Esther: ‘Ik sla verschrikt een hand voor mijn mond, maar het is al te laat’

Esther woont in Uithoorn, samen met haar man-de-vinylverzamelaar en hun drie bloedjes van kinderen (van 8, 6 en 6). Naast haar baan in de muziek, schrijft Esther samen met vriendin Meike op maisonmonocle.nl over alles wat hen verwondert en blijf maakt (en soms verdrietig).

Column: Van de juf geleerd

Lisa staat naast me in de keuken, terwijl ik boterhammen aan het smeren ben.
De prinses van het huis.
Ze heeft een prinsessendiadeem op haar hoofd en met haar grote, blauwe ogen kijkt ze me liefdevol aan. 
Dan begint ze te praten. ‘Mamaaaa…”Ja, lieverd?’ 
’Mag je kut zeggen?’ (nee, die zag ik ook niet aankomen).

‘Nee, dat mag je niet zeggen’, zeg ik streng. ‘Hoe kom je nu weer aan dat woord?’ 
Ik zie haar nadenken en ik zie ook aan haar oogopslag dat het antwoord wat nu gaat volgen, ter plekke uit haar duim gezogen wordt. ‘Van de juf’, zegt ze.
Haar tweelingbroer vangt het gesprek op en komt er nu naast staan.
 ‘Mag je geen kut zeggen?’ onderbreekt hij het gesprek. Hij klinkt hogelijk verbaasd.
 ‘Nee Egge, dat mag je niet zeggen’, zeg ik. 
Grote broer Jules is aan het lachen op de bank.

‘Maar dat heb je dus van de juf geleerd?’ Ik probeer het gesprek te hervatten. 
’Ja’ 
’Ja’, zegt ook Egge. 
Bij hem zie ik aan z’n licht opgetrokken neusvleugels wanneer de grote duim ingezet wordt. Ze zijn ook allebei iets te lang aan het nadenken. En dan vervolgt hij toch:
 ‘We hadden een liedje hierover geleerd van de juf.’ 
’Oh, echt? Nou, laat maar eens horen dan.’ 
Jules komt ondertussen niet meer bij.
Bij Lisa is haar duim uitgewerkt. Egge z’n neusvleugels spreiden zich weer en begint dan: ‘Op een grote paddenstoel, rood met witte k…’

Een volle beker melk stroomt over het aanrecht, langs de kastjes, druppend op de grond.
 ‘Kut’

‘…Oké, laat maar Egge. Bedankt. Ik spreek vanavond jullie juffen.
Dan zal ik het gelijk eens vragen.’ Het lachen gaat over in verschrikte blikken.
 ‘Ga je dat echt doen?
’ ‘Ja, natuurlijk! Ik wil dat liedje ook wel eens horen.’ Ondertussen pak ik de bekers en schenk er melk in. Als ik van beker nummer twee naar nummer drie ga, zwaai ik in een mij kenmerkende onhandige beweging de tweede beker om. Een volle beker melk stroomt over het aanrecht, langs de kastjes, druppend op de grond.
’Kut’, vloek ik binnensmonds. Iets te hard. Ik sla verschrikt een hand voor m’n mond. Maar het is al te laat.

Onverwoestbaar

‘Oooooohhhh, mama! Mama zegt kut!’ Ze vinden het hilarisch en herhalen het tig keer. Ik probeer de aandacht te vestigen op de schoenen die nu echt nodig aan moeten, terwijl ik ondertussen de melk op dep. 
Uiteindelijk volgt de onvermijdelijke conclusie: ‘We hebben het niet van de juf geleerd, maar van jou!’ ‘Niet tegen de juf zeggen, hoor. Ik zal het nooit meer doen’, zeg ik braaf. ‘En jullie ook niet!’ Ik zeg het er maar even achteraan. 
’Mag je dan wel hou je bek zeggen? Of poephoofd?’ vraagt Egge.
’Of on-ver-woest-baar?’ vraagt Lisa. ‘Of dombo?’ 
’Hou je bek en poephoofd zéker niet’, zeg ik weer streng, terwijl we naar buiten lopen. ‘Onverwoestbaar vind ik wel mooi. Dombo…’

Lisa trekt me tot stilstand, kijkt me aan en zegt dan: ‘Jij bent een on-ver-woest-bare dombo.’ 
En daar leg ik me vandaag graag bij neer.

Reageer op artikel:
Esther: ‘Ik sla verschrikt een hand voor mijn mond, maar het is al te laat’
Sluiten