De tien geboden van het avondeten

Volgens mijn kinderen dan

Kids

Ken je dat boek? ‘Franse kinderen gooien niet met eten? Nou, mijn kinderen gooien ook niet met eten, maar daarmee is het te prijzen gedrag tijdens het avondeten wel zo ongeveer besproken.

Ik lees wel eens stukjes, waarin moeders vertellen dat ze hun kinderen elke avond tijdens het eten dezelfde vraag stellen. ‘Wat heeft jou vandaag gelukkig gemaakt?’ Of ‘wat was het leukste en wat het minst leuke van vandaag?’ Lijkt me heerlijk om daarover eens rustig een potje te bomen hoor, daar niet van, maar ik zie het tijdens ons avondeten nog niet helemaal gebeuren. Ons avondeten is namelijk vooral een strijd. Niet om wie het eten het snelste opeet, nee, nee, was dat maar zo. Nee, om wie het eten überhaupt opeet, of überhaupt eet, of überhaupt aan tafel zit, of….

De tien geboden van ons avondeten horen er volgens mijn kinderen ongeveer zo uit te zien:

1. Gij zult niet aan tafel komen zitten

Aan tafel zitten? Even geduld hoor, er moet eerst een dinosaurus ei worden uitgebroed, een rotonde op een racebaan worden aangelegd, een operatie op een pop worden uitgevoerd of ten minste worden gepoept. Wat maken die tien minuten nu uit? Koud eten zeg je? Oh, dat eet ik niet hoor, koud eten. Ja, daaag.

2. Gij zult meteen ‘Getver!’ roepen alvorens te hebben geproefd

Met een kleine uitzondering voor poffertjes en pannenkoeken misschien, maar ‘getver’ hoort er gewoon bij. Eventueel mogen ‘Gatver’, ‘Hè, mama, wat heb je nu weer voor iets vies gemaakt’ of ‘Ieuw’ (liefst met lange uithaal) ook.

LEES OOK: Ouders die samen met hun kinderen eten, scheiden minder vaak.

3. Gij zult niet aan tafel blijven zitten

Het is toch ook super belangrijk om tijdens het eten te laten zien dat je echt ontzettend lang op 1 been kan staan of dat je vandaag bij gym de hink-stap-sprong hebt geoefend. Wie dat niet begrijpt..

4. Gij zult wiebelen op uw stoel

Of liever gezegd, gij zult net zolang en net zo hard wiebelen tot je ineens onder de tafel verdwijnt, omdat je stoel zowaar is omgevallen en je dus heel hard ‘stomme stoel, ik wil echt niet op jou zitten’ kan roepen en staand verder kan eten.

5. Gij zult niet met mes en vork eten

Ook al doe je dat op school heel netjes en ook al doe je dat ook bij vriendjes thuis zonder erover te mokken, thuis doe je dat gewoon niet. Dan eet je met je vingers, of als je een jaartje of drie bent, gewoon met hele knuisten vol, die je dan eerst in je mond propt, vervolgens aan je broekspijp afveegt en het restje over mama’s witte blouse uitsmeert.

6. Gij zult met uw ellebogen op tafel leunen

Of met uw hoofd. Of met uw voeten. Of u gebruikt de tafel als stoel met uw bord op schoot. ‘Ik vind het zo gewoon gezelliger mama’.

7. Gij zult desnoods 1 minuscuul hapje nemen van alles dat op uw bord ligt

Zodat je vervolgens heel volwassen kan opmerken; ‘ik heb het geproefd en ik weet nu echt zeker dat ik het echt niet lekker vind’. Wat valt daar nu nog tegen in te brengen?

LEES OOK: Hoe (on)gezond is het eten van een tosti nou eigenlijk?

8. Gij zult stiekem uw eten op de grond gooien

’Hoeveel broccoliroosjes moest ik nog mama? Nog vijf omdat ik vijf ben? Oké, geen probleem.’ 1, 2, 3, 4, 5 en klaar is Kees. ‘Hoe heb je dat zo snel gedaan?’ ‘Oh, ik vind broccoli gewoon heel lekker.’

9. Gij zult na elke hap zeggen dat uw buik nu echt helemaal vol zit

Behalve voor het toetje natuurlijk. Daarvoor is altijd nog wel een plekje en dat kan je zelfs aanwijzen. ‘Hier mama’. ‘Oh, je bedoelt ergens tussen je lever en je longen.’ Natuurlijk lieverd.

10. Gij zult niet blijven zitten tot uw tafelgenoten klaar zijn met eten

Dat is toch ook ontzettend oneerlijk? Dat jouw broertjes of zusjes van die slome slakken zijn. Jij bent klaar en dus mag jij spelen. Of het toetje van je broertjes en zusjes alvast opeten. Of heel erg boos worden dat je dat óók al niet mag. Dat het allemaal niet eerlijk is en dat dit jouw stomste moment van de dag is. Zo, hebben we dat toch nog even besproken. Gezellig zeg.

Voor het geval u uit dit stukje een wijze les zou willen halen. Als u deze tien geboden omdraait, leeft u ongeveer de regels van Franse moeders na, wiens motto; ‘manger est un besoin, bien manger est un art’ al met de paplepel wordt ingegoten. ‘Bonne chance!’

Iedereen heeft zo zijn eigen kijk op opvoeden, maar sommige dingen gelden voor iedereen: de 27 universele geboden van het ouderschap.

Meer leuke content? Like ons op Facebook