Afke: ‘Even later probeer ik Flip de beer met ons slabestek uit de pot te vissen’

Persoonlijk

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, ZZP-er, vriendin en buurvrouw. Ze is altijd op zoek naar dat wat (aan)raakt en heeft een zwak voor imperfectie en echtheid. Daar schrijft ze over voor Famme én op haar eigen blog.

Column: Flip de beer

Met een spartelende dreumes onder mijn arm loop ik het klaslokaal van haar broer in. Schooltijden houden geen rekening met slaapjes van zusjes. Daar is hij. ‘Ik heb Flip!’, roept hij en hij zwaait uitbundig met de logeerbeer die zijn broek op zijn knieën heeft hangen. ‘Nee, niet die &*^%beer’, denk ik. Op de één of andere manier komt dat beest altijd logeren op een onmogelijk moment. Dit weekend is de deadline voor het aanpassen van mijn praktijk aan de nieuwe privacywet, een klus die ik veel te lang heb uitgesteld.

‘Wat leuk dat Flip éindelijk met ons mee mag’, zeg ik.
‘Maak dan een foto!’, roept mijn kind en duwt de beer in mijn gezicht. Ik vraag me af hoeveel tranen, vieze vingers en snotneuzen er al aan Flip zijn afgeveegd en of hij weleens gewassen wordt. Net als ik een foto wil maken is het geheugen van mijn telefoon vol.

Ik voorkom ternauwernood dat Flip in tweeën wordt gescheurd

Iets leuks

Thuis beslist de dreumes dat Flip van haar is. Ik voorkom ternauwernood dat hij door twee ruziënde kinderen in tweeën wordt gescheurd. Flip ondergaat alles met dezelfde blik. ‘Laten we iets leuks gaan doen met z’n allen’, zeg ik zaterdagochtend tegen mijn man. ‘Dat doen die andere ouders ook heb ik in het dagboek van Flip gelezen’, denk ik, maar zeg ik niet hardop. Mijn man heeft hele andere plannen en zit prima zo op de bank na een avond uit met zijn vrienden. Als hij vertelt hoe duur het etentje was krijgen we ruzie. Flip kijkt naar ons vanaf zijn Triptrapstoel. Schudt hij nou met z’n kop? Geïrriteerd draai ik hem om. De kinderen willen liever binnen blijven als ik voorstel om naar de plaatselijke speeltuin te gaan en vragen: ‘Is het al schermtijd?’

Planning

‘s Avonds moet Flip op de wc. Even later hang ik over de bril om hem met ons slabestek uit de pot te vissen. Hoewel het mij vrij weinig interesseert wat de beer draagt, vindt mijn kind dit een uiterst serieuze zaak. Lang na bedtijd ligt iedereen eindelijk met het juiste dekentje en de juiste kleding aan op de juiste plek in bed. Als ik het licht uitdoe, schiet mijn kind omhoog. Flip moet zijn tanden nog poetsen.

‘Flip is allergisch voor broccolisoep, heeft de juf gezegd’

Zondagmiddag komen we er op weg naar oma achter dat Flip nog in bed ligt. Ik rijd met een huilend kind over de A2, gillend dat ik gemeen ben omdat ik het beest niet op wil halen. Als we thuiskomen herinnert mijn kind zich ineens dat Flip allergisch is voor broccolisoep, heeft de juf gezegd. Echt waar. Uit solidariteit eet hij vanavond niet mee.

Dagboek

Zondagavond plof ik op de bank en ga bovenop Flip zitten. ‘Sorry jongen’, zeg ik. Terwijl ik mijn man hoor vloeken omdat de cartridges leeg zijn en hij de foto’s van Flip voor in het dagboekverslag niet kan printen vraag ik de beer hoe ver hij eigenlijk is met de nieuwe privacywet. ‘Kijk, wij vertellen natuurlijk niemand van die broek op je knieën, dus..’ Voor de zekerheid doe ik er een knipoog bij. Maandagochtend overhandigt mijn kind trots het dagboek van Flip aan zijn juf. Flip heeft het fantastisch gehad met al die boterhammen met chocopasta en gezellige kneuterige dingen en zo. Hij kan niet wachten tot de volgende keer.