Lezeres schrijft brief aan zieke vriendin: ‘Je bent er nog. Iedere ochtend ben ik opgelucht’

Nieuwe rubriek!

Persoonlijk

Soms wil je gewoon even iets kwijt. Aan je schoonmoeder. Die ene leraar van de school van je kind. Je bloedeigen vent. Of een vriendin. Iemand die ziek is. Voor Famme zijn we op zoek naar jullie bijzondere, ingrijpende, hilarische of tranentrekkende odes aan iemand uit je omgeving.

Deze week schrijft lezeres Mette een brief aan iemand aan wie ze vaak moet denken, en wel hierom:

Lief meisje,

Zondagavond 1 januari was het, toen je me een berichtje stuurde dat het wel eens ‘t laatste kon zijn. Je voelde je slecht, zei je. Het idee om te gaan slapen was eng, beangstigde je. Dat had je al eerder gezegd tegen me, dat je het spannend vond om te gaan slapen. Nu voelde het anders. Er kwam nog even een arts langs liet je weten, meer dan dat zei je niet.

Niet dat je blauw zag van de pijn en benauwdheid. Niet dat je lichaam vertikte te ademen. Niet dat je lijf het opgaf, de ziekte niet meer aankon.

De ziekte waarvan ik lange tijd niet wist wat het was. Wat ook niet uitmaakt, het verandert niets. Het verandert niets om te weten wat je hebt. Om te weten wat ervoor zorgt dat je lichaam niet sterk genoeg meer is zich ertegen te verweren. Het verandert niks aan het einde dat aan je leven gaat komen.

Ik hoorde niets van je, de maandagochtend na de avond dat je bang was te gaan slapen. Ik wist nog niet waarom. We hadden pas twee dagen weer contact en ik had niet gelijk door dat ik me zorgen moest maken. Tot ik ook dinsdag niks van je hoorde, terwijl ik wel vroeg hoe het ging. Pas ’s avonds kreeg ik een berichtje, gestuurd vanaf jouw telefoon. Niet door jou. Door je beste vriendinnetje, wie niet zo goed wist hoe ze mij dan moest aanspreken. Maar ik stond op de lijst van mensen die op de hoogte gebracht moeten worden wanneer het slecht met je gaat.

Terwijl ik je eigenlijk nauwelijks ken.

Onbedoeld hebben we elkaar op afstand leren kennen. Jij mij omdat ik schreef, ik jou omdat ik wist van de uitslag. De uitslag waarover je me vertelde omdat je juist niet goed kende. Je was gewoon een Tinder match, een meisje waarmee ik kuste omdat ik daar ‘zin in had’, waar jij heel hard om lachte. Daarna kusten we niet meer, wel misten we allebei het contact wat er daarvoor was. Waarin jij afleiding vond, een uitlaatklep. Waarin ik mijn zorgen voor een ander kwijt kon.

Je was in shock geraakt de zondagnacht nadat je bang was. Op dinsdagavond hield de AML je lichaam in slaapstand en de artsen vreesden het ergste. Maar ze waren naïef, hadden geen idee van de kracht in jou. Je hebt jezelf uit die stilte losgerukt. Bibberende berichtjes lichtten woensdagochtend het scherm van mijn telefoon op: je was er weer.

Een gedicht stuurde ik je door, ergens eind november. Of je het mocht gebruiken, vroeg je begin december. Het ging slecht, misschien wel te slecht. Huilend antwoordde ik dat het mocht, overtuigd dat je mijn tranen in dat berichtje kon lezen. Het was niet je bedoeling mij verdrietig te maken. Zo ben jij. Het liefst begeef je je, zelfs nu, met enkel vrolijkheid, gezelligheid en blije mensen. Al is het maar om de spontane tranen aan te kunnen.

Voor eeuwig

En als ik dan mijn ogen dichtdoe
Het geluid wegsterven zal
Dan probeer ik mij te voelen
En te weten hoe het gaat

Met mijn ogen gesloten en armen langs
Mijn lichaam lang gestrekt vertrokken
De stilte die niks horen laat
Zonder te weten ooit nog terug te zijn

Dan zal ik proberen te weten
Hoe het geluid nog klonk
Met mijn armen nog bewogen
Mijn gedachten bij wat ik zag

Dan zal ik proberen te weten
Hoe het was wat was geweest
Hoe zal zijn wat nog komt
Te vertellen wat het einde is

En als mijn ogen dan gesloten zijn
En voor eeuwig dicht zullen blijven
Dan zal ik proberen te weten
Wat eeuwig voor eeuwig betekent

Nu is het februari. Je bent er nog. Iedere ochtend ben ik opgelucht als je me goedemorgen stuurt. Iedere dag ben ik verontrust als je daar een paar uur op laat wachten. Of drie dagen, toen je laatst weer door je lijf in slaap gehouden werd. Als ik bij je ben, zo eens per week, klamp je je aan me vast. Dan lachen we. Dan praten we.

Je hebt een vrijbrief voor alle dagen dat jij je lijf overwint.

Dan mag je lachen, drinken, roken, vrijen, neuken, knuffelen, liefhebben, huilen, omarmen, hopen, dromen, slapen, fantaseren, maken, creëren, verrassen, verbazen, verwachten zonder te wachten. Wacht niet op morgen, niet op straks. Doe het nu. Knuffel nu. Lach nu. Droom nu. Vrij tot je niet meer kan. Heb lief tot de ander er misselijk van is. Huil met tranen zo groot als knikkers. Maak je leven mooier dan dat van een ander ooit zal zijn.

Lief meisje. Ik ben blij dat ik je ken. Ik geniet van alle dagen dat jij je lijf overwint.

Wil jij ook iets kwijt? Doe mee aan onze nieuwe rubriek

Stuur je brief (met aanhef) van maximaal 450 woorden naar [email protected] met daarbij in elk geval je voornaam en je leeftijd o.v.v De Brief. Foto mag, hoeft niet. De tofste brieven kiezen we uit en publiceren we op Famme.

Meer leuke content? Like ons op Facebook