Brugklasmentor zorgt dat ‘buitenbeentje’ er weer bij hoort

Kids

Al eerder lazen we deze prachtige boodschap van een lerares. Het onderstaande verhaal vonden we op Hetkind.org en is van brugklasmentor Neomi Lotte. Zakdoeken bij de hand? Want het is ongelooflijk sterk. Wat een wereldvrouw die Neomi.

Neomi ziet ‘haar’ kinderen van heel dichtbij en ontdekt groepen en eilanden. Er is alleen één eiland, die bestaat uit slecht één persoon. Een meisje met rolschaatsschoenen die telkens gepest wordt. Neomi kan het niet langer aanzien en onderneemt actie: ‘Wie gaat er over de streep?’

Ze schrijft:

Twee jaar geleden was ik co-mentor van een brugklas. Heerlijk om samen ‘papa’ en ‘mama’ op school te kunnen zijn en alle administratieve rompslomp te kunnen delen. Als ‘alleenstaand ouder op school’ is het soms best pittig om een klas van 22 brugpiepers, waarvan vele een te zware rugzak dragen, onder je hoede te krijgen. Je wilt immers recht doen aan de behoeften van alle kinderen. En wat zij vooral nodig hebben – en ook vragen – is aandacht. Soms voor een goede grap. Een andere keer voor bijles. Af en toe voor een knuffel en spijtig genoeg in te veel gevallen om een traan te laten omdat ze iets heel naars hebben meegemaakt.

De leerling die zijn vader neergeschoten heeft zien worden. De leerling die ontvoerd is. De leerling die heeft gezien dat zijn vriendje werd neergestoken. De leerling die thuis wordt mishandeld. De leerling die automutileert. De leerling die haar vader verliest. De leerling die seksueel wordt misbruikt. De leerling die intens gepest wordt. De leerling die in zijn vaders armen lag toen de vader stierf. De leerling die niet meer wil leven. Zomaar een greep uit de verschillende zware rugzakken.

En dan zijn ze nog maar 12 of 13 jaar… Toch merkte ik dat het co-mentorschap ook een nadeel kent. Ik had zelf niet het mentoruur met de kinderen, waardoor ik ze in principe alleen zag tijdens de lessen Nederlands. Dan moest er keihard gewerkt worden om leerachterstanden weg te werken. Daar waren we dan ook altijd mee bezig en het begon steeds meer aan me te knagen.

De verbinding was ver te zoeken. Ook tussen mij en de leerlingen voelde ik een enorme afstand. Gelukkig kwam daar – doordat ik geïnspireerd raakte door het programma ‘Over de streep’ – verandering in.

Op donderdagmiddag zou ik ‘gewoon’ een les Nederlands geven, maar mijn intuïtie had andere plannen.

“Ze zit alleen en er worden nare opmerkingen naar haar hoofd geslingerd.”

Het begin van de les. Ik voel en zie de spanning die er hangt tussen mijn leerlingen. Het meisje met de rolschaatsschoenen is weer de pineut. Ze zit alleen en er worden nare opmerkingen naar haar hoofd geslingerd.

Nu is het klaar. Dit kan zo niet langer. Geen tijd voor het vak Nederlands. Er zijn belangrijkere zaken te doen. En dat moet nú gebeuren. ‘Jongens, allemaal je boeken opbergen: we gaan het lokaal verbouwen. Alle tafels en stoelen mogen aan de kant.’ De leerlingen kijken me enigszins verbaasd aan, maar doen wat ik van ze vraag. Om eerlijk te zijn heb ik op dat moment nog geen idee wat ik precies ga doen en wat het teweeg zal brengen. Ik twijfel dan ook even aan mezelf, maar besluit toch weer vertrouwen te hebben in mezelf. Ik neem het risico. Wat ze bij ‘Over de streep’ kunnen, kan ik toch ook wel?

Ik laat de leerlingen een denkbeeldige streep zien midden in het lokaal en leg uit dat we een soort spel gaan doen om elkaar beter te leren kennen. Alle leerlingen staan aan één kant van de streep. Ik vraag de leerlingen over te steken als ze ooit in hun leven zijn gepest. De meesten steken over.

“Nu wordt het spannend, want ik vraag wie er in deze klas wordt gepest.”

Nadat de leerlingen terug zijn gelopen, vraag ik of degenen willen oversteken die op de basisschool zijn gepest. Een groep kinderen steekt over. Weer lopen de kinderen terug. Nu vraag ik of de leerlingen die bij ons op school worden gepest willen oversteken. De meeste kinderen blijven staan.

Slechts een handjevol steekt over. Nu wordt het spannend, want ik vraag wie er in deze klas wordt gepest. Ik hoop op dat moment dat het meisje op de rolschaatsschoenen durft over te steken. En ze doet het! Daar staat ze dan. Weer alleen op haar eiland, want ze is de enige die oversteekt. Ik ga naast haar staan en vraag aan haar hoe het voelt om 22 paar ogen op zich gericht te hebben. Ze barst in snikken uit. Ik pak een stoel voor haar en ga naast haar zitten. Aan de rest van de klas vraag ik of zij op de grond willen gaan zitten.

Ik vraag aan de klas hoe zij denken dat het voor haar zal voelen om als enige overgestoken te zijn. De een na de ander zegt te kunnen zien dat ze zich heel rot voelt. Het meisje op de rolschaatsschoenen snikt en vertelt dat ze het heel erg vindt dat ze geen vriendinnen heeft en dat ze zich alleen voelt. Op een aantal meisjesgezichten zie ik tranen vloeien. Ik zie compassie.

‘Lieve klas, hoe kunnen wij er met elkaar voor zorgen dat ook zij het dit schooljaar naar haar zin zal hebben?’ vraag ik de kinderen. ‘Oh, ze mag met ons meedoen hoor!’ roept een aantal meisjes. De jongens beloven dat ze niet meer zullen pesten en lopen naar haar toe om ‘sorry’ te zeggen. De meisjes geven haar een knuffel. Het meisje op de rolschaatsschoenen lacht door haar tranen heen.

De weken erna is er geen onbewoond eiland meer. Ze is opgenomen in de groep en hoort erbij. Tijdens het schoolfeest zie ik haar dansen met de andere meisjes uit de klas. Ze geniet. En wat heeft de juf geleerd? Luister altijd naar je intuïtie. Ik geniet net zo hard mee.

Neomi Lotte is docent op Melanchton, Prinses Irene in Rotterdam en hebben dit verhaal met toestemming van haar mogen plaatsen. Het verhaal heeft ons weer aardig aan het denken gezet en we hopen dat meer scholen zoiets ondernemen. Geweldig.

Meer leuke content? Like ons op Facebook