Denkbeeldige vriendjes: vloek of zegen?

Muriel Oonincx 10 mrt 2014 Mind

Veel ouders maken zich er zorgen over. Denkbeeldige vriendjes van hun kind. Ouders denken vaak dat het hebben van een imaginair vriendje duidt op een moeilijke periode (verhuizing, eenzaamheid) waarin naar houvast en vriendschap wordt gegrepen.

Hooggewaardeerde onderzoekers en (ontwikkelings)psychologen zoals Dr. Spock hadden er niet veel mee op en zagen het vroeger als een teken van negatieve ontwikkeling en sociale problemen bij het kind. Niets van waar zeggen hedendaagse onderzoekers. Marjorie Taylor van de Universiteit van Oregon doet al tientallen jaren onderzoek naar denkbeeldige vriendjes. Ze zijn juist een teken van een levendig voorstellingsvermogen en een mijlpaal in de cognitieve en emotionele ontwikkeling van een kind.

Een vriendin van me vertelde me dat haar vier-jarige zoontje al een tijdje zo’n vriendje heeft. Viruti heet hij en samen beleven ze de grootste lol, avonturen en halen stoute streken uit. Althans Viruti haalt streken uit. In het begin dacht mijn vriendin dat het om een buitenlands vriendje van school ging, maar inmiddels eet Viruti regelmatig aan tafel mee en is mede-eigenaar van het speelgoed van haar zoontje.

Zo’n 65% van de kinderen heeft een denkbeeldig vriendje voor de leeftijd van zeven jaar. 50% van de denkbeeldige vriendjes zijn ontstaan vanuit bestaand speelgoed, terwijl bij de iets oudere kinderen een dier of mens als vriendje wordt gecreëerd.

Positief aan onzichtbare vriendjes:

– een beter vermogen het perspectief van anderen te zien
– socialer en minder verlegen zijn dan andere kinderen
– experimenteren met de eigen fantasie
– het leren omgaan met alledaagse problemen

Opletten bij onzichtbare vriendjes:

– Afschuiven van schuld op het vriendje. Ga er gedeeltelijk in mee, maar het mag niet de overhand nemen
– Het mag niet een vervanging van echte vriendschappen worden
– Als het ontstaat tijdens een trauma (overlijden, ziekte etc..)
– Voor het vriendje gelden dezelfde regels als je kind
– Ga er niet zo ver in mee dat je je continu aanpast

Mythe en Realiteit

Uit het onderzoek van Marjorie Taylor komen een aantal interessante conclusies over mythes en realiteit. We zetten er aan aantal op een rij:

Mythe: Onzichtbare vriendjes betekenen een emotionele leegte in het leven van een kind
Realiteit: Het is vaak simpelweg een heleboel lol om er eentje te hebben

Mythe: Een fractie van de kinderen heeft een onzichtbaar vriendje
Realiteit: Het komt veel vaker voor dan je denkt

Mythe: Introverte kinderen hebben vaker onzichtbare vriendjes
Realiteit: Welnee, extraverte kinderen hebben ze juist vaker

Mythe: Het gebruikelijke vriendje is een mini versie van het kind zelf
Realiteit: Er is geen ‘typisch’ vriendje. De diversiteit regeert! En het unieke aan het fenomeen

Mythe: De vriendjes dienen om fouten en stoute acties te maskeren. ‘Maar hij heeft het gedaan!’
Realiteit: Soms. Maar vaker zijn het rolmodellen, vaak idolen.

Mythe: Fantasie en realiteit worden door elkaar gehaald
Realiteit: De meeste kinderen weten dat hun vriendje niet echt is

Mythe: Grotere kinderen hebben niet zo’n vriendje. Het is een kleuter ding
Realiteit: Kinderen kunnen er mee doorgaan tot ver na de kleutertijd (meestal zeven jaar oud)

Schermafbeelding 2014-03-10 om 08.56.50

Een kind met een grote fantasie? Lees dan het boek The Oxford Handbook of the development of imagination van Marjorie Taylor uit 2013.

imaginarycompanions.uoregon.edu

Reageer op artikel:
Denkbeeldige vriendjes: vloek of zegen?
Sluiten