Skinny Fat: ben jij slank, maar eigenlijk toch (te) dik?

Nee, we willen je geen complex aanpraten

Body & beauty

‘Slank, maar toch te dik – ben jij skinny fat?’ Deze streamer prijkte afgelopen jaar op een uitgave van de Santé aka ‘het gezondste blad van Nederland’ (hun eigen slogan). Ik, fervent tegenstander van (vrouwen)bladen die te veel en te vaak schrijven over dik en dun en al helemaal als daar het woord ‘skinny’ aan te pas komt, was geïntrigeerd.

Skinny fat, say what? Dat zijn dus mensen die aan de buitenkant dun zijn, maar van binnen eigenlijk toch te dik. Aangenaam kennis te maken. Thin Outside, Fat Inside. Voordat je – zoals ik aanvankelijk – denkt dat dit gaat om een vervelende afslankmethode die erop gebrand is om elke, ook de ‘skinny’ vrouw een complex aan te praten, dat is het dus niet.

Waar hebben we het dan wèl over? Over het feit dat overgewicht niet altijd te zien is, zo valt in het bewuste artikel te lezen. Ook mensen die aan de buitenkant dun zijn, kunnen van binnen (te) dik zijn: is de boodschap. Je lichaam en de weegschaal vertellen schijnbaar niet altijd het ware verhaal.

Het fenomeen Skinny Fat vormt een ‘risico’ voor de gezondheid. Want magere mensen kunnen namelijk net zo goed risico lopen op aandoeningen die normaal gesproken vooral worden geassocieerd met obesitas en overgewicht, zoals hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 – aldus de auteur.

Sumoworstelaars zijn níet te dik

Nou ja, dat is ook niet helemaal waar, maar geciteerd hoogleraar Jimmy Bell van het Londens Imperial College haalt sumoworstelaars als gezellig voorbeeld aan. ‘Uit MRI-scans van sumoworstelaars blijkt dat zij een dikke speklaag onder de huid hebben, maar dat er nauwelijks vet tussen hun organen zit, waardoor ze minder gezondheidsrisico’s lopen. Althans, minder dan je zou denken op basis van hun forse gewicht en eetpatroon van 5000 kilocalorieën per dag.’

Visceraal vet

Daartegenover noemt Bell mensen met een ‘normale’ Body Mass Index (BMI). Hij onderzocht de afgelopen jaren 800 Britten en ontdekte namelijk dat bij mensen met een normale BMI, vaak toch veel vet verborgen zit tussen de organen. Visceraal vet heet dit. En juist dit viscerale vet is schadelijker dan vet dat direct onder de huid opgeslagen wordt (subcutaan vet).

Waarom dat precies schadelijker is, is (nog) niet geheel duidelijk, maar men vermoedt dat visceraal vet vooral de lever schade berokkent. Ook kan vetweefsel in de buik stoffen produceren die tot ontstekingen leiden, wat invloed heeft op je immuunsysteem en hormoonhuishouding.

Waardeloos vetmeetapparaat

‘Of je een sumotype bent dat vet onder de huid opslaat, of dat je het tussen je organen verzamelt, valt met het blote oog niet te zien,’ wordt geschreven. Ook het vetmeetapparaat in de sportschool vertelt je dit niet. Hoe je vet precies verdeeld is, kun je alleen zien op een MRI-scan,’ aldus hoogleraar voeding en metabolisme Sander Kersten die in het artikel eveneens geciteerd wordt.

BMI: onderwerp van discussie

Het BMI is al langer een heikel punt. Het getal dat de verhouding tussen de hoeveelheid vet en je lichaamsmassa aanduidt, zou een te strakke grens trekken, vindt Kersten. ‘Iemand met veel spiermassa heeft ook een hoge BMI’. Zijn voorstel: een combinatie van het BMI en middelomtrek. ‘Een lage BMI met een lage middelomtrek is gunstiger dan een lage BMI met een relatief hoge middelomtrek’. Lichamelijke conditie en je fitheid is volgens verschillende onderzoeken een betere graadmeter dan je BMI.

Uit onderzoek onder mensen met hetzelfde BMI bleek dat de één meer vet onder de huid had zitten, en de ander juist diep in de buik. Die laatste had echter een hogere middelomtrek.

Nog wat leuk cijfermateriaal: de gemiddelde vrouw tilt 3,08 liter visceraal vet met zich mee (tegenover 5,4 liter vet die mannen gemiddeld meezeulen). Als je denkt: ‘goh, 3 liter, da’s veel!’ – dat klopt, zegt Kersten, dat is ook veel.

Visceraal vet is here to stay

En dan nu de hamvraag: hoe kun je van dit viscerale vet afkomen en je vetverdeling beter ‘organiseren’? Simpel: dat kan je niet. Volgens de hoogleraar is er nog geen studie die bewijst dat je door eetgewoonten of andere aanpassingen invloed kunt uitoefenen op de huishouding van je (viscerale) vet.

Wat kun je wél doen?

Pure, onbewerkte groenten, fruit en volkoren granen eten. Toegevoegde suikers mijden en regelmatig bewegen. Vooral je spiermassa op pijl houden is verstandig. Uit onderzoek van de universiteit van Rochester blijkt dat vrouwen tussen hun twintigste en hun vijftigste gemiddeld een kwart kilo aan spiermassa verliezen, terwijl er tegelijkertijd een halve kilo aan vet bijkomt. Lekker dan.

De moraal van het verhaal

Door je regelmatig fysiek in te spannen – van stevig wandelen tot krachttraining – behoud je je spierkracht, verbrand je vet en blijf je slank. Aan de buitenkant én de binnenkant!

Had jij al van skinny fat gehoord? Reageer op onze Facebook!

Op de gezonde tour? Hier staan 7 powerfoods voor een gezonde mama en (ongeboren) baby >

Meer leuke content? Like ons op Facebook