Afke: ‘Ik voel tranen opkomen. Wat een onmogelijke opgave heb ik hem gegeven’

Janne Vogel 25 jun 2018 Persoonlijk

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, vriendin, buurvrouw en ZZP-er. In haar praktijk voor Holos Massagetherapie (www.voeling.nl) begeleidt ze vrouwen bij het (weer) vertrouwd raken met en luisteren naar hun lichaam. Afke is altijd op zoek naar dat wat (aan)raakt en heeft een zwak voor imperfectie en echtheid. Daar schrijft ze over voor Famme.

Column: Het recht om ongelukkig te zijn

‘Mama, ik voel me niet fijn.’ Ik verzamel rondslingerende kleren, ben met mijn gedachten ergens anders. ‘Hm’, antwoord ik zonder echt te horen wat mijn kind zegt. ‘Ik voel me eigenlijk al heel lang niet fijn. Ik ben ongelukkig.’ Van schrik schiet ik omhoog en stoot mijn hoofd tegen de deur van het badkamerkastje dat openstaat. Au.

Boodschap

Mijn ouders moedigden mij vroeger aan om hard te leren en goed mijn best te doen op school. Zodat ik de kansen kreeg die zij zelf nooit hadden gehad. Die boodschap is geprogrammeerd in mijn systeem en spreekt nog steeds tot mij op momenten dat ik iets moet laten zien van mijzelf. Momenten waarop ik struikel over mijn woorden en voeten en bang ben om (weer) te falen.
Toen ik zelf moeder werd besloot ik het heel anders aan te pakken. Ons kind moest helemaal niets. Als het maar gelukkig was.

Grote woorden

Ik kijk naar mijn kind dat mij net verteld heeft dat hij zich ongelukkig voelt. Ik zie zijn hangende hoofd en donkere, wat droevige blik. Mijn adem kruipt omhoog, weg uit mijn lijf en blijft ergens hangen in mijn keel. Het is net alsof mijn hart verkrampt en in mijn hoofd gaan alarmbellen af. Dit kan niet waar zijn, hij weet vast niet wat hij zegt. Hij is toch veel te jong voor zulke grote woorden? Kinderen horen gelukkig te zijn. Ik voel tranen opkomen.

Hee, gekkie

Ik ga naast mijn zoon zitten. Mijn prachtige kind. Ik wil hem vertellen dat hij geen enkele reden heeft om ongelukkig te zijn. Dat ik hem prachtig vind zoals hij is en dat hij toch veel vrienden heeft en een fijne school en dat laatst nog iemand tegen mij zei hoe leuk ze hem vindt. Ik wil hem een aai over zijn bol geven en zeggen: ‘Hee, gekkie.’ Ik wil dit niet, het moet weg. Ineens besef ik wat er gebeurt.

Binnenwereld

Zeventien jaar was ik en ik voelde me ongelukkig. Ik begreep het zelf ook niet precies. Ik droeg het gevoel al jaren bij me. Het was somber, zwaar en voelde zich een vreemde en onveilig tussen andere mensen. Toen ik mijn ouders schreef hoe ik me voelde sprak mijn vader mij streng toe en riep me op om ‘normaal’ te doen. Mijn moeder raakte in paniek. Begrijpelijk. Mijn lieve ouders, die twee kinderen hadden verloren, wilden niets liever dan dat hun enige dochter gelukkig was. Toen begreep ik dat nog niet. Ik geloofde dat er iets mis was met mij en schaamde me voor mijn dramatische brief. Ik voelde me schuldig naar mijn ouders.

Vanaf die dag besloot ik mijn binnenwereld voor de buitenwereld verborgen te houden en zette mijn glimlach op. Het werd mijn handelsmerk. Op mijn diploma-uitreiking prees mijn conrector mij in zijn toespraak voor die glimlach. Iedereen was trots, niemand zag de onderlaag. Ik was geslaagd in alle opzichten, maar het gevoel bleef.

Onmogelijke opgave

Als mijn kind maar gelukkig is. Wat een onmogelijke opgave heb ik ons kind gegeven. Ik weet als geen ander dat je geen vreugde kunt ontmoeten zonder boosheid, angst en verdriet te erkennen. Gevoelens die erbij horen en die ieder mens kent. Er bestaat niet zoiets als ‘voor altijd gelukkig zijn’. Iets wat wij met z’n allen veel te groot hebben gemaakt in deze wereld. Iets wat niet bestaat en waarmee we de ander, die het maar niet lukt om zich altijd gelukkig te voelen, aan het wankelen brengen. Het leven is een beweging en daarin komt van alles voorbij. Soepel en stroef. Mooi en lelijk. Makkelijk en moeilijk. Dansend op de toppen en diep in de put. Haat en liefde.

Luisteren

Ik kijk naar mijn zoon, maar nu echt. ‘Dat moet naar zijn om je zo te voelen’, zeg ik. Hij knikt, zucht en vertelt. Ik luister, vraag en vertel hem dan dat ik mij ook weleens zo voel. En met mij alle andere mensen op deze planeet. Verbaasd kijkt hij mij aan. Daar zitten we. De stilte die volgt is spannend, maar ook bevrijdend op een bepaalde manier. Een stilte die laat weten dat het oké is en dat er niets anders hoeft.

‘Ken jij die mop van die twee oenen die door de straat liepen?’, zegt hij na een tijdje glunderend.

Reageer op artikel:
Afke: ‘Ik voel tranen opkomen. Wat een onmogelijke opgave heb ik hem gegeven’
Sluiten