7 x kenmerken van (hardnekkige) taalpuristen


Aan iedereen die ik ooit gekwetst heb: sorry, dat blijf ik doen

Persoonlijk

Mensen die overdreven gefixeerd zijn op correct taalgebruik en het niet nalaten andere mensen in die fixatie mee te nemen: bloedvermoeiende types zijn het. Ik ben er ook zo eentje. Waarbij ik allereerst graag aanteken dat ik persoonlijk grote moeite heb met het woord ‘taalnazi’ – historisch besef maakt dat ik die associatie ongepast vind. Ik houd het liever op taalpuristen: zij die pleiten voor eervol gebruik van taal in de natuurlijke – lees: correcte – vorm.

Ziehier een zevental kenmerken waar de meeste taalpuristen zich ongetwijfeld in kunnen vinden.

1. Je voelt al-tijd en o-ve-ral de behoefte om mensen te verbeteren


Favoriet (maar dan juist niet) zijn: hun hebben, beter als, alszijnde en vroeger versus eerder. 


2. Ook zo bij geschreven fouten


Het is dat je dt-fouten niet kunt horen, maar in een tekst van duizend woorden pik je ze er meteen uit: alsof ze vanaf het scherm naar je schreeuwen: ‘ik sta hier’!


3. Andere mensen (lees: niet-taalnaturisten) vinden je bij vlagen best wel irritant


Excuses aan alle mensen die ik ooit beledigd of gekwetst heb. En ook alvast sorry voor de keren dat ik dat in de toekomst stug blijf doen.

Het is niet alleen een gevoel, maar ook een wetenschappelijk feit: mensen die andere mensen op taalfouten wijzen, zijn nare mensen.

4. Je krijgt oprecht rillingen van ‘me’ als bezittelijk voornaamwoord


Natuurlijk, dat is ook een voorbeeld van een geschreven fout (#2), maar deze verdient echt een eigen plek.

LEES OOK: Mensen die anderen op hun taalfouten wijzen zijn nare mensen 


5. Soms doe je aan taalkundige zelfkastijding door reacties op pagina’s als die van Powned, Telegraaf en Geen Stijl te lezen


Je hebt mensen die het leuk vinden om op Funda te kijken terwijl ze helemaal geen huis zoeken. Een sombere taalnaturist die graag wil zwelgen, scrollt op een regenachtige zondagmiddag een uurtje langs reacties op posts van eerder genoemde sites. Dan weet je zeker dat je je daarna echt intens slecht voelt. 


6. Als je dan een keer zelf een fout maakt, word je gelijk ongenadig hard afgeslacht


Zoals die keer dat iemand mij erop betrapte dat ik stelselmatig ‘asjeblieft’ schreef in plaats van ‘alsjeblieft’ (dank je wel nog daarvoor, Mercy), evenals die keer dat ik na een hele slechte nacht in een groepsapp vroeg ‘waar je in Utrecht goede koffie vind’. Niemand die me een tip gaf waar een lekkere cappuccino te scoren, maar de linkjes naar taaladvies.net en ‘t kofschip-podcasts vlogen in het rond. 


7. De enige oplossing: de gulden middenweg


Het is zoeken naar de beroemde modus vivendi, een situatie die voor iedereen leefbaar is. En dus vraag ik tegenwoordig aan mensen of ze zitten te wachten op de rode pen (in spraak en geschrift), of niet. Is het antwoord ‘ja’, dan mogen de ongevraagde taalkundige correcties onverminderd doorgaan. Is het antwoord ‘nee’, dan appen we gewoon niet meer.

Zie hier: 12 taalfouten die met uitsterven bedreigd moeten worden



Bron hoofdfoto: Etsy

Meer leuke content? Like ons op Facebook