5 x mythes over de midlifecrisis (1 op de 4 mensen krijgt ‘m)

Persoonlijk

Heb je regelmatig het gevoel jezelf te moeten bewijzen? Om iedereen te laten zien dat je heus nog wel meetelt of juist het idee dat je iets heel anders wilt doen met je leven, maar wat? Dan zou het zomaar eens kunnen zijn dat je je in een midlifecrisis bevindt.

Je hebt het allemaal: een huis, kind, fijne partner en een baan. En ineens denk je: is dat alles? Je hebt het gevoel dat je vastzit in dit leven. Hoeveel eind dertigers denken er niet over na om iets heel anders te gaan doen qua werk bijvoorbeeld? En toch voelt het alsof je geen kant op kunt. Dit kan het begin zijn van een midlifecrisis. Zo’n 25% van alle Nederlanders krijgt er mee te maken. Maar het hóéft natuurlijk niet. We delen vijf mythes, dus lees even mee.

Mythe 1: iedereen krijgt een midlifecrisis

Er wordt vaak gedacht dat zodra je een bepaalde leeftijd hebt bereikt – laten we zeggen zo rond de 40 – je in een midlifecrisis belandt. For real? Ook niet iedereen wordt ziek als de griepepidemie uitbreekt en niet iedereen begint te huilen bij een zielige film. Een midlifecrisis treedt niet spontaan op, alleen omdat je een bepaalde leeftijd hebt bereikt. Of je er wel of niet mee te maken krijgt is veel meer afhankelijk van persoonlijkheid en omgevingsfactoren dan van leeftijd. Een risicofactor is bijvoorbeeld als je vastzit in je baan of relatie.

Mythe 2: de midlifecrisis heeft alleen invloed op mannen

Als we denken aan een midlifecrisis denken we al snel aan een 50-jarige man die zich gedraagt alsof hij nog een jonge god is. Maar, wie denkt dat alleen mannen in de knoop liggen met hun identiteit heeft het mis. Vrouwen kunnen net zo goed in een midlifecrisis belanden. Alleen de aanleiding tot de crisis verschilt. Bij mannen gaat het vaak om een verminderd libido, terwijl bij vrouwen de overgang parten speelt.

Uiteindelijk kun je er beter uitkomen

Mythe 3: een midlifecrisis is altijd negatief

Het is de negatieve kant van een midlifecrisis die vaak de meeste aandacht krijgt. Op zich best logisch, maar het is ook goed om te weten dat de midlifecrisis niet altijd slecht hoeft uit te pakken. Sterker nog: er zit ook een positieve kant aan. Een identiteitscrisis dwingt je namelijk om na te denken over de manier waarop jij je leven leidt. Het is een soort reality check. Je staat opeens stil bij vragen als ‘wie ben ik nou eigenlijk echt’? en ‘wat maakt mij oprecht gelukkig’? De antwoorden kunnen ervoor zorgen dat je dingen in je leven gaat bijstellen en veranderen. Uiteindelijk kun je er dus beter uitkomen.

Mythe 4: geluk neemt af op middelbare leeftijd, waardoor een midlifecrisis ontstaat

Geluk door de jaren heen wordt vaak vergeleken met een U-vorm. De mate waarin we gelukkig zijn zou in onze kindertijd gemiddeld hoog zijn, vervolgens afnemen (met verrassing: een dieptepunt rond middelbare leeftijd) en daarna – op oudere leeftijd – weer toenemen. Maar of dat ook de waarheid is?

Een nieuwe sportwagen heeft niets te maken met een midlifecrisis

Een studie van de Universiteit van Alberta suggereert juist dat geluk rond de middelbare leeftijd toeneemt. Bij alle twee de groepen die zijn onderzocht was een toename in geluk te zien in hun dertiger-jaren. Volgens de onderzoekers is hun studie geloofwaardiger dan voorgaande studies omdat ze dezelfde individuen onderzochten over een langere periode van tijd.

Mythe 5: het kopen van een sportauto staat gelijk aan een midlifecrisis

We hebben allemaal wel eens van het cliché gehoord: de middelbare man die zijn vertrouwde Peugeot opeens verruild voor een spiksplinternieuwe sportwagen. Die móét wel een midlifecrisis hebben toch? Waar komt die impulsieve actie anders vandaan? Volgens psychiater Aditya Sharma van Medical City McKinney in Texas, heeft het niets te maken met een midlifecrisis. Of in ieder geval, niet per se. ‘Als je een tiener bent en je van auto’s houdt, wil je wel een Ferrari maar kun je hem nog niet betalen’, zegt hij. ‘Tegen de tijd dat je het je kan veroorloven, zit je in het midden van je leven. Dat is geen crisis, dat is gewoon wat je wilde.’