Constant spelen met onze kinderen? Dat is dus helemaal niet goed voor ze

Kids

Veel moeders herkennen dit misschien: dat je aan het einde van een dag met je kind beseft dat je heel wat uren daarvan spelend met je zoon of dochter hebt doorgebracht en eigenlijk nergens anders meer aan toe bent gekomen. Famme’s Nienke heeft dat vaker dan haar lief is. Maar wist je dat dat voortdurende spelen met je kind eigenlijk helemaal niet zo goed voor ze is?

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk om veel tijd door te brengen met mijn kinderen, maar na 13 keer verstoppertje, 5 puzzels, een ontelbaar aantal LEGO bouwwerken, de pop in bad doen en een uurtje actief meedoen in de speeltuin, ben ik wel weer even toe aan wat tijd voor mezelf.

Maar alleen kan ‘ie het niet

‘Maar ze leren er zoveel van als je meedoet’, lees ik overal. ‘Zo kan je ze gerichter laten spelen in plaats van dat ze maar wat aanmodderen met die legosteentjes’, wordt er geschreven. En ‘door mee te doen leer je kinderen succesvol te zijn in hun spel’. In hun eentje zouden ze zomaar voor de grote teleurstelling die ‘mislukking’ heet kunnen komen te staan. Stimuleren zullen we ze. Sturen. De puzzel niet af, de toren niet hoog genoeg of helemaal alleen op de wip; dat kunnen we die tere kinderhartjes toch niet aandoen?

Vrij spelen is goed voor de ontwikkeling

Fout. Dat kan dus wel. Sterker nog; volgens het boek ‘Free to learn’ van de Amerikaanse hoogleraar psychologie Peter Gray, moeten we onze kinderen veel meer vrijlaten in hun spel, al is het alleen maar om ze niet in op afstand bestuurbare narcistische wezentjes te transformeren. Juist door je afzijdig te houden, geef je je kind meer kans hun empathisch vermogen te ontwikkelen. Bovendien is ogenschijnlijk doelloos spelen gezond voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Al spelend leren kinderen immers zelf oplossingen bedenken, onderhandelen en emoties verwerken.

Al is het alleen maar om ze niet in op afstand bestuurbare narcistische wezentjes te transformeren

Bemoei je er niet mee

Op de crèche van één van mijn kinderen werd eens een medewerkster streng aangesproken door haar leidinggevende, omdat ze een puzzel niet compleet in een doos had terug gestopt. Het werd haar ernstig aangerekend, omdat ze hiermee het kind dat aan die puzzel zou beginnen bij voorbaat liet falen. Het ging dus niet zozeer om haar opruimgedrag, maar om de consequenties die dat gedrag had voor de ontwikkeling van de kinderen die ze begeleidde. Nou vind ik die gedachte lichtelijk overdreven, maar met een complete puzzel zou je het kind inderdaad niet hoeven onderbreken en zou het in de gelegenheid zijn om de puzzel helemaal zelf af te maken. Een persoonlijk succes zonder inmenging van een volwassene. Volgens Peter Gray dus de beste manier om je kind te laten spelen en zich te ontwikkelen tegelijk.

Waar blijft de tijd?

In het boek komen nog twee belangrijke factoren van de noodzaak tot vrijer spelen aan de orde. Allereerst het scala aan clubjes waar de vrije tijd van onze kinderen tegenwoordig door wordt gedomineerd. Van voetbal tot judo, van ballet tot knutselles, niet alleen op de vrije woensdagmiddag, maar vaak ook op andere middagen wordt er wat afgesport en gedaan door onze kinderen. Hartstikke leuk en gezond natuurlijk, maar er blijft nauwelijks tijd over voor vrij spel, voor zelf ontdekken. Dat half uurtje schermtijd op een dag wordt vaak toch een uur en hup naar bed, want morgen moeten we weer naar school. En die school is meteen een andere belangrijke factor in het geheel, want ook daar maakt spelen steeds meer plaats voor zaken als rekenen en taal. Bovendien lijkt uitblinken op school de norm tegenwoordig. De noodzaak tot leren en presteren wordt onze kinderen steeds vroeger meegegeven en de noodzaak tot spelen raakt langzaamaan ondergesneeuwd.

Op hun eigen houtje de wereld laten ontdekken, maakt kinderen veel socialer.

Laat ze maar aanmodderen

Volgens hoogleraar pedagogiek Sieneke Goorhuis hebben kinderen vrij spel nodig ‘om hun innerlijk kompas te ontwikkelen’. Ervaren dat ze zelf iets kunnen vergroot hun creativiteit en zelfvertrouwen. Het is spannend misschien, om je kind wat meer los te laten, maar hoe meer we ze laten aanmodderen, hoe meer we ze stapje voor stapje de wereld laten ontdekken, op hun eigen houtje naar oplossingen leren te zoeken, hoe zelfstandiger en socialer ze worden.

Minstens twee tot drie uur per dag

Louise Berkhout ten slotte promoveerde op onderzoek naar vrij spel. Volgens haar moeten kinderen minstens twee tot drie uur per dag vrij spelen. Zonder bemoeienis van de ouders dus. Ouders zouden meer vertrouwen in hun kinderen moeten hebben. Al zijn ze nog klein, zelfs een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen.

Terwijl ik dit schrijf zie ik hoe Ruben Nicolai en Trijntje Oosterhuis op ontroerende wijze het nummer ‘laat me’ van Ramses Shaffy en Liesbeth List coveren en ik bedenk dat ook ik die tekst vaker ter harte zal moeten nemen. Minder bemoeienis met het spel van mijn kinderen en iets vaker loslaten. ‘Laat ze, laat ze, laat ze hun eigen gang maar gaan.’

Trouw