‘Alsof het een wedstrijdje is, waarvoor ik gediskwalificeerd ben’

Anne Broekman 8 jun 2016 Kids

Ons frummeltje is inmiddels ruim veertien maanden oud. Ze is lief, lacht veel en heeft een heerlijke bos met krullen. Ze kan klappen in haar handjes en zei laatst haar eerste woordje (voor de geinteresseerden: dat was ‘aai’ toen ze een hond in haar vizier kreeg). Maar verder doet ze nog niet zo gek veel, en dat vind ik helemaal niet erg. Nu de buitenwereld nog.

Met de geboorte van mijn dochtertje opende zich een compleet nieuwe wereld voor mij. Ik wist ineens hoe spuitluiers eruit zien én ruiken, wat er ‘s morgens rond zes uur op tv is (niet veel soeps) en wat de term projectielbraken inhoudt. Bovenal ervoer ik een liefde die dieper gaat dan welk gevoel dan ook. Maar ook maakte ik ineens kennis met De Concurrentiestrijd der Moeders. En daar was ik geheel niet op voorbereid.

baby stapjes

Stressen, rennen, vliegen

Terwijl om me heen de meeste baby‘s zich in een rap tempo ontwikkelen, doet ons kleintje alles op haar gemakje. Omdraaien van rug naar buik en weer terug? Het duurde zeker zes maanden voordat ze zich eraan waagde – en dan nog per ongeluk, zo vermoedde ik aan het nijdige gekrijs te horen. Kruipen doet ze nog steeds niet, ze verplaatst zich al schuivend op haar pamperkont door de kamer. Met staan moet ik haar een beetje ondersteunen en lopen vertikt ze vooralsnog. Eigenlijk vind ik het wel grappig, die mañana mañana-houding van haar. Bovendien scheelt het me vooralsnog een hoop gestress, geren en gevlieg: breekbare vazen behoeden voor grijpgrage handjes, ontelbare valpartijen met bijkomend oorverdovend gekrijs, ‘ikke zeluf doen’-discussies.

Lastig: als je bevriend bent met een concurrentiemama…

Maar regelmatig polsen andere moeders wat mijn kleintje nu ‘allemaal al kan’. Wanneer ik eerlijk zeg dat er nog niet zo heel veel beweging in zit, krijg ik verbaasde reacties. ‘O, zegt ze echt nog niets/zet ze nog geen stapjes/trekt ze zichzelf niet omhoog?’ Zelf kunnen hun dreumessen al abseilen, stijldansen en vloeiend Russisch, als ik ze mag geloven (ik overdrijf graag, laat me nou maar). Onder sommige moeders lijkt wel ‘hoe sneller, hoe beter’ het motto. Alsof het een wedstrijdje is, waarvoor ik gediskwalificeerd ben. Een wedstrijd waaraan ik niet eens mee wíl doen, trouwens. Tuurlijk is er niets mis het met stimuleren van je kind, maar iedereen ontwikkelt zich op z’n eigen tempo en manier, vind ik. En op enkele uitzonderingen na loopt dat vanzelf wel los – letterlijk. Maar toch knaagt het soms aan me, al die vragen, opmerkingen en vergelijkingen met andere kinderen.

Mentale checklist

Onlangs waren we op vakantie en zat ik in het vliegtuig naast een wat oudere, Duitse vrouw. Ze vroeg me hoe oud mijn dochtertje was. Veertien maanden, antwoordde ik. En omdat ik mijn borst al nat maakte voor de checklist ‘kan ze al…(vul activiteit naar keuze in)’ voegde ik daar aan toe: ‘Aber nicht stehen oder kraufen kriechen’ (voor de taalpuristen: inmiddels weet ik dus dat ‘kraufen’ geen woord is. Maar deze vrouw begreep me, heus!) De Duitse wuifde mijn woorden weg met een simpel: ‘Ach, we moeten ons hele leven al staan en lopen.’ En gelijk heeft ze.

Trek jij je iets aan van de concurrentiestrijd onder moeders? Praat met ons mee!

Heel fijn: 11 dingen die handig zijn om te weten als je baby gaat lopen.

Reageer op artikel:
‘Alsof het een wedstrijdje is, waarvoor ik gediskwalificeerd ben’
Sluiten