Froukje: ‘Ik wieg hem zachtjes en voel zijn lijfje ontspannen. Even heb ik mijn baby terug’

Persoonlijk

Columnist Froukje is getrouwd en moeder van twee jongens van 6 en 3 jaar. Is journalist, columnist, blogger. Kookt voor het ene kind lactosevrij, voor het andere vegetarisch. Ze is supertrots, maar sterft ook duizend doden als weer eens iemand zich op een loopfiets van een helling stort. Froukje is, kortom, een heel gewone moeder, samen met die andere moeder.

Column: Stoere bink

Drie is hij, onze jongste. Hij noemt alle karakters van Paw Patrol moeiteloos op. Hij herkent de eerste letter van zijn naam, die van zijn broer en de –o van oma. Hij speelt met Transformers en ander speelgoed waarvan ik toen de oudste drie was nog dacht dat het bij ons nooit de drempel over zou komen. Hij doet, met zijn stoerste hoofd maar oh zo schattig, de dab.

Zijn eerste lachjes waren niet voor ons, maar voor zijn broer

De tweede zijn, het is zo anders. Al zo’n beetje vanaf zijn geboorte is zijn broer zijn held en grote voorbeeld. Zijn eerste lachjes waren niet voor ons, maar voor zijn broer. En voor de hond. Zijn eerste woord was een verbastering van zijn broers naam (zijn tweede woord was, hoe verrassend, de naam van de hond). Onze kleinste doet wat de oudste doet, sloeg het babyspeelgoed over, leert woorden, liedjes en ‘moves’ die niet per se passen bij een peuter. Groot wil hij zijn, en stoer. Meespelen met de kleutervrienden die over de vloer komen, in klimrekken waar 6+ bij staat, en heel hard roepen dat Sesamstraat saaaaai is.

Lief klein mannetje…

Hij mag ook groot zijn en stoere dingen doen. Het past bij hem en hij kan zijn broer prima bijbenen. Maar soms, als hij moegespeeld is, is hij ineens weer klein. ‘Kom je lekker bij me zitten?’, vraag ik dan. Waarop hij antwoordt: ‘Ja, dat wil ik. Met poppiespeen.’ Ik neem hem op schoot, geef hem zijn ‘popje’ –dat eigenlijk een konijn is- en speen, wieg hem zachtjes en voel zijn lijfje ontspannen. Even heb ik mijn baby terug. ‘Lief klein mannetje…’, fluister ik zachtjes. Een seconde is het stil. Dan schiet hij omhoog en kijkt me woest aan: ‘Ik ben niet lief klein mannetje!’

O nee, je bent een grote stoere bink. Een grote stoere bink met een wit knuffelkonijn in zijn handen en een speen in zijn mond. En lekker warme, zachte armpjes om zijn moeders nek. Superstoer ben je (en ssst… superschattig).