Angst om auto te rijden? Joh, dan heb je waarschijnlijk gewoon autorijdyslexie

Persoonlijk

Toen ze onlangs de column van Aaf Brandt Cortius over autorijdyslexie las, wilde Famme’s Anne haar het liefst zoenen. Ein-de-lijk erkenning voor de ‘aandoening’ waar ze zelf ook al veertien jaar aan lijdt. Want autorijden? Dat never nooit meer.

Autorijden

‘Ik heb autorijdyslexie. Dat is dat je geen auto kunt rijden. Je kunt het ook niet leren. Ook niet van een heel aardige rijleraar. Je kunt het ook niet in een automaat of via een speciale cursus voor neurotische, angstige vrouwen. Ja, je kunt wel rijden op een geheel leeg parkeerterrein dat nooit eindigt, in een onbevolkte wereld. Maar daar heb je niets aan,’ zo schrijft Aaf in haar Volkskrant-column. En over het onbegrip dat ze hierover van omgeving ontvangt: ‘Van iedereen wordt elke angst, neurose en afwijking geaccepteerd, besproken en omarmd, althans, daar doen we allemaal ons best voor, maar als je met een open blik en lieve, natte ogen tegen iemand zegt dat je je ongeveer niets engers kunt voorstellen dan met 100 kilometer per uur invoegen op de snelweg, dan nemen ze je niet serieus.’

LEES OOK: Angstig aangelegd? Dan kun je dit waarschijnlijk heel goed!

Buikpijn van de zenuwen

Halle-freaking-lujah, dacht ik toen ik deze woorden las. Herkenning alom, namelijk. Ook ik heb het autorijden opgegeven. Maar in tegenstelling tot Aaf heb ik uiteindelijk wél mijn rijbewijs gehaald (als ik ergens aan begin, maak ik het ook af). En het was een lijdensweg, kan ik jullie vertellen. Ik heb er ruim anderhalf jaar over gedaan om het ‘felbegeerde’ roze papiertje te halen. Het heeft me duizenden euro’s gekost en vooral veel stress opgeleverd. Voorafgaand aan elke les had ik buikpijn van de zenuwen. Om over de examens nog maar te zwijgen. Pas de zesde keer was het raak, na het tweede (!) speciale faalangstexamen.

Haperen en stuiteren

Het eerste wat ik dacht toen ik hoorde dat ik geslaagd was, was niet: jippie, nu mag ik gaan rijden. Nee, nope, in de verste verte niet. Ik dacht: eindelijk, ik hóef niet meer. Ik heb daarna nog één of twee keer in onze oude Fiat Cinquecento gereden. Nou ja, rijden is een groot woord. Ik kan het eerder haperen en stuiteren noemen. Steeds had ik de verkeerde versnelling te pakken, en steeds sloeg dat ding af. En ik weet het: écht rijden leer je pas ná het halen van je rijbewijs. Maar ik wilde echt niet meer. En zo gebeurde het dat ik mijn rijbewijs uiteindelijk alleen maar gebruikte als legitimatiebewijs. Ongekreukt, ongebruikt en strakroze zat het ding in mijn portemonnee.

Goedbedoelde adviezen

Ik had zelf al gauw vrede met deze ‘handicap’. Ik kwam overal waar ik wilde op mijn fietsje of met het OV. Geen enkel probleem hoor, riep ik stoer. Hoewel: perspresentaties waren soms op onmogelijke plekken en het was wel vervelend om altijd in de gaten te houden wanneer de laaste trein/bus/metro vertrok. Maar toch, ik redde mezelf wel. Lastiger waren de reacties van anderen. Ontelbaar vaak kreeg ik weliswaar goedbedoelde, maar daarom niet minder irritante ‘adviezen’. Meestgehoord: ‘Joh, je moet je er gewoon overheen zetten.’ En: ‘Waar ben je nou zo bang voor? Je hebt toch ook leren fietsen?’ Of: ‘Het is zó makkelijk! Zal ik een keer met je gaan rijden?’ Laat. Me. Met. Rust.

Kolos van staal en rubber

De vraag waar ik dan zo bang voor ben is trouwens wel een interessante. Het is een combi van vanalles. Ik ben bang om op cruciale momenten domme beslissingen te nemen. Iets waarvan andere mensen dan later zeggen: ‘Duh, dat is het láátste wat je dan moet doen.’ Ik ben bang om een ongeluk te krijgen en mezelf en anderen in gevaar te brengen. Bovenal ben ik bang dat ik de auto, die kolos van staal en rubber, niet onder controle heb. Zo voelt het voor mij: alsof dat ding mij bestuurt, in plaats van andersom. Maar de afgelopen twee jaar, eigenlijk sinds de geboorte van mijn dochter, begint er iets te knagen. Hoe fijn zou het zijn als ik haar in de auto kan zetten en gewoon naar een vriendin, het zwembad of de dierentuin kan rijden? Ook voel ik me schuldig naar mijn man toe. Hij is altijd de sjaak (oftewel: de BOB) na feestjes. Dus misschien moet ik toch maar eens naar al die adviezen gaan luisteren.

Gedeelde smart

Schrale troost: ik sta er niet alleen voor. RTL Nieuws plaatste een artikel over ‘autorijdyslexie’ en daar kwamen honderen reacties op. Van anderen die zich hierin herkenden (‘Dit ben ik!’) en nooit (meer) wilden rijden. Dat deed me goed. Gedeelde smart is halve smart, zoiets. Aaf besluit haar column met de woorden dat ze best een praatgroep hierover wil beginnen. Ik ben de eerste die zich zal aanmelden. En ik kom wel met de bus.

Welke gebruik jij? Dit zijn echt de 5 grootste bullshit excuses om geen rijbewijs te halen

Meer leuke content? Like ons op Facebook