Afke: ‘Mijn kinderen zullen deze woorden voor altijd met zich meedragen’

Janne Vogel 11 jun 2018 Columns

Column: Parels

Meester Joos, mijn meester in de 4e klas van de lagere school, gaf mij af en toe een knipoog. Dat hielp. Hij wist dat het bij mij thuis even niet zo lekker ging. En die onvoldoende voor mijn proefwerk ‘vergat’ hij te vertellen aan mijn ouders. In het examenjaar van de middelbare school belde meneer Van de Fliert zelf om mij te vertellen dat ik voor mijn eindexamen was geslaagd. Hij was zo blij voor me (en waarschijnlijk opgelucht dat hij niet nog een jaar met mij zat opgescheept) dat hij me op de diploma-uitreiking spontaan omhelsde. Hij leek er zelf ook van te schrikken. Eindeloos geduld had hij dat jaar met mij gehad. Ontelbare tussenstapjes had hij op het bord geschreven in de hoop dat ik iets ging begrijpen van zijn vak. Wiskunde.

De knipoog van meester Joos draag ik voor altijd bij me. Net als die omhelzing van meneer Van de Fliert. Op momenten dat ik op wil geven denk ik aan meneer Van de Fliert en vind mijn vertrouwen terug. Op momenten dat ik fouten maak en me rot voel denk ik aan meester Joos en word weer zacht en warm van binnen.

Het onderwijs

Toen ik begon aan mijn vervolgopleiding prees onze docent ons voor onze moed. De moed om in dit werk te stappen. Daarna feliciteerde hij ons met de keuze voor het mooiste vak ter wereld. Ik had geen idee waar hij het over had. Na vier jaar, ik was 21, stond ik met mijn diploma op zak te trappelen om te beginnen. Enthousiast en vol idealen stapte ik het onderwijs in. Werken met kinderen leek mij het mooiste wat er was. Ik stond zelf niet voor de groep, maar werkte individueel met kinderen en ouders, in groepjes of samen met de leerkrachten in de groep. Iedere week bezocht ik twaalf verschillende scholen en daarnaast werkte ik op een school voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen en op een school voor Praktijkonderwijs. Soms zat ik in de teamkamer met een leerling, terwijl er om de haverklap iemand binnenkwam, soms werkte ik in de bezemkast omdat er geen andere ruimte beschikbaar was, soms zat ik in de gymzaal op een kleuterstoeltje en soms had ik een eigen kamer.

Leerkrachten

Ik leerde twee soorten leerkrachten kennen: de mensen die vol energie, met een open blik en honger naar kennis en ervaring de school betraden, en de mensen die hun tijd uit leken te zitten. Die laatste groep liet zich niet opjagen door vernieuwingen en regels, zat niet zo te wachten op samenwerken en ging altijd op tijd naar huis. De laatste groep bleef zichzelf en veranderde niet door de jaren heen. Een groot deel van de eerste groep verliet na een aantal jaren gedesillusioneerd het onderwijs, koos voor een andere functie of kwam thuis te zitten op de bank. Diagnose ‘opgebrand’. Zonder te klagen overigens.

Zelden hoorde ik een leerkracht klagen. Regelmatig dacht ik: ‘Eh.. moet jij niet naar huis?’ Maar ziek worden kan eigenlijk niet in het onderwijs. Leerkrachten laten hun leerlingen liever niet in de steek en willen hun collega’s niet opzadelen met extra werk. De meeste leerkrachten gaan door, zijn betrokken en doen met liefde wat extra werk. Dat zij nu opstaan om hun zorgen te uiten kun je zien als een noodkreet. Neem maar van mij aan dat ze dat meer voor onze kinderen en hun toekomst doen dan voor zichzelf.

‘Klaar’

Als ik op school was besteedde ik mijn tijd zoveel mogelijk aan de kinderen, leerkrachten en ouders. Iedere avond sleepte ik, net als vele andere collega’s, dossiers mee naar huis in een poging mijn administratieve achterstand wat in te halen. Elke week kwam er een nieuwe stapel bij. Om mij heen zag ik vrienden iedere extra gewerkte minuut compenseren of declareren bij hun leidinggevende.  Of zij regelden een salaris dat paste bij ‘altijd beschikbaar zijn’. Ze ontvingen bonussen en reden in een auto van de zaak. Ze vonden het belachelijk dat ik eigen geld stopte in materialen of een cursus voor mijn werk. Ze werkten in gebouwen met rustgevende waterpartijen en bedrijfsrestaurants en als hun bureaustoel verkeerd afgesteld stond weigerden ze te werken. Ik begon te begrijpen dat in het onderwijs het werk nooit ‘klaar’ was, hoe hard je ook je best deed en dat je maar beter kon zorgen dat je thuissituatie een beetje rustig was, als tegenhanger.

Overspannen

Het drong echt tot mij door toen mijn lichaam op een middag niet meer wilde. Ik begreep er niets van. Ik was 26 jaar oud, zat thuis op de bank en staarde apathisch voor me uit. ‘Overspannen’ las ik onder het kopje ‘diagnose’ in de brief van de bedrijfsarts.
De psychotherapeut waar ik terechtkwam vond het absurd dat ik de namen van alle kinderen van de scholen voor speciaal onderwijs waar ik werkte kende. Ik vond het absurd dat hij dat vond. Ik wilde zo snel mogelijk terug naar de scholen en ‘mijn’ kinderen (ik voelde me enorm schuldig) en vroeg of hij me wat assertiviteit wilde bijbrengen. Ik weet nog dat hij glimlachte. Na heel veel sessies was ik bereid om toe te geven dat hij een punt had. Toch probeerde ik het opnieuw. Maar mijn weerstand tegen alle regeltjes en administratieve rompslomp werd groter en overschaduwde steeds vaker het plezier van het werken met de kinderen. Na tien jaar was ik er klaar mee en ging op zoek naar minder administratie, een eerlijker salaris en ruimte voor meer inhoudelijke verdieping en contact. Het werk heb ik nooit gemist. De kinderen en mijn collega’s wel. Ik vraag me nog vaak af hoe het met ze zal gaan.

Zondag

Het is zondagmiddag. Ik pak een winkelkarretje net als de vrouw naast mij. Het is de leerkracht van onze middelste zoon. We beginnen een praatje. Het voelt een beetje ongemakkelijk. Zou ze wel zitten te wachten op een praatje met een ouder van school in haar vrije tijd? Ze vertelt dat ze net van school terugkomt. Ze heeft samen met haar duopartner de groep ondergedompeld in Sinterklaassfeer. Het lijkt alsof ze dat heel gewoon vindt. Werken op zondagochtend. Zonder compensatie of vergoeding. Morgen zullen alle kinderen en ouders met open mond door de groep lopen. Ze maken er bij ons op school echt iets bijzonders van. Met lichtjes, de bouwhoek die is veranderd in een stoomboot, de woonhoek die is veranderd in de slaapkamer van Sinterklaas en een open haard. Overal in de groep vind je verwijzingen naar Sinterklaas. Zal iemand beseffen hoeveel ‘eigen tijd’ zij hierin steken?

Persoonlijk

’s Avonds herinner ik mij een afspraak die ik nog door moet geven aan school. Ik stuur een e-mail naar de leerkracht van onze oudste zoon. Tot mijn verbazing krijg ik binnen een uur antwoord. Het is zondagavond. En dit is niet de eerste keer.
Ik lees het tussentijds verslag over onze oudste zoon.
‘Ik ben er om je te herinneren aan wat je allemaal kan. Wees niet bang om soms een foutje te maken, dat doe ik ook nog vaak. Bedankt voor wie je bent en wat je doet.’
De woorden raken mij. Ik vind het bijzonder dat je met dertig kinderen in je groep zo’n persoonlijk en treffend verslag kunt schrijven, met aandacht en dat dertig keer.

Ik stel me zo voor hoe deze woorden als bouwstenen op hun plek vallen en het fundament van onze kinderen verstevigen. Iets wat zij hun hele leven (onbewust) met zich mee zullen dragen. En dan leren ze ook nog lezen, schrijven, rekenen en spellen. En dan krijgen ze ook nog natuur, muziek, dans, kookles, techniek en drama. Wat fijn dat deze leerkrachten er zijn. Zij zijn de parels van het onderwijs. Wat fijn dat zij mijn kinderen iedere ochtend met open armen, blik en een glimlach ontvangen nadat ik al een hele ochtend op mijn kroost gemopperd heb. Wat fijn dat ze bereid zijn om om kwart voor zes op te staan om op tijd op school te arriveren. Wat bijzonder dat ze hun eigen tijd steken in bijvoorbeeld het versieren van de groep van mijn kinderen.

Voorrecht

En ik hou ook mijn hart vast.
Zo vaak wil ik tegen ze zeggen: ‘Doe je voorzichtig met jezelf?’
Ik moet er niet aan denken dat zij straks afstompen door alles wat er moet en niet mogelijk is. Ik moet er niet aan denken dat we ze straks kwijtraken aan iemand die beter betaalt en minder eist of omdat ze opgebrand thuis op de bank komen te zitten.

‘It takes a village to raise a child’. Wat een voorrecht dat deze mensen een stukje meelopen op het pad van mijn kinderen. Laten we tussen al die keren dat we net te laat zijn, alle vragen die we ’s ochtends aan ze stellen, de mededelingen die we doen, de kritische noten en verwachtingen die we tussen de regels door plaatsen (want we vinden ons eigen kinderen allemaal speciaal) ze laten weten dat we ze waarderen en waarom. En dat wij natuurlijk achter ze staan.
Zij zijn nodig.

Reageer op artikel:
Afke: ‘Mijn kinderen zullen deze woorden voor altijd met zich meedragen’
Sluiten