‘Als ik een vlinder of vogel zie, ga ik meteen gillen’

Handige fobie, in de zomer. Not.

Persoonlijk

De zomer is voor Sophie (33) het vreselijkste seizoen van het jaar, overal vlinders en het lijkt ook wel alsof er meer vogels zijn dan normaal. Vervelend, als je een vliegendedierenfobie hebt.

‘Ik haat de zomer. Opeens lijkt het wel alsof iemand een soort doos heeft opengedaan; overal zie ik vliegende beesten. En daar ben ik echt doodsbang voor. Hoe het begon: ik was twaalf en zat met mijn ouders bij een pizzeria, op het platteland waar we toen woonden. Ik wilde op de menukaart kijken, toen er opeens een vlinder op landde. Ik verwachtte dat niet, ik schrok me echt helemaal kapot van dat gefladder opeens. Daarvoor was ik al niet gek op vliegende dieren, maar op dat moment is mijn fobie denk ik echt ontstaan. Ik ben bang voor vliegende dieren met ondoorzichtige vleugels. Denk aan vlinders, vogels, motten. Als die ook maar een beetje bij me in de buurt komen, raak ik acuut in blinde paniek. Ga ik meteen gillen, sla ik mijn handen voor mijn ogen en wil ik het liefst keihard wegrennen. De onvoorspelbaarheid van vliegende beesten, het gefladder, ik kan er echt niet mee omgaan. Ik heb geen controle, ze lijken totaal willekeurig te bewegen, afschuwelijk.’

‘Ik zag het vleugeltje nog meedraaien in mijn wiel…’

‘Op dit moment woon ik in hartje Amsterdam. Daar zijn gelukkig weinig vlinders, maar des te meer duiven. Vreselijk vind ik dat, ik kan niet fietsen als ik een duif zie. Ik stop automatisch, waardoor ze zich vaak nóg – in mijn ogen – onvoorspelbaarder gaan gedragen. Ik rem ook met de auto, ook al weet ik dat dat gevaarlijk is. Het ergste wat ik kan meemaken is dat zo’n dier mij pijn doet, of zichzelf, door zijn paniekerige gevlieg. Dat is dus ook een keer gebeurd; er kwam eens een zieke oude duif tussen mijn spaken, ik zag het vleugeltje nog zo’n beetje meedraaien. Ik had niets liever gedaan dan hem helpen, maar ik kón het niet. Ik heb mijn fiets geschud en ben keihard weggefietst. Mijn angst was te groot. Oh, en meeuwen, ook vreselijk. Afschuwelijk, het idee dat ze opeens naar de grond duiken voor een frietje dat is gevallen, het voelt totaal onveilig, alsof ik elk moment kan worden aangevlogen door zo’n dier.’

‘Ik heb net zolang gewacht tot er iemand thuis kwam om me te verlossen van dat beest’

‘Een paar keer in mijn leven heb ik meegemaakt dat er per ongeluk een vogel was ingesloten in mijn huis of het pand waar ik werk. Dat moet mij dan weer overkomen. Toen het in mijn huis gebeurde, heb ik in paniek de deur dichtgedaan van de betreffende kamer en heb ik net zo lang gewacht tot er iemand thuis was. Ook toen ik een mot in mijn kast vond laatst moest er iemand anders aan te pas komen. Gelukkig weet iedereen in mijn omgeving van mijn ‘vreemde fobie’ – er zijn zelfs mensen die vertelden dat ze het óók hebben -, maar ik denk ook dat ik wildvreemden zou aanklampen als er per ongeluk een vlinder in de bus of tram zou zijn waar ik in zit. Ik kan er simpelweg niet mee dealen. Ik stap dan nog liever uit en kom iets later op mijn afspraak, dan dat ik nog één halte langer bij dat enge beest in de buurt ben.’

Nog zo’n ‘aparte fobie’ is misofonie: angst voor zachte geluiden, dat heeft Kim. >

Herken je de angst van Sophie? Praat erover mee op Facebook!

Meer leuke content? Like ons op Facebook