Afke Bohle
Afke Bohle Columns 31 mrt 2020

Afke: ‘Ik voel mijn longen vollopen en mijn luchtpijp lijkt in brand te staan. Zou dit het zijn?’

Columnist Afke (41) is naast moeder van drie ook partner, dochter, vriendin, buurvrouw, vrijwilliger en ZZP-er en leert steeds beter om gewoon zichzelf te zijn. Ze heeft een zwak voor imperfectie en echtheid. Daar schrijft ze over.

Column: Zou dit het zijn?

We zijn bijna aan het einde van een aflevering van Mad Men. Don, de hoofdrolspeler, zet een fles aan zijn mond terwijl hij langzaam met zijn rug tegen de deur naar beneden zakt. Een inkijkje krijgen in de wanhopige kant van de gesjeesde reclameman en vrouwenverslinder is zowel geruststellend als verontrustend.

Dan horen we boven geluid. Onze dochter is huilend wakker geworden. Ik neem haar mee naar ons bed en hoor haar rochelende adem. Ze heeft al een paar dagen koorts. Ik ben zelf ook niet fit. Als ik ga liggen komt een hoest opzetten gevolgd door benauwdheid. “Ga jij nu ook beginnen?,” grapt mijn man als hij bovenkomt om zijn kussen te halen. Vannacht slaapt hij op de bank. Iets waar we het allebei niet over eens zijn, maar waar we nu geen puf voor hebben om aan te gaan met elkaar.

Terwijl mijn meisje weer in slaap valt, neemt mijn eigen benauwdheid toe

Onze dochter wordt wakker van mijn lach die overgaat in een oneindige hoest. Huilend klampt ze zich aan me vast als ik zeg dat ik nog even mijn tanden ga poetsen. Ik besluit het te laten, trek mijn vest en sokken uit en stap met de rest van mijn kleren aan in bed. Er is toch niemand die het ziet.

Terwijl mijn meisje weer in slaap valt, neemt mijn eigen benauwdheid toe. Ik voel mijn longen, als ze dat zijn, vollopen en mijn luchtpijp lijkt in brand te staan. Zou dit het zijn? Of komt mijn maag in opstand tegen de tomatensoep van vanavond? Het plaatje van de IC met de man op zijn buik en een slang in zijn keel doemt op in mijn hoofd. Het zijn niet alleen oudere mensen die worden opgenomen toch? Ik pak mijn telefoon en begin te typen. Google vertelt me dat alles mogelijk is, ook het ontstoken oog van mijn 83-jarige moeder hoeft niet onschuldig te zijn.

Ineens heb ik genoeg van alle joligheid en het hijgende optimisme

Ondertussen zet iemand een filmpje over wc-papier in een vriendinnenappgroep. De andere leden van de appgroep buitelen over elkaar heen van het lachen. Op Facebook laat iemand trots zien hoe zij dat gedisciplineerd doet, thuis zijn met haar kinderen. Een ander deelt zijn spirituele ‘er is niets aan de hand’ blik op de situatie en weer een ander maakt reclame voor zijn nieuwe online plannen nu zijn fysieke werk niet door kan gaan. Ineens heb ik genoeg van alle joligheid en het hijgende optimisme. Ze doen eerder vermoeden dat er iets ernstigs aan de hand is dan dat ze me vertrouwen geven in de situatie.

De angst valt als een baksteen op mijn borst.

De volgende ochtend val ik in slaap. Iemand blaast in mijn gezicht en giechelt. Als ik één oog open zie ik de ondeugende blik van onze dochter. “Ga ik vandaag naar de peuters mama,” vraagt ze. “Nee,” mompel ik terwijl ik wat kwijl uit mijn mondhoek veeg. “Jippie!,” roept ze en springt op het bed.

Licht schijnt door een kier van het ooit te smal gekochte rolgordijn

Mijn man komt boven en niest. Vragend kijk ik hem aan. “Dat komt door alle stofwolken, er is maar één plek in huis waar ik nies en dat is hier,” zegt hij terwijl hij een wenkbrauw optrekt. Voordat ik kan beginnen over zijn aandeel in ons huishouden vraagt hij hoe het gaat en hoe de nacht is geweest. Even aarzel ik. “Mwoah, ons meisje was onrustig en ik had wat last van mijn keel, maar verder eigenlijk prima,” antwoord ik en lach.

Licht schijnt door een kier van het ooit te smal gekochte rolgordijn en voorspelt samen met de fluitende vogel buiten een mooie dag.

Mijn moeder appt dat ze zéker niet de huisarts gaat bellen over haar ontstoken oog en dat ze heerlijk aan de koffie zit. Als ik beloof dat ik ‘m gelijk verwijder zal ze een foto sturen. ‘Miss World’ zet ze erbij.

Ik kijk naar mijn handen, die ik voorlopig niet voor mijn werk zal hoeven te gebruiken

De juf van onze middelste heeft een lieve vlog gemaakt voor haar leerlingen. Ik check het schema waarop staat hoe laat wie de schoolspullen op mag halen vanmiddag en het dringende verzoek om 1,5 m afstand te houden in de wachtrij. Één van de moeders uit de appgroep vraagt wie haar kind een dagje wil lenen in ruil voor een zak paaseieren. Ik antwoord grinnikend met drie smiley’s die huilen van het lachen en laat mijn man een foto van de opnieuw lege schappen in AH zien.

Later die dag sta ik in onze voortuin met een schep in mijn handen en een dartelend meisje naast me. De zon schijnt op mijn gezicht en ik hoor spelende kinderen. De buurman maakt zijn tuinmeubels schoon. We lachen naar elkaar. “Ik kan het zélf,” zegt onze dochter en kiept de pot met bijenbloemzaadjes in één keer leeg in het gat dat ik nog niet had gegraven.

Ik kijk naar mijn handen, die ik voorlopig niet voor mijn werk zal hoeven te gebruiken. Ze zijn zwart en ruw van de aarde.

Er hangt lente in de lucht.

Lees ook:

Reageer op artikel:
Afke: ‘Ik voel mijn longen vollopen en mijn luchtpijp lijkt in brand te staan. Zou dit het zijn?’
Sluiten