Afke schrijft Diana terug: ‘Het is fijn om te durven afwijken van wat de norm is en wat men vindt of hoe het hoort’

Rachelle Abbas 17 okt 2018 Kids

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, vriendin, buurvrouw en ZZP-er. Ze heeft een zwak voor imperfectie en echtheid, maar kan het goede moedergedoe, het beeld van de moeiteloos succesvolle ondernemer en de ideale echtgenote soms moeilijk laten voor wat ze zijn. Daar schrijft ze over voor Famme.

Briefwisseling jongens- en meisjesmoeder

‘Jongensmoeder’ Afke schrijft brieven met ‘meisjesmoeder’ Diana van Ewijk*. Het zijn brieven waarin ze uitzoeken of er een verschil is tussen meisjes opvoeden en jongens opvoeden. Of meisjesmoeders en jongensmoeders eigenlijk wel bestaan. Deze week reageert Afke op de brief van Diana.

De brief

Lieve Diana,

Die meisjes en jongens van ons lijken best op elkaar als ik het zo lees in jouw meisjesmoederbrief. Een hele geruststelling dat ook jouw meisjes zorgen voor klerezooi, klereherrie en een kleresfeer en dat jij daar ook de zenuwen van krijgt.

Ik sluit me aan bij jouw stelling over gezamenlijk opvoeden. Juist om als kind de verschillen te ervaren. Dat gaat voor mij niet alleen over het verschil tussen mannen en vrouwen. Ieder begeleidt op eigen wijze zijn of haar kinderen. Ieder mens heeft een mannelijke en een vrouwelijke kant. Het is fijn als je als ouders het in grote lijnen eens kunt zijn met elkaar. En het is leerzaam om de verschillen van je beide opvoeders te ontmoeten. Een soort ‘droog’ oefenen voordat je straks zelf de buitenwereld in moet.

Zelf ben ik opgegroeid in een traditioneel gezin. Mijn vader werkte en maakte lange dagen. Hij had geen idee in welke klas ik zat. Mijn moeder was huisvrouw en regelde alles thuis. Ik vond dat heel gewoon. Mijn ouders vonden het erg belangrijk dat ik een opleiding zou volgen en een diploma zou halen. Mijn vader haalde dagelijks de slogan ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’ aan. Mijn moeder wilde dat ik wél de kans kreeg die zij zelf niet had gekregen als meisje. Maar ze vonden het ook heel belangrijk dat er iemand thuis was voor de kinderen. En kennelijk zat er iets vanzelfsprekends in dat dat mijn moeder was. Toen ik naar de middelbare school ging is mijn moeder gestart met vrijwilligerswerk. Daar is ze tot op de dag van vandaag met haar 76 jaar nog steeds druk mee en ze haalt er veel voldoening uit. Ze heeft haar eigen weg gevonden.

Het heeft mij beïnvloed. Aan de ene kant voelde ik de druk om een verantwoord diploma op zak te hebben en een goede baan te vinden. Aan de andere kant moest ik mijzelf een geboren moeder voelen en er altijd zijn voor mijn kinderen. Die twee kanten bleken niet altijd soepel samen te gaan.

Toen ons oudste kind werd geboren zat ik net tussen het opzeggen van mijn baan in loondienst en het opstarten van een eigen praktijk in. Financieel gezien en hypotheektechnisch gezien was het logisch dat mijn man zou blijven werken. Nou ja, het was noodzakelijk. De crisis begon en de huizenmarkt stortte in. Mijn moeder vond het erg dat ik mijn baan had opgezegd. Mijn vriendinnen bleven allemaal werken. Maar, voor mij voelde het goed op dat moment. Al durfde ik dat niet hardop te zeggen tegen andere vrouwen. Ik wilde het eerste jaar juist zoveel mogelijk thuisblijven bij mijn kind en was blij dat ik in de luxepositie verkeerde dat dat kon. Mijn man voelde die behoefte minder. Sterker nog, hij was blij dat hij weer naar zijn werk kon na een dag met zijn babyzoon te hebben doorgebracht. Terwijl ik een voorstander was van ‘de zorgtaken verdelen’, vond ik ook ergens dat ik het beter kon (wat ik natuurlijk nooit aan iemand zou vertellen). Zou dat komen door die navelstrengverbinding? Of door het gezin waar ik zelf in ben opgegroeid?

Er is denk ik geen eenduidig antwoord. Het zou fijn zijn als iedereen dit op zijn eigen manier vorm mag geven. Mijn man en ik blijven zoeken. Iedere situatie vraagt om opnieuw te kijken en af te stemmen met elkaar. Wat past bij ons en onze kinderen? Ik heb moeten leren loslaten. Hij heeft moeten leren zijn ruimte thuis in te nemen. Omdat dat bij ons zo bleek te werken. Niet omdat ik een vrouw ben en hij een man is. Het is fijn om te durven afwijken van wat de norm is en wat men vindt of hoe het hoort. En ook om te durven veranderen als iets niet meer blijkt te werken.
Terwijl ik dit lees bladert onze oudste door een folder van een grote speelgoedzaak. De folder bestaat uit grofweg drie categorieën: babyspeelgoed, meisjesspeelgoed en jongensspeelgoed. Mijn oudste weet dat heel goed en de eerste twee categorieën slaat hij bij voorbaat over. Als hij per ongeluk een bladzijde van de afdeling meisjesspeelgoed openslaat, spreekt zijn mimiek boekdelen. Ik herinner me nog dat hij als peuter vrolijk met zijn roze stofzuiger door de kamer liep. Ik herinner me nog dat hij een roze fietshelm wilde. Ik herinner me nog dat een oudere buurjongen hier kwam en dolgraag ook eens met onze microfoon wilde spelen. Totdat hij zag dat het een roze microfoon was. Van schrik liet hij het ding uit zijn handen vallen en vroeg of ons kind soms een zusje had. Onze oudste begreep er niets van. Ergens daar moet een beginnetje zijn gemaakt. Of op school? Of met het in huis halen van zo’n catalogus? Feit is dat zowel mijn man als ik met open mond naar deze ommekeer hebben staan kijken. En al vertellen wij hem dat er in onze ogen niet zoiets bestaat als meisjes- en jongensspeelgoed, hij wil er niets van weten.

In Zweden is het heel normaal om je kind sekseneutraal op te voeden. Sommige ouders laten bij de geboorte van hun kind niet weten of het een jongen of meisje is. Men heeft ontdekt dat op ‘traditionele’ kinderdagverblijven en scholen anders gereageerd wordt op hetzelfde gedrag van meisjes en jongens. Jongens worden bijvoorbeeld minder lang getroost dan meisjes als ze huilen en meisjes krijgen sneller zorgtaken.

Ik vond een artikel over sekseneutraal speelgoed met de kerst in Zweden. Er is een speciale sekseneutrale speelgoedcatalogus uitgebracht en het personeel van het bedrijf is zelfs opgeleid in hoe zij kinderen zo ‘neutraal’ mogelijk door het speelgoedaanbod kunnen loodsen in de betreffende winkels. Ik neem een mengeling van blijdschap en aversie bij mezelf waar. Blijdschap omdat ik denk dat het heel goed is om kinderen niet in hokjes te duwen door een catalogus te verdelen in ‘voor jongens’ en ‘voor meisjes’. Dat we ze dat zelf laten beslissen. Maar de aversie gaat over dat ik soms een tendens waarneem waarin ouders hun meisjes liever geen ‘roze’ kleding laten dragen en hun jongens niet in een politiekostuum willen laten rondlopen. Dat gaat wat mij betreft over het woordje ‘te’. Mensen die krampachtig het tegendeel willen bewijzen, maar op die manier precies hetzelfde doen. Namelijk kinderen in een hokje duwen.

Inmiddels is het avond. Tijd om hier wat op te ruimen zoals het piratenschip van Playmobil. Nee, dat hebben ze niet zelf opgeruimd. En ja, een piratenschip. Ik schuif hier dus straks op mijn knieën door de kamer op zoek naar kanonnen en zwaarden. Ik, vrouw, máár zonder schort, dat dan weer wel.

En ja, dat was vandaag een bewuste keuze. Ze lagen lekker vroeg op bed en kon ik nog even schrijven. En hun vader? Oei. Die is er niet. Dit wordt wel een heel stereotiep verhaal. Weet je wat, dan sluit ik af met het nummer ‘Papaoutai’ van Stromae’. Om bij het onderwerp afwezige vaders te blijven. In ons geval is de afwezige vader een avondje naar de film. Ik heb de kinderen in mijn eentje naar bed gebracht en ben alleen thuis vanavond. En dan kom ik toch weer uit bij dat woordje ‘te’. Want zolang dat niet ‘te’ vaak gebeurt, vind ik het heerlijk.

Slaap lekker!

Liefs,
Afke

*Diana en Afke brachten samen jaren door op het Koningin Wilhelmina College in Culemborg. Van brugklas, Rick Ashley, lolly’s van 25 cent kopen bij de benzinepomp en Bronx schoenen naar eindexamenklas, 50-uren lessenmarathon, excursie Parijs met de tekenklas, zwart, legergroen, nog meer zwart, kistjes, Marillion en prille liefdes. Met één constante factor: de aanstekelijke lach van Diana die Afke tot op de dag van vandaag kan oproepen in haar herinnering. Dat ze hier nu staan als twee doorgewinterde moeders is soms onwaarschijnlijk, maar zodra Afke haar telefoon gaat terwijl de oudste zijn zelf gesmeerde boterham met vlokken zonder boter besluit te nuttigen op de nieuwe bank terwijl de jongste aan de staart van de poes trekt terwijl de pakketbezorger met áltijd haast dwingend op het raam klopt weet ze weer: het is echt waar.

Laatste reactie
0 reacties totaal
Nog geen reacties
Reageer op dit artikel
Reageer op artikel:
Afke schrijft Diana terug: ‘Het is fijn om te durven afwijken van wat de norm is en wat men vindt of hoe het hoort’
Sluiten