby door meubels zodanig in de kamer neer te zetten dat hij zich een weg kan banen en zich hier en daar vast kan grijpen en even op kracht kan komen (en vanuit daar de route verder kan bepalen naar het volgende ‘station’).

7. Loopwagen: doe maar niet

Hoewel babywinkels die het product verkopen dit niet volmondig zullen beamen, zijn kinderartsen van mening dat loopwagens het lopen van een baby niet bevorderen, maar eerder vertragen. In sommige landen is verkoop zelfs verboden, zoals in Israël en Canada. Wie in Canada gespot wordt met een loopwagen, riskeert – geen grap – een boete van 150,000 Canadese dollars (iets meer dan 100,000 euro) of zes maanden gevangenisstraf. In verschillende landen zijn instanties en experts, waaronder de European Child Safety Alliance, die ervoor pleit dat loopwagens niet langer gepromoot worden. Ook VeiligheidNL raadt het gebruik van loopstoeltjes af.

Een noodzakelijk zijweggetje: Waarom is een loopstoeltjes zo ‘slecht’? Omdat de spieren die een kind als hij zich met een loopstoeltje loopt (vaak op z’n tenen en naar voren hellend), niet dezelfde spieren zijn die hij gebruikt wanneer hij uit zichzelf loopt. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat kinderen die ‘leren’ lopen met een loopstoeltje uiteindelijk ongeveer een maand later gaan lopen dan kinderen die geen loopstoel gebruikt hebben. Daarnaast zijn er nogal wat horrorverhalen over baby’s die in een loopstoeltje tegen een obstakel (zoals een hete oven) opgebotst zijn, met alle gevolgen van dien.

Nu we het er toch over hebben: ook springstoeltjes en ‘exersaucers’ (het antwoord op de loopstoel – een soort activiteiteneiland annex vliegende schotel annex omheinde vesting) hebben niet bewezen dat ze baby’s helpen het lopen (sneller) op te pakken. Conclusie: doe maar niet, zo’n loopstoel of aanverwante artikelen.

8. Op de grond: doe maar wel

Wat dan wel? Nou, gewoon, lekker laten rondkuieren op de grond! Of in de box, hoewel daar natuurlijk de ruimte om voor- en achteruit te gaan enigszins beperkt is, wat voor een wannabe wandelaar tot de nodige frustratie kan leiden.

9. Gemiddeld 1000 uur oefenen

Zo lang kost het de meeste baby’s aan oefentijd vanaf het moment dat ze zichzelf kunnen optrekken, tot het moment waarop ze helemaal zelf (los) kunnen lopen. Niet dat je dat vanaf nu met de stopwatch moet gaan bijhouden, maar toch grappig om te weten.

10. De grootste uitdaging voor mama: let it (hem/haar) go!

Hoewel het je stressniveau flink kan verhogen, is het toch verstandig om de wandelende baby letterlijk en figuurlijk los te laten. Althans, af en toe laat je even een hand los zodat hij zijn eigen evenwicht kan voelen. Blijf altijd op een veilige afstand om eventueel bij te sturen.

11. Aanmoedigen helpt (boost dat vertrouwen)

Als het goed gaat, neem dan een paar passen (nogmaals: niet al teveel) afstand en bejubel de wandeltocht uitbundig! Klappen, juichen en complimenten geven, werken enorm motiverend. Wellicht nog belangrijker: ze geven vertrouwen en dat is precies waar je baby behoefte aan heeft om resoluut door te stappen.

Nogmaals: geen paniek als het bij jouw baby sneller, langzamer en/of anders (ver)loopt; elke baby stippelt z’n eigen route uit. Uiteraard gelden bovenstaande tips alleen wanneer er geen sprake is van een medische afwijking of beperking die het lopen van je baby (negatief) kan beïnvloeden.

Wanneer zette jouw baby de eerste stappen en hoe ging dat? Heb je naast bovenstaande tips nog een paar gouden do’s en don’ts die volgens jou aan de lijst toegevoegd moeten worden? Shout!

Herkenbaar? Dit zijn de nachtmerries van moeders met een dreumes!