Anne: ‘Ik begrijp niet waarom we in Nederland zo kortzichtig reageren op de Donorwet’

Persoonlijk

‘Ik was eigenlijk van plan om over iets leuks en normaals te schrijven, maar ineens viel me iets op. Terwijl mijn dochter net in bed ligt (in een peuterbed waar ze dus zelf in en uit kan) en ik lig te wachten totdat ze slaapt, omdat ze anders onze hele bovenverdieping vernielt, ben ik door Facebook heen aan het scrollen.

Ik zie een reactie van een zogenaamde vriend op een artikel over de nieuwe donorwet. Er staat: ‘We zijn voortaan gewoon bezit van de staat, belachelijk!’ Een stukje verder zie ik dat er al tienduizenden mensen hebben aangegeven GEEN donor te willen zijn, en dat binnen één dag.

Ik schrik enorm, want ik had gehoopt lieve landgenoten, dat ons Nederland het land van de eindeloze mogelijkheden, de levenskwaliteit van mijn dochter zou kunnen verbeteren. Mijn dochter kan namelijk niet zonder donor. Mijn dochter, die op de dag af drie jaar geleden is geboren en niet eens weet wat een donor is, is onder andere afhankelijk van de mensen die zich op Facebook ‘bezit van de staat’ noemen.

Begrijp me niet verkeerd hoor, ik begrijp ook dat als je een naaste verliest je niet graag nog laat snijden in een kostbaar bezit om verschillende ingewanden te verdelen onder onbekende mensen. Maar ik snap niet dat wij als ruimdenkend Nederland, waar godzijdank iedereen mag zijn wie die wil, waar mannen met mannen en vrouwen met vrouwen kunnen trouwen, waar we kinderen krijgen uit buisjes en waar de medische mogelijkheden eindeloos zijn, zo kortzichtig reageren op deze nieuwe donorwet.

En misschien moet ik me niet zo druk maken, want hopelijk past de nier van papa of oma gewoon bij mijn dochter. Maar er zijn zoveel onschuldige kindjes die liggen te wachten op een orgaan van een ander wat noodzakelijk is om kind te kunnen zijn. Die niet naar school kunnen, die niet kunnen leren fietsen zonder zijwieltjes, die geen snoepje mogen op hun verjaardag en gewoon niet kunnen doen wat een kindje in ons fijne Nederland hoort te doen.

Ik ben niet op zoek naar medelijden of ik wil geen onbegrip veroorzaken. Ik zou alleen zo graag willen dat je nog één keer goed nadenkt voordat je je bezit van de staat voelt, voordat je nee aankruist of voordat je besluit om je overleden naaste niet als donor te zien. En als je na een keer nadenken nog steeds niet overtuigd bent, probeer er dan alsjeblieft nog een keer over na te denken.

Niet alleen mijn dochter, maar dochters en zonen van zoveel mensen liggen te wachten in een ziekenhuisbedje totdat er iemand is die begrijpt hoe belangrijk onze donoren zijn.’