Daphne: ‘Mijn dochter wil niets liever dan een jongen zijn’

Janne Vogel 20 apr 2018 Persoonlijk

Columnist Daphne schrijft over haar dochter Noëlle (11), die naast Cerebrale Parese (hersenbeschadiging) voorts de wens heeft om van het andere geslacht te zijn. Over dochter Lynn (4), een olijke kleuter met een zeer hoog diva gehalte en een behoorlijke gebruiksaanwijzing. Maar ook schrijft Daphne soms over haar belevenissen als treinmachinist. Ze houdt ook een eigen blog bij.

Mijn dochter wil liever een jongen zijn. Genderdysforie noemen ze dat met een duur woord. Achteraf denk ik weleens dat ik het eerder had kunnen weten: Noëlle was nog maar twee jaar toen ze al zei: ‘Ik ben een jommetje.’ Wij hechtten toen geen waarde aan dergelijke uitspraken, ze was immers nog maar een peuter.

Meisjes zijn stom

In haar kleutertijd kreeg ze, omdat ze dat zo graag wilde, van mij een T-shirt van Cars (je weet wel, de Disneyfilm). Wat was ze daar blij mee! Ze heeft ‘m gedragen tot de gaten erin zaten. Maar weggooien? Nooit! Tot op de dag van vandaag heeft het shirt nog altijd een speciaal plekje in haar kast. Evenals het ‘Hulk’ shirt wat daarna kwam en het ‘Messi nummer 10’ shirt van Barcelona, wat daar weer op volgde. Hoewel ik mijn eigen ideaalbeeld van Noëlle had qua style en kleding, kon ik een paar stoere shirts nog wel handelen. Daar bleef het echter niet bij. Toen Noëlle zes was, wilde ze geen meisje meer zijn. Al het roze werd geboycot en alles wat überhaupt met meisjes te maken had was een no go zone. Ook meisjes zélf. Die waren stom en lelijk! En dus wilde Noëlle haar haar kort knippen, want ook lang haar was stom en lelijk. Haar prachtige, lange haren kortwieken ging ons in eerste instantie te ver, maar toen ze op een dag uit frustratie zelf de schaar hanteerde en lukraak plukken had afgeknipt, hadden we geen keuze meer. Ze kreeg haar felbegeerde, stoere, korte coupe.

Moeilijk

Opeens ging de situatie van relatief onschuldig stoer willen zijn naar serieuze genderproblematiek. Ik zat met mijn handen in het haar: is dit een fase? En zo ja: hoe ga je hier mee om? Geef je haar de ruimte? Of ga je het verbieden? Versterk ik haar gedrag door jongenskleding voor haar te kopen en haar een jongenskapsel aan te meten? Of voorkom ik juist een toekomstige explosie in recalcitrant gedrag omdat ik haar nú de ruimte geef? Ik brak mijn brein over dit soort vragen. Second guessing iedere beslissing. Wanneer doe je het goed? En vooral: wat is het beste voor je kind?

Behalve deze dilemma’s vond ik het emotioneel ook heel moeilijk. Het is net of je twee gevoelsstromingen hebt: de ene is de onvoorwaardelijke liefde die je voelt voor je kind, ongeacht kapsel, kleding of geslacht. De andere is het gevoel vanuit het binnenste van je hart. Het gevoel van verdriet, onmacht en het niet begrijpen waarom dit net jóuw kind moet treffen. We hebben al problemen genoeg met haar achterstand en hersenbeschadiging, waarom moet dit er nog bij? Waarom kan ze niet gewoon ‘normaal’ zijn, zoals andere kinderen? Dat was sowieso al een issue bij mij en daar kwam dit nieuwe ‘ik wil een jongetje zijn’ nog eens bovenop. Ik herkende mijn eigen kind niet meer. Waar is mijn mooie meisje gebleven? Die met die twee prachtige blonde staarten? Dat meisje waar ik zó enorm verliefd op ben geworden bij de geboorte en steeds meer van ben gaan houden naarmate ze ouder werd? Dat meisje, ik miste haar! Maar ik durfde dit gevoel nauwelijks hardop uit te spreken, omdat ik me daar enorm schuldig over voelde. Ik zie mezelf als een behoorlijk ruimdenkend mens, maar op de een of andere manier had ik het heel zwaar met deze ommekeer.

‘De jongens WC is dáár hoor!’

Ongemakkelijk

Om maar te zwijgen van de ongemakkelijke situaties die we soms tegenkwamen. Wanneer ik met Noëlle naar het damestoilet ging, bijvoorbeeld. Toen ze klein was deed niemand er moeilijk over, maar toen ze wat groter werd en steeds meer op een jongen ging lijken, kregen we behalve verbaasde blikken ook weleens een giftig: ‘De jongens WC is dáár hoor!’ naar ons hoofd geslingerd. Nou zeg! Het klinkt misschien grof, maar vaak dankte ik de hemel voor Noëlles verstandelijke beperking. Er gaat veel langs haar heen. Vreemde mensen begrijpt ze sowieso niet (goed) en daar sluit ze zich voor af, waardoor dit soort opmerkingen haar vaak niet zo raken als bij mij.

Waarom ze dan niet gewoon naar het herentoilet gaat? Twee redenen. Ten eerste heeft ze moeite met WC’s. Ze durft de deur niet op slot te doen, uit angst dat die niet meer open wil. Zelfs thuis mag de deur nooit op slot, laat staan ergens waar je onbekend bent. Van het idee alleen al kan ze écht gaan hyperventileren en daarom gaan we altijd samen. Ten tweede blijft het een beetje dubieus om je dochter het herentoilet in te sturen met al die blote piemels bij de pisbak. Het damestoilet voelt vertrouwder. Wel jammer dat je dan tegen zoveel intolerantie aanloopt. En nog spijtiger dat je dat overal tegenkomt, ook op plekken waar je je veilig zou moeten voelen.

Gegiechel en gefluister

Zoals die keer dat Noëlle op ponykamp was waar de kinderen na het paardrijden mochten gaan zwemmen en ze in een zwembroek ten tonele verscheen. Gegiechel en gefluister achter haar rug om waren het gevolg. Hoewel ik het die kinderen enerzijds niet echt kwalijk kon nemen (want het ís nou eenmaal ongewoon), kon ik ze anderzijds wel de nek omdraaien. Dat ze mijn meissie zó kleineerden! Gelukkig ontging het Noëlle grotendeels, maar mij prikten de tranen achter mijn ogen. Op dat moment wilde ik het liefst met haar weglopen en nooit meer terugkomen. Weg van de gemene, grote boze wereld. Maar ja, als we voor iedere precaire situatie moesten vluchten, dan zouden we bezig blijven!

‘Een jongen met borstjes in een badpak is toch wel een beetje een raar gezicht’

Een jongen met borstjes

Ondertussen is Noëlle elf jaar en vind ik het nog steeds moeilijk wanneer ze in het zwembad of op het strand in zwemkleding verschijnt. Inmiddels hebben we de zwembroek weer verruild voor een badpak (of strandshort met topje) omdat Noëlle vrij vroeg is in haar borstontwikkeling en simpelweg niet meer zonder bovenstuk kan. Dit vindt ze verschrikkelijk, maar voor nu is het even niet anders. Ik ben hard voor een hormoonbehandeling aan het pleiten, maar de bureaucratische weg daarnaartoe is lang. Erg lang. En dat maakt de situatie nu heel onpraktisch: aan de buitenkant ziet Noëlle er écht uit als een jongen. Maar nu dus als een jongen met borstjes. Onder kleding valt dat niet zo op, maar in zwemkleding is het overduidelijk. En een jongen met borstjes in een badpak of bikini is natuurlijk wel een beetje raar. Voor mij is het inmiddels normaal geworden dat ik een zoon en dochter tegelijk heb. Ik denk er vaak niet eens meer over na, totdat ik de priemende blikken van buitenstaanders zie. Ik snap die blikken wel, maar toch snijden ze mij stuk voor stuk dwars door mijn ziel en daar word ik heel verdrietig van. En soms zelfs boos. ‘Kijk naar jezelf!’, wil ik dan roepen! Maar ik doe het nooit.

Rouwen om de toekomst

Zo zijn er nog wel meer situaties die kennelijk zó verwarrend zijn voor de buitenwereld, dat acceptatie soms ver te zoeken is. Met als gevolg dat mijn trots voor Noëlle bij wijlen plaats maakt voor schaamte, waar ik me dan weer ontzettend schuldig over voel. Want eigenlijk moet het geen verschil maken toch? Lang haar, kort haar, meisjeskleding, jongenskleding, dochter, zoon, wat maakt het uit? Maar blijkbaar doet het dat wél. En dus niet alleen in openbare situaties, maar soms ook bij mezelf. Want als ik mijn diepste, eerlijkste gevoel hardop uitspreek, dan heb liever dat Noëlle ‘gewoon’ weer een meisje is, zoals ik haar op de wereld heb gezet. Zoals ik haar ‘bedoeld’ heb. Dat ik dit zo voel, vind ik heel erg van mezelf en is voor mij een dagelijkse, innerlijke strijd. Behalve het feit dat haar toekomst door haar beperkingen al niet zo zal worden als ik ooit voor ogen had, moet ik eveneens afscheid nemen van het toekomstbeeld van haar als meisje. Als vrouw. Rouwen om een toekomst die nooit zal zijn. Is dat raar?

Eveneens maak ik me zorgen over die toekomst. Want mocht het ooit zover komen dat ze een geslachtsverandering wil ondergaan, dan krijgen we nog een pittig stuk voor de kiezen. Voor ons, maar ook voor Noëlle zelf. Gelukkig wonen we in een fijn dorp waar veel kinderen haar accepteren zoals ze is. Ook op haar nieuwe school mogen we rekenen op begrip van leerkrachten en ondervinden we weinig problemen van klasgenootjes. En op de voetbalclub is ze inmiddels ook helemaal ingeburgerd. Daar ben ik heel dankbaar voor. Het geeft me hoop. Het gevoel dat het niet problematisch hoeft te zijn.

Bagatelliseren

Maar daartegenover staat dat er best veel mensen in mijn omgeving zijn die het probleem bagatelliseren: ‘Ach, het komt wel goed!’, of: ‘Joh, het is vast een fase!’ Terwijl ik al lang vanbinnen voel dat dit méér is dan gewoon een fase. En wat ik ook zo’n belachelijke uitspraak vind die ik helaas al heel vaak gehoord heb: ‘Jij ben toch ook stoer?’ Jezus mensen, serieus? Dus Noëlle wil een jongen zijn omdat ík een stoere moeder ben? Dat is nog eens een gedachtegang zeg! Niet alleen leg je de ‘schuld’ dan bij mij, maar eveneens zou dat betekenen dat ieder meisje die als rolmodel een stoere moeder heeft, daar zó van in de war raakt dat ze van geslacht wil veranderen? Hoe moet het dan met onze Lynn? Met een transgender-zus en een stoere moeder heeft het arme kind kennelijk geen schijn van kans! Soms sta ik paf van de bekrompen gedachtegang van mensen of hoe makkelijk ze de situatie wegwuiven.

‘Is toch juist leuk, zo’n stoere meid!’

Begrip

Laatst zei de moeder van één van Noëlle’s vriendjes tegen mij: ‘Ach joh, het is toch allemaal niet zo erg? Is juist leuk zo’n stoere meid!’ Oh ja? Vroeg ik scherp. Is dat wel zo? Oké, laten we het nu eens omdraaien dan. Nu komt jouw zoon met de mededeling dat hij liever een meisje wil zijn. Hij vindt alle jongensdingen stom en richt zich alleen maar op meisjesdingen. Dat begint met fleurige meisjes onderbroeken, een roze hartjes pyjama en een Elsa dekbedovertrek. Dingen die jij allemaal (zij het soms met moeite) nog wel toelaat omdat verder toch niemand dat ziet. Maar dan wordt het steeds erger: hij wil niet meer naar de kapper omdat hij zijn haar wil laten groeien en hij wil meisjeskleding gaan dragen in het openbaar. Jij, vertwijfeld, laat zijn kapsel dan maar even voor wat het is (want ach, er zijn wel meer jongens met wat langer haar) en je laat een roze T-shirt toe omdat je die ook nog wel op de jongensafdeling kunt vinden. Maar dan gaat het nóg verder en wil hij geen zwembroek meer aan op het strand of in het zwembad, maar een bikini. En dat gaat zó ver, dat hij anders liever niet gaat zwemmen. Terwijl zwemmen met zijn vriendjes zijn favoriete bezigheid is. Wat beslis jij dan? Laat je hem in het openbaar in een bikini lopen? Alle verwarring voor de buitenwereld die daaruit ontstaat negerend? Laat jij hem in een badpak tussen zijn vriendjes lopen met het risico dat ze hem zullen uitlachen? Of dwing je hem toch in die zwembroek, want: ‘Je bent nu eenmaal een jongen en dat hoort zo!’

Uiteindelijk komt het zo ver dat hij toch écht dat jurkje aan wil. Dat jurkje dat hij al zo lang wilde, maar nooit mocht hebben van jou. Die wil hij graag aan naar school om in te pronken. En daarbij wil hij graag dat jij twee staartjes maakt in z’n inmiddels wat langer gegroeide haar, want dat staat zo leuk bij zijn jurkje! Nu ben ik benieuwd: doe jij dat? Zet je al je eigen emoties opzij voor zijn geluk en laat je hem daadwerkelijk zo naar school gaan? De reacties (vaak vooral non-verbaal) van de gemeenschap en zijn leeftijdsgenoten voor lief nemend? En als je je vervolgens onzeker voelt over de hele situatie en steun zoekt, dan zeg ik tegen jou: ‘Ach joh, het is toch allemaal niet zo erg? Is juist leuk zo’n verwijfd kereltje!’ Ik vraag me af of je het nu nog steeds zo leuk vindt, of dat je er – net als ik – toch moeite mee hebt.

Mijn dochter wil liever een zoon zijn en hoewel háár geluk te allen tijde voorop staat, heb ik het daar soms best moeilijk mee. Is een beetje begrip en erkenning dan teveel gevraagd?

Reageer op artikel:
Daphne: ‘Mijn dochter wil niets liever dan een jongen zijn’
Sluiten