7 x tips om het ‘jongste kind syndroom’ te bestrijden

Kids

In een eerder stukje wijdde ik uit over het hoe en wat rondom het jongste kind syndroom. Kort samengevat gaat het om een rijtje negatieve (en een paar positieve) eigenschappen die jongste kinderen vaker wel dan niet bezitten. Iets met verwend zijn, meer ‘gevers’ dan ‘nemers’ , de gave om mensen voor hun karretje te spannen en meer volgers dan leiders, dat idee.

Of het nou nature of nurture is, er zijn een aantal tips om de (negatieve) impact van het jongste-kind-syndroom te beperken, te weten:

1

Neem een stap terug (of twee)

Bemoei je niet (te veel) met de interactie tussen je kinderen, zodat ze zelf hun manier van ‘doing things’ bepalen. Vooral bij ruzies: laat het ze vooral uitzoeken en oplossen. Dan zijn ze namelijk veel minder geneigd zich volgens de ‘rollen’ behorend bij hun volgorde te acteren, en vallen ze eerder terug op hun persoonlijkheid en eigen, unieke vaardigheden.

2

De jongste is niet per definitie onschuldig

Geef alle kinderen in het gezin verantwoordlijkheden en taken. Ook het jongste kind kan speelgoed opruimen, en (tot op zekere hoogte) best wat schoonmaken.

3

Werk aan empathisch vermogen

Ga er niet vanuit dat jongste kinderen geen boefjes kunnen zijn, met andere woorden: dat zij per definitie onschuldig zijn als er ‘kwaad’ gedaan is. Dat de oudste wellicht een tik(je) of krab uitdeelt aan de jongste is natuurlijk niet oké, maar het is niet uitgesloten of ondenkbaar dat de jongste begon. Ook jongste kinderen moeten begrijpen dat hun acties en daden gevolgen kunnen hebben en dat ze anderen pijn kunnen doen. We noemen het ook wel: empathisch vermogen.

4

Aandacht: aan

Zorg ervoor dat de jongste niet hoeft te vechten voor aandacht. Als oudere kinderen praten over hoe het op school was, vraag dan ook de jongste hoe het was in de speelhoek of tussen de blokken –ook zijn verhaal is belangrijk om te horen.

5

Alles met mate

Nog even over die aandacht – waak ook voor het gegeven van ‘doodknuffelen’. Té veel aandacht is niet goed, maar dat geldt voor alles en iedereen: daar worden ze namelijk niet per se leukere kinderen van.

6

Laat ze dingen vooral lekker zelf doen en uitvinden

Het gevaar bij jongste kinderen schuilt in het gegeven dat ze alles gedaan krijgen van danwel de oudere broer en/of zus, of door de ouders. Vandaar ook de kwaliteit die ze bezitten om mensen relatief gemakkelijk voor hun karretje te spannen. ‘Probeer het eerst zelf eens’ werkt doorgaans zeer aardig.

7

Hanteer individuele standaarden

Als je oudste kind(eren) het heel goed doet op school, is dat natuurlijk heel fijn. Echter, waak ervoor dat je bewust of onbewust dat als norm hanteert voor de prestaties van de jongste. En ook al betwist ik persoonlijk de constatering dat het jongste kind per definitie minder intelligent is (zie eerder): elk kind kent z’n eigen kwaliteiten en levert bijbehorende prestaties.

De moraal van het verhaal

Of het jongste kind syndroom nou wel of niet bestaat, feit is dat er bepaalde eigenschappen vaker voorkomen bij het oudste, middelste en jongste kind. Of ze daadwerkelijk socialer en creatiever zijn, minder intelligent of manipulatiever – so be it.

Hoe het ook zij: alle opvattingen over volgordes en daarbij behorende karakteristieken zijn allemaal louter theorieën, het gaat erom hoe ouders naar (al) hun kinderen afzonderlijk kijken, en adequaat inspelen op eigenschappen – al dan niet beïnvloed door een zekere volgorde.

En als je er niks aan kan doen, lekker laten gaan, want hier is het wetenschappelijke bewijs voor het feit dat de jongste daadwerkelijk de leukste thuis is.

Meer leuke content? Like ons op Facebook