Afke: ‘Ik voel een schopje en op dat moment weet ik weer wat echt belangrijk is’

Persoonlijk

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, ZZP-er, vriendin en buurvrouw. Ze is altijd op zoek naar dat wat (aan)raakt en heeft een zwak voor imperfectie en echtheid. Daar schrijft ze over voor Famme én op haar eigen blog.

Column: Glucose Tolerantie Test

Vandaag bezoek ik de plaatselijke polikliniek in verband met een Glucose Tolerantie Test. Omdat mijn moeder tijdens haar zwangerschappen diabetes had en mijn bloedsuikerspiegel bij de laatste controle te hoog was, ben ik hier. Voor de test moet je nuchter verschijnen en omdat hij twee uur duurt, adviseerde de verloskundige mij om mezelf bij binnenkomst even te melden bij de balie. Dat zou voorkomen dat ik onnodig lang moet wachten. Ik kan me niet voorstellen dat er om 7 uur ‘s ochtends al een rij mensen staat, maar toch zit er al iemand in de wachtruimte als ik door de schuifdeur loop.

Terwijl ik vertel waarvoor ik kom en op zoek ga naar formulieren, pasjes en een rijbewijs in mijn tas (en alleen zakdoeken, een verfrommelde flyer en lege snoeppapiertjes vind) hoor ik iemand achter mij zeggen: ‘Ik kom ook voor bloedafname én..ik was eerst.’ De oude mevrouw die net nog in de wachtruimte zat negeert mijn blik en legt haar patiëntenpas met een klap bovenop de mijne. Ik voel een soort warm en rood iets omhoog stijgen in mijn gezicht en wil uitleggen waarom ik hier sta. De verpleegkundige achter de balie zegt zonder op te kijken en op weinig liefdevolle toon: ‘Ja, heeft u al een nummertje getrokken? Dan kunt u plaatsnemen in de wachtruimte. U wordt vanzelf geroepen.’ Vervolgens richt ze zich tot mij en gaat verder met de intake. Ik durf de oude mevrouw niet aan te kijken.

Wachtruimte

Een kwartier later zit ik met een pleister op mijn arm in een speciale tuinstoel in een hoekje van de wachtruimte. Naast mij staat mijn tas met inhoud: een boek, laptop, telefoon, pen en papier. De komende twee uur mag ik hier stilzittend doorbrengen. Zou je dat hebben voorgesteld tijdens de hectiek van alledag dan zou ik je hebben gezoend van blijdschap. Maar nu het móet, voelt het meer als een soort gevangenschap. Mijn arm zeurt. Het prikken lukte niet, het deed pijn, maar dat heb ik niet gezegd. Het mierzoete drankje wat ik heb gedronken is ergens halverwege mijn slokdarm blijven hangen en lijkt nog niet te hebben besloten of het de route naar beneden wil vervolgen of toch liever via de ingang mijn lichaam weer verlaat.

Mensen kijken

Na een nacht met een spugend kind naast me in bed te hebben doorgebracht zou ik nu best even willen slapen, maar dat doe ik niet. Mijn mond heeft namelijk de onhebbelijke gewoonte om dan naar beneden te zakken en met een beetje pech wat speeksel vanuit mijn mondhoek via mijn kin naar beneden te laten lopen. In plaats daarvan kijk ik naar de mensen die komen en gaan. En zij kijken naar mij.

De oude mevrouw van het balie-moment schuift voorbij. Zij is klaar, eerder dan ik. Met een triomfantelijke blik kijkt ze naar me en zegt opvallend hard gedag.

Een jongen die waarschijnlijk al een stempeltje van het één of ander heeft gekregen wacht tot hij wordt geroepen door de arts en gniffelt om iedereen die binnenkomt. Zijn moeder schaamt zich voor zijn gedrag. ‘Doe normaal!’ sist ze. Hij reageert door er nog een grommend geluidje bij te maken en bij iedere nieuwkomer even met zijn tanden te knarsen. De mevrouw naast hen schuift voor de zekerheid een stoeltje op.

Verstopt

Een mevrouw komt zuchtend om 8.00 uur de ruimte binnen en vertelt aan haar buurvrouw dat ze nog niets gegeten en gedronken heeft en hoe moeilijk het is dat je hier dan naast een machine met verse koffie wordt gezet. De buurvrouw heeft met haar te doen. Maar zij moest vanmorgen al om half acht opstaan om hier op tijd te kunnen zijn.
Een meneer stapt binnen en ziet mij pas na een paar minuten zitten. ‘Hee, daar zit er nog één verstopt in een hoekje,’ zegt hij, een beetje geschrokken. Hij staart naar mij, mijn tuinstoel en tassen. Hij blijft staren en schraapt regelmatig zijn keel. Hij wil een verklaring voor mijn aanwezigheid hier en zoals ik hier zit, dat voel ik wel. Ik zeg niets.

Twee forse dames stappen de wachtruimte in. Ze vullen met hun energie de hele ruimte. Alles aan deze vrouwen is luidruchtig, zelfs hun ademhaling. Ze pakken alle twee een tijdschrift, bladeren er met een razend tempo doorheen zonder te kijken en ondertussen praten ze aan één stuk door. ‘Ja , dan doe je zo je best, maar geen bedankje hè, niets.. nou de volgende keer zijn ze de mijne…’ ‘Belachelijk… O kijk daar eens, we hebben vandaag toch niet zo’n stagiair die gaat prikken hè…’ Luidruchtig haalt de ander haar neus op. ‘Nou voorlopig zijn we nog niet aan de beurt en met dit tempo zitten we hier morgen nog dus..’ Ik wil niet meeluisteren, maar het lukt niet.

Wanhoop

Ik probeer het mierzoete drankje naar mijn maag te sturen met mijn gedachten, maar er komen alleen maar boeren. Ik denk aan al die momenten thuis met mijn twee kinderen waarop ze strijden om wie er het eerste aan de beurt is of wie er voorin de auto mag zitten. De verongelijkte blikken, de verontwaardigde toon in hun stem en de meppen die ze uitdelen. Het drijft me soms tot wanhoop. Hier in deze ruimte besef ik dat het geen zin heeft om mezelf er tegen te verzetten en dat ik mijn energie beter ergens anders in kan stoppen.

Ik denk aan de oude mevrouw van vanmorgen 7.00 uur. Zij zit nu vast thuis en vertelt trots aan haar partner of kanarie dat zij de eerste was vanmorgen. Dat ze die voorkruiper (ik) toch mooi even op haar nummer heeft gezet. En dan zal ze zeggen, voordat ze een slokje van haar koffie neemt, dat er een hoop schaamteloze mensen op deze wereldbol rondlopen.

Echt belangrijk

Mijn maag rommelt. Nog 20 minuten te gaan. Ik laat nog maar eens een boer.
Dan is het zover. Voor de laatste keer stap ik het kamertje van de aardige mevrouw in en deze keer lukt het prikken gelukkig wel.
Opgelucht loop ik naar buiten en leg mijn handen even op mijn buik.
Door alles wat er om me heen gebeurde was ik bijna vergeten waarom ik hier ben. Ik sluit mijn ogen en zeg het meisje in mijn buik gedag. Als antwoord krijg ik een schopje en op dat moment weet ik weer wat echt belangrijk is.