11 dingen die je zegt op een schooldag vlak voor de vakantie…

Kids

Die laatste schooldagen voor de vakantie, ze zijn soms voor ouders toch nog wel wat… chaotisch. En ja, dit komt er dan uit je mond.

1. Wanneer de vakantie begint?

Nou, morgen. Hoezo, dat duurt nog zo lang? Dat duurt nog één dag! Stel je niet zo aan…

2. Je voelt je niet lekker?

Op de laatste dag? Ja, ja, je kunt me nog meer vertellen. Hop, die kleren aan. Waar is je linkersok…

3. Oh, je mag je zwempak meenemen naar school in verband met de hitte?

Shit. Die is nog nat van gisteren toen het ook zo warm was. Eh… Oh, wacht, ik heb nog een te klein badpakje van vorig jaar ergens. Hier.

4. O ja, ik moet je insmeren.

Waar is die zonnebrandcrème nou…

5. Wacht eens…

Ligt die banaan al sinds vorige week in je tas? Nee hè…

6. Oké, klaar om te gaan?

Nu moet je poepen? Dan moet dus alles weer uit, want je hebt een badpak aan, hè. Kon je dat niet bedenken daarnet? Toen moest je nog niet zo nodig. Juist.

7. Een inzameling voor een zomerfeest?

En dat zeg je nu? Wanneer is dat? En hoeveel geld? Waar stond dat? Nee hè… Oh, ik ben de enige die het niet weet. Nee, ik heb niet gepind en ik heb geen geld in mijn portemonnee. Oké…

8. Anne wil nog voor de vakantie haar uitgeleende lievelingsknuffel terug?

Waar heb je die gelaten? Hoe bedoel je ‘die ligt nog in de speeltuin’!?

9. Je wilt alvast speelafspraken maken voor de vakantie?

Even agenda’s trekken. Gaan haar mama en ik wel even zitten. Oh, nu hebben ze ruzie? Oh, nu is het weer goed.

10. Ja, nu is het vakantie.

Nee, nu hoef je niet meer naar school. Ja, wel zes hele weken. Ja, dan mag je lekker thuisblijven en we gaan op vakantie.

11. Hoe bedoel je…

Je wilt morgen wel weer naar school?!

Deze dingen kun je nog even op de valreep van school overnemen… Handig! >

Herkenbaar of helemaal niet? Praat mee op Facebook!

Meer leuke content? Like ons op Facebook