8 x Wat iemand met kanker wil dat je weet

Het leven is niet inktzwart!

Body & beauty

Afgelopen week las ik een blog van de Amerikaanse actrice, zangeres en borstkankerpatiënte Krysta Rodriguez. Ze schreef op haar website Krystacoutur over wat je vooral NIET moet zeggen tegen iemand die kanker heeft. Goedbedoeld, maar als ik (ex-hodgkin) al soms niet weet wat je tegen een kankerpatiënt moet zeggen, hoe kun je dan een leek afbranden omdat hij zijn best doet überhaupt IETS te zeggen?

Als ik tijdens mijn ziekte ergens achter ben gekomen, dan is het wel dat er veel mensen zijn die niet weten hoe ze op een ziek persoon moeten reageren. Ik ga je dus ook niet opdragen wat je wel en niet moet zeggen en ik ga ook niet generaliseren of voor een ander spreken, maar dit kan handig zijn:

1

Laat relativeren maar aan de patiënt over, want dat kan gevoelig liggen

Ik had ooit een collega die mij vergeleek met iemand anders. ‘Het kan gelukkig altijd erger, een collega van mij had drie jonge kinderen toen ze ziek werd.’ Hoewel ik de relativerende gedachte wel snap, kwetste ze me hier wel mee. Wat zij niet wist was dat ik door de behandeling misschien wel nooit kinderen kan krijgen. Het is appels met peren vergelijken, en er is altijd een ‘verschrikkelijker’ verhaal. Feit blijft: niemand is blij met kanker en de behandeling is kl*te. In welke vorm dan ook, groot of klein. Makkelijk te behandelen of niet. Laat relativeren dus aan de persoon zelf over.

2

Gekke vragen bestaan niet (maar zoals altijd: gebruik je fatsoen)

Krysta noemt in haar blog de vraag ‘ben je bang?’ een open deur (‘Natuurlijk is de ander bang!’) en zegt dat je met deze vraag de patiënt niet helpt. Misschien is het een open deur, maar ik denk dat je de patient er wél mee kunt helpen. Ik vind deze vraag hartstikke legitiem als hij op het juiste moment wordt gesteld, door de mensen die dicht bij de zieke staan. Door samen te praten over praktisch alles – ja, ook de angst om dood te gaan – voel je je minder eenzaam. Maar goed, er waren ook dagen dat ik vrolijk, sterk en minder bang was (zie ook punt 6).

3

Je hoeft je eigen problemen niet te bagatelliseren

‘Oh, mijn problemen lijken nu zo futiel.’ Ja dat klopt. Maar eerlijk is eerlijk: mijn problemen als kankerpatiënt waren ook futiel als ik denk aan mensen in derdewereldlanden. Leed is leed, dat kun je niet vergelijken. Als jij even wilt klagen over je baas of huilen om je overleden kat: gewoon doen. We hebben geen alleenrecht op een k*tgevoel.

4

Een eerlijk compliment over het uiterlijk is altijd welkom

Kaal worden is niet leuk. De buitenwereld gaat zien dat je ziek bent en dat maakt je mega-onzeker. Je wilt in je omgeving misschien niet bekend staan als de vrouw of man die ziek is. Een oprecht compliment over hoe je eruit ziet is meer dan welkom. En dan hoeft het niet altijd over de pruik, haar of hoofddeksel te gaan. Ik was altijd erg blij als iemand zei dat mijn make-up mooi was, want daar deed ik bloody m’n best voor omdat ik er niet ziek uit wilde zien.

5

Sommige dingen kun je beter achterwege laten

Een van de eerste vragen die ik meestal krijg is: hoe kwam het dan dat je kanker kreeg? Nou, bad luck kwam even om de hoek kijken! Mijn cellen waren op hol geslagen en dat kwam niet door iets aanwijsbaars als roken of verkeerd eten. Maar al zou iemand vijftig jaar gerookt hebben, daar voelt diegene op dat moment zich waarschijnlijk al kl*te genoeg over en hoef je dus ook niet over te beginnen. Ook verhalen over de vriend van je achternicht die een vreselijke tumor heeft, mag je voor je houden. Net als verhalen over een onderzoek wat je op Facebook las.

6

Het leven is niet compleet inktzwart, ook niet als je kanker hebt

Kanker is allesbehalve leuk, maar gek genoeg gaat ook dan het leven door. Ook iedere dag naar het ziekenhuis rijden voor bestraling of voor de vijfde keer een pet-scan gaat op een gegeven moment als ‘normaal’ voelen. Ik weet dat het niet voor iedereen opgaat, maar als ik terugdenk aan mijn ‘zwarte bladzijde’ (zoals anderen het noemden) denk ik vooral ook aan een verrassingsfeestje van mijn familie, lachen met het verplegend personeel en die keer dat ik in een supercar naar het ziekenhuis werd gereden. Schrijver Jurgen de Beijer noemt het in zijn boek over zijn ziekte ‘Chemopuur’. Door de behandeling is er alleen ruimte voor de dingen die er écht toe doen in je leven. Dus ook liefde en geluk, in grote en kleine mate.

7

Soms help je al door er even níet te zijn

Dat machteloze gevoel dat je íets wilt doen, dat heeft dus IEDEREEN om de patiënt heen. Bedenk je dus vooral ook: doe ik de zieke hier een voordeel mee, of doe ik dit voor mijn eigen gemoedsrust? Een superlieve kennis belde me de eerste weken ie-de-re dag om te vragen hoe het met me ging en daar werd ik eerlijk gezegd wel een beetje moe van. En ik zie het nu ook weer in mijn omgeving: een kennis is hartstikke moe van de behandeling, maar zijn kleine beetje energie gaat nu bijna helemaal op aan verre vrienden en halve kennissen die op de bonnefooi binnen komen waaien voor koffie. Aangezien iemand met kanker vaak niet ver vooruit kan plannen hoe hij zich voelt, doe je er goed aan om op de dag zelf even te bellen of het uit komt.

8

We snappen dat het niet altijd makkelijk is om de confrontatie aan te gaan

Het deed me in het begin erg veel pijn dat ik van sommige vrienden een half jaar lang niets hoorde tijdens mijn ziek zijn. Inmiddels snap ik dat sommige vrienden niet met mijn ziekte om konden gaan, totaal in de knoop met zichzelf zaten of zich geen voorstelling konden maken bij mijn situatie. Man up, je mag gewoon zeggen dat je niet weet wat je moet zeggen. Dat is misschien even moeilijk, maar uiteindelijk wordt jullie band daar alleen maar sterker door.

Heb jij nog aanvullingen? Of wil je reageren op dit artikel? Laat het weten op onze Facebook-pagina >

Hoe help je een kind dat met kanker in zijn omgeving te maken heeft? Kinder- en jeugdtherapeut Linda Lawa zet wat tips op een rijtje >

Meer leuke content? Like ons op Facebook