Afke: ‘Ben ik nog belangrijk voor je? Zie je wat ik allemaal doe? Waardeer je me nog?’

Persoonlijk

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, ZZP-er, vriendin en buurvrouw. Ze is altijd op zoek naar dat wat (aan)raakt en heeft een zwak voor imperfectie en echtheid. Daar schrijft ze over voor Famme én op haar eigen blog.

Column: Vertaalgids voor mijn partner

“Waar was je nou? Je kunt toch wel een bericht sturen als je wat later bent, hoeveel moeite kost dat?”
(Het duurde zo lang voor je thuis was dat ik me zorgen begon te maken. Soms verschijnt dat zo in mij. Dan voel ik angst. Angst dat je me zult verlaten. Dat neemt dan grote vormen aan. Er zou toch niets gebeurd zijn? Dan wacht ik op de politie-agenten die op de stoep staan met slecht nieuws. Of dat je hebt besloten niet meer thuis te komen en ergens anders opnieuw te beginnen. Ik moet er niet aan denken dat je iets overkomt of dat je me zomaar verlaat. Mijn hart bonkt nog in mijn lijf.)

“Ik vraag je maar één ding te doen in dit huishouden. Kun jij zorgen dat de containers iedere week aan de straat staan? Maar kennelijk is dat te veel gevraagd.”
(Soms vraag ik me af of je me nog wel ziet staan. Je bent zo druk met je werk. Ik voel me soms zo onbelangrijk. Ben ik nog belangrijk voor je? Zie je wat ik allemaal doe? Waardeer je me nog? Doen we dit nog samen?)
 
“Ik ben niet verslaafd. Mijn telefoon verbindt me met de rest van de wereld. Mijn telefoon is tenminste wél altijd beschikbaar.”
(Ik snak naar contact. Ik snak naar aandacht. Ik voel me soms zo alleen. Ik weet dat dat begint met aandacht en zorg voor mezelf. Ik beloof je dat ik daar meer ruimte voor zal maken en tijd zal besteden aan zelfzorg. Maar ik heb ook behoefte aan jouw exclusieve aandacht. En ik zie dat ik geen moeite doe om echt in contact met je te zijn. Ik laat het voorbij gaan. Waar is de tijd gebleven dat wij vooral oog hadden voor elkaar en onze telefoons vergaten?)

Vind je me nog wel mooi? Mijn lichaam is veranderd sinds onze kinderen zijn geboren

“Het gaat nu even niet om wat jij wel of niet leuk vindt. Kom op, gedraag je als een volwassene en ga mee. Voor de kinderen.”
(Eindelijk zijn we weer eens met z’n viertjes thuis. Ik vind het fijn om zo met elkaar te zijn. Laten we vandaag iets met elkaar ondernemen. We leven zo vaak gescheiden van elkaar. Het lijkt wel of we elkaar alleen nog maar afwisselen in aanwezigheid. Soms ben ik bang dat onze kinderen ons later zullen herinneren als eilandjes, afgesneden van elkaar. Ik verlang naar je aanwezigheid.)

“Nee, pff…laat me met rust. Liggen de kinderen eindelijk op bed, is er nog iemand die iets van me wil. Nou als je echt iets voor me wil doen, begin dan eens met een kopje thee zetten zou ik zeggen.”
(Ik vind je nog steeds mooi en aantrekkelijk. Soms zie ik je staan en geniet ik zonder dat jij het weet van wat ik zie. Maar ik ben zo moe lief en ik heb zoveel gedachten in mijn hoofd. En ik voel onzekerheid. Ik weet niet eens meer waar ik moet beginnen dus ben ik maar bij voorbaat duidelijk. Ik vind het er ook verrot uitkomen, maar ja, ik wil geen valse verwachtingen scheppen. Ik zie dat ik je pijn doe. Dat doet mij ook pijn. Wil je me gewoon even vasthouden?)

“Haha, ja erg hè… Op zich wel een prima remedie tegen de liefde, toch? Maakt het een stuk makkelijker om gewoon te gaan slapen. Jammer, maar ik bepaal nog altijd zelf wat ik aantrek.”
(Vind je me nog wel mooi? Mijn lichaam is veranderd sinds onze kinderen zijn geboren. Er zijn momenten dat ik moeilijk vriendschap kan sluiten met haar. Ik kan me niet voorstellen dat jij me nog aantrekkelijk vindt. Ik voel me kwetsbaar.)

“Heb je echt alles bij je? Heb je gedacht aan extra luiers? Dat kun je beter niet zo doen. Nee, pak dan even die andere tas. Als je nu niet vertrekt, valt hij in de auto in slaap en dat is niet handig. Dat is zijn winterjas. Laat maar, weet je wat ga jij maar vast in de auto zitten. Ik regel de rest.”
(Ik vind het moeilijk om de kinderen uit handen te geven. Ik vind het moeilijk om de controle uit handen te geven. En als ik eerlijk ben vertrouw ik er niet op dat jij alles goed zal regelen. Ik vind eigenlijk dat ik de kinderen het beste aanvoel. Daar schaam ik me ook voor. En ik wil niet zo betuttelen. Misschien wil je me even een aai over m’n bol geven en zeggen dat het goedkomt, dat er niemand dood kan gaan als je iets vergeet en me dan naar binnen sturen?)

Wat heerlijk om weer even samen te zijn. De zon schijnt op mijn gezicht en ik kijk naar jou. Ik zie je. Ik ben trots dat jij mijn man bent. Ik ben trots dat jij de vader van mijn kinderen bent. Ik ben graag zo dichtbij je. Het is zo lang geleden, dat ik het haast spannend vind. Alsof ik een blauwtje kan lopen.

Fijn, de kinderen zijn in vertrouwde handen. Ik kan ze loslaten voor nu. Vertel. hoe is het nu met jou? Ik ben benieuwd naar je. Maar eerst geef ik je een zoen. (Waarom spreek ik dit niet vaker hardop uit?)