Interview: Tania had baarmoederhalskanker tijdens haar zwangerschap: ‘Mijn kindje aborteren, dat wilde ik niet’

Persoonlijk

Tania Bongers zat op een roze wolk toen ze zes jaar geleden zwanger raakte. Tot artsen er aan het eind van het eerste trimester achter kwamen dat er een tumor op haar baarmoederhals groeide. Ze doet haar verhaal aan Famme, om de bekendheid rondom het HPV-virus – dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken – te vergroten.

Afwijkend weefsel

Tania: ‘Ik was heel gelukkig toen ik twee streepjes op mijn zwangerschapstest zag. Aan het begin van mijn zwangerschap ging alles goed. Ik was niet misselijk, dus kon ik volop genieten. Ik zat totaal op mijn roze wolk, tot ik na drie maanden voor een echo naar de verloskundige moest. Daar zagen ze afwijkend weefsel op mijn baarmoederhals.’

‘Ik kan me nog goed herinneren dat ik daar op die tafel lag en de verloskundige zei dat ze iets zag waarvan ze dacht ‘dat het niet helemaal goed was’. Een tumor, dacht ze. Ze kon natuurlijk niet zien of het weefsel goed- of kwaadaardig was, daarom hield ik mezelf vol dat het vast niks ernstigs was. Ik had immers nergens last van en voelde me top.’

Dodelijke ziekte

‘Ze stuurde me door naar het ziekenhuis, waar artsen een biopt namen van het weefsel op mijn baarmoederhals. Toen ik de uitslag hoorde stond mijn wereld in één klap stil. Ik had kanker. Baarmoederhalskanker. Ineens had ik een dodelijke ziekte. Iedereen weet dat je op een dag dood zult gaan, maar als je zulk nieuws krijgt is dat ineens dichterbij dan ooit. Afschuwelijk.’

‘Ik had enorm veel vragen die non-stop door mijn hoofd gingen, maar waar nog niemand het antwoord op wist: overleef ik het? Overleeft mijn kindje het? Ben ik hier volgende maand nog? Ga ik dood? Zal ik mijn kindje ooit zien? Afschuwelijk was dat, die onzekerheid. Er zijn nachten geweest dat ik aan één stuk door heb gehuild.’

Flinke tumor

‘Ik werd de dag na de uitslag van het biopt door allerlei scans en apparaten getrokken om te kijken of de kanker was uitgezaaid. Godzijdank konden de artsen niks vinden en zat het alleen op mijn baarmoederhals. Het bleek een flinke tumor van 4,5 bij 6 centimeter.’

Mijn kindje aborteren, dat wilde ik niet

‘Na de scans had ik een gesprek met mijn arts over de mogelijke behandelingen. In dat gesprek werd er tegen me gezegd dat het me aangeraden werd om mijn kindje te laten aborteren en daarna te beginnen met chemotherapie. Toen ik dat hoorde dacht ik meteen: nee, mijn kindje aborteren, dat wil ik niet.’

Gered

‘Mijn ongeboren kindje had mij immers gewaarschuwd voor de kanker. Als ik niet zwanger was geweest, was ik er waarschijnlijk pas veel later achtergekomen dat ik kanker heb, en was het hoogstwaarschijnlijk te laat geweest. Dit kindje heeft me gered, dacht ik. Dat laat ik niet zomaar weghalen.’

Andere chemotherapie

‘omdat aborteren geen optie was, ging ik zelf op zoek naar andere mogelijkheden. Ik heb nachtenlang op internet gezocht naar cases die overeenkwamen met de mijne en vond een verhaal van een vrouw in België, die ook chemotherapie kreeg tijdens haar zwangerschap. Ik zocht contact met de arts die haar behandeld had en kreeg al snel een reactie.’

‘Het ging om een chemokuur waarvan de werkzame moleculen groter zijn en daarom niet door de placenta kunnen dringen. In Nederland was daar nog weinig over bekend, maar mijn Nederlandse arts wilde wel in overleg gaan met die in België.’

Intens slecht

‘Uiteindelijk wilde mijn behandelend arts het proberen en heb ik in totaal vijftien keer chemotherapie gekregen. Hoe goed ik me voelde aan het begin van mijn zwangerschap, zo intens slecht ging het toen met me. Ik werd vreselijk ziek van de chemo, was kaal en liep ook nog eens met een toeter van een buik rond.’

‘Ik kon niks meer dan alleen op de bank liggen. Vooral tijdens de eerste twee weken van een chemoronde. In de derde week voelde ik me wat beter en deed ik er alles aan om in een positieve vibe te blijven. Ik deed reiki met vriendinnen en ging naar een schildercursus. Dat hielp me enorm die zware weken door te komen.’

De tumor bleek nog groter te zijn dan toen ik met de chemo begon

Slecht nieuws

‘Na vijftien weken chemotherapie kreeg ik een controlescan. Ik was inmiddels 32 weken zwanger. De uitslag was afgrijselijk: de tumor was nog groter dan toen ik met de chemotherapie begon. Er zat niets anders op dan te stoppen met de chemotherapie en mij te opereren aan de tumor. Maar dan moest ik wel eerst bevallen van mijn toen nog premature kindje.’

Spoedkeizersnede

‘Ik had helemaal niks meer te zeggen. Om mij en mijn kindje te redden kreeg ik een spoedkeizersnede. Ik was doodsbang, want mijn baby was nog zo klein. Ik was ontzettend bang dat ze blijvend letsel zou overhouden aan de vroeggeboorte of de chemotherapie. Ik leefde in totale angst, maar had ook de kracht om positief te blijven. Dit moest goed komen. Ik hoopte dat mijn kindje dit zou overleven.’

‘De operatie duurde in totaal zes uur. Eerst werd mijn dochter geboren en daarna werd mijn baarmoeder, inclusief omliggend weefsel weggehaald. Allemaal in één keer. Er konden honderd dingen misgaan, maar godzijdank is alles goed gegaan. Al het kwaadaardige weefsel was verwijderd en mijn dochter bleek kerngezond.’

Uitstrijkje

‘Ik ben me heel erg bewust van het geluk dat ik heb gehad. Mijn dochter heeft er niks aan overgehouden en is een ontzettend blij en gelukkig meisje. Net als haar moeder, trouwens. Wel ben ik me ervan bewust hoe belangrijk een uitstrijkje is, en dat je een oproep voor zo’n uitstrijkje niet naast je neer moet leggen. Ik heb dat toen niet gedaan, en wellicht was ik als ik wel had gereageerd, niet ziek geworden tijdens mijn zwangerschap.’

Boek

Tania schreef een boek over haar ingrijpende verhaal en wil graag drie exemplaren weggeven onder de Famme-lezeressen. Like of reageer onder het artikel op Facebook en maak kans op Tania’s boek De Dag Dat Ik Doodging.

Artsen zeiden deze moeder haar zwangerschap af te breken, maar dat deed ze niet

Meer leuke content? Like ons op Facebook