Roos: ‘In de box ligt een klein mensje. Zo mooi, zo perfect’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 18 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 18 weken

Zwangere vriendinnen: Maartje (homostel, 38 weken)

Bevallen

Liza is bevallen! Een jaar geleden zaten we, gelinkt door wederzijdse vrienden, een kennismakingstosti te eten op een gewone woensdagmiddag, waarbij we onze ervaringen, plannen en dromen om zonder partner toch een kindje te kunnen krijgen met elkaar uitwisselden. Terwijl ik nog stoeide met het wachtlijstgedoe van de kliniek waar ik ingeschreven stond, raakte zij na een aantal inseminatiepogingen zwanger van een Deense donor.

Een niet te reguleren waterval

Daar, in het mooie Scandinavië, loopt ergens een Jens, Kjeld of Mats rond die geen benul heeft dat er op dit moment, met behulp van zijn zaad, een klein Nederlands babymeisje ter wereld is gekomen. Dat er een nieuwe moeder bij is gekomen. Een stoere moeder die haar bevalling beschrijft als ‘pittig’ en zich een aantal dagen later excuseert voor haar kraamtranen. ‘Sorry, elke dag moet ik een keertje huilen en vandaag is dat juist nu’. Eén keertje maar? Mezelf kennende zal ik tegen die tijd een soort niet te reguleren waterval zijn. In de box ligt een klein mensje. Zo mooi, zo perfect. En zo ongelooflijk schattig. Het is een onwerkelijke gedachte dat dat ook voor mij in het vooruitzicht ligt.

Huub huub Barbatruc, je trekt hem open en er komt een bed uit

Nu ik alweer een aantal weken de luxe heb van het tweede trimester (lees: niet ziek, wel energie, buik groeiend maar niet te groot), is het tijd om van start te gaan met de eerste aanpassingen in mijn kleine, maar o zo fijne huisje. Mijn eigen kleine slaapkamer gaat het kinderkamertje worden, voor mezelf heb ik het plan gevat om een bedkast in mijn woonkamer te laten installeren. Ogenschijnlijk een kast, maar huub huub Barbatruc, je trekt hem open en er komt een bed uit, opgemaakt en al. Misschien ken je die filmpjes wel van minuscule appartementjes in New York of Parijs, waar het hele huis geBarbatruct is. Waar stoelen uit tafels komen, tafels uit banken en banken uit kasten.

Gadgetbed

Eens in de zoveel tijd heb ik een fascinatie voor dit soort YouTube filmpjes. En nu, na al die jaren, biedt de gelegenheid zich aan om mezelf ook zo’n praktische gadget cadeau te geven. Of mag je het geen gadget noemen als het 140 bij 200 centimeter is? In ieder geval, ik ben als een kind zo blij als de twee mannen van de bedkastenwinkel (ja, die bestaat dus gewoon) voor mijn deur staan om hem te komen installeren. Geroutineerd beginnen ze aan hun montageklus, terwijl ik af en toe, leunend in de deuropening, vergezeld door een pondje smalltalk, kijk hoe het gevaarte langzaam vorm begint te krijgen. Ik vertel ze hoe ik al jarenlang een droom had. Hoe het er nooit van kwam. Die bedkast.

‘Dus,’ besluit ik mijn verhaal, ‘toen dacht ik, ik heb een goede reden nodig om hem aan te mogen schaffen, dus dan neem ik maar een baby.’ De twee mannen kijken op, verbaasde blikken in hun ogen. Een seconde of twee zie je ze denken ‘Dat mens is hartstikke geschift’. Totdat ze de grijns op mijn gezicht zien en lachend hun werk weer oppakken. Die avond time ik hoeveel tijd ik nodig heb om mijn bed uit te klappen en slaapklaar te maken. Dertig seconden. Helemaal niet slecht.

Wat rest is een houten geraamte dat de geheimen in zijn noesten met zich meedraagt

Het bed

Nu mijn nieuwe bed er staat, kan mijn oude bed worden afgebroken. Een gevaarte van een meter hoog met gigantische lades eronder, waar heel veel troep in kan, iets waar ik de afgelopen jaren dankbaar gebruik van heb gemaakt. Maar ook het bed waarop ik nachten door heb gebracht met vriendjes of scharrels die de afgelopen jaren de revue passeerden. Het bed waarin is gevreeën, geluierd en geknuffeld. Waarin de liefde is verklaard en waarin moeilijke gesprekken plaats hebben gevonden. Het bed waar ik opklauterde na een feestje waar ik eigenlijk wat teveel gedronken had. Waar ik me nog steeds zo af en toe vanaf liet glijden alsof ik mijn eigen glijbaan in huis had. Het bed waar Karel met een grote plof ontelbare keren op is geland als ik hem ’s avonds bij me riep om vervolgens spinnend tegen me aan te komen liggen. En het bed waarop ik zestien weken geleden mezelf heb geïnsemineerd met het zaad van Floris, niet wetend dat er maar één cyclus zou zijn waarin het nodig was om mezelf in die opmerkelijke positie te manoeuvreren met drie kussens onder mijn billen en een plastic spuitje tussen mijn benen.

Klein, leeg kamertje

De vrouw die het bed van me overneemt heeft (godzijdank) geen benul van alles wat zich in de loop der jaren in dit bed heeft afgespeeld. Wat rest is een houten geraamte dat de geheimen in zijn noesten met zich meedraagt maar ze nooit zal verklappen. En als ze de straat uitrijdt met in haar auto mijn bed vol herinneringen, heb ik opeens een klein, leeg kamertje in huis. Een kamertje dat behoorlijk opgeknapt moet worden, maar onmiskenbaar een kinderkamertje in de dop.

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Hier lees je ze allemaal terug.