Afke Bohle
Afke Bohle Columns 30 jan 2020

Columnist Afke: ‘Mijn buik voelt zich liever niet alleen’

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, vriendin, buurvrouw, vrijwilliger en ZZP-er en leert steeds beter om gewoon zichzelf te zijn. Ze heeft een zwak voor imperfectie en echtheid. Daar schrijft ze over.

Column: Buik

Het huis in mijn buik is leeg. Dat zou je niet zeggen. Soms lijk ik net zo zwanger als ik een jaar geleden nog was. Als ik thuis ben raak ik mijn buik dan even aan. Met een glimlach besef ik hoe graag hij drie kinderen heeft gedragen en nu niet zo goed weet wat hij met de vrijgekomen ruimte moet. Als ik in het kleedhokje van het zwembad sta vervloek ik hem, dwing hem in een corrigerend badpak, kijk of er geen bekenden zijn en blijf zoveel mogelijk in het water.

Mijn buik is een zacht kussen voor drie kinderen. Er wordt in gehuild en op geduimd. Er worden tanden op gepoetst en luiers vol gepoept. Er wordt met gefrustreerde hoofden tegenaan geduwd en soms een snottebel aan afgeveegd.

Vroeger was mijn buik een ‘zij’

Vroeger was mijn buik ook een plek voor mannenhoofden. Ze danste graag met andere buiken, ontving met vertrouwen andere handen en iedereen mocht haar zien. Dat sensuele is in de loop van de nieuwe vormen wat op de achtergrond geraakt. Haar nieuwe plek, in de luwte, is fijn en rustig, maar soms twijfelt ze of ze er nog wel mag en durft te zijn. Vroeger was mijn buik een ‘zij’.

Mijn buik houdt van koekjes. Vooral op dagen dat het tegenzit. Of op dagen dat er iets te vieren valt. Of op dagen met bezoek. Of op dagen dat ik geen tijd heb om te koken. Of op dagen met dreigend oud zeer. Of op dagen dat ik me verveel. Hij is dol op die koekjes met stukjes chocolade erin, maar als er niets meer in huis is, volstaat een oude cracker ook. Als het maar vult. Mijn buik voelt zich liever niet alleen.

Soms laat ik mijn buik een plaatje zien van een andere buik. Meestal een platte in bikini. Dan zeg ik dat ik hem ook graag eens zo zou zien en stel een ultimatum. Als we over straat lopen dan moet hij zich een beetje inhouden van mij. Iedere onverwachte hand veeg ik bij hem vandaan. En als we dan weer thuis zijn sus ik hem. Dan geef ik hem een koekje en kijk eens naar hem in de spiegel.

Dag buik. Wat ben je prachtig. Je bent zo echt. Je bent zo echt mijn buik.

Lees ook:

Reageer op artikel:
Columnist Afke: ‘Mijn buik voelt zich liever niet alleen’
Sluiten