Deze 10 zinnen kun je beter niet tegen je kinderen zeggen

Kids

We bedoelen het goed. Overladen ons kroost met complimenten en corrigeren ze waar nodig. En soms worden we boos. Maar wist je dat de meest gebruikte en goed bedoelde zinnen die je zegt vaak helemaal niet constructief zijn. In sommige gevallen zelfs destructief. Hierbij een top 10 van ‘foute’ zinnen met alternatief. De psychologie van het complimenteren en corrigeren.

1. ‘Dat heb je goed gedaan!’

Als kinderen eigenlijk met weinig moeite steeds te horen krijgen dat ze iets goed gedaan hebben, wennen ze eraan. Ze denken ook dat iets pas goed is als de ouders het zeggen. Je kunt beter het moeite doen benadrukken. Probeer te vermijden het steeds over het eindresultaat te hebben.
Alternatief: ‘Ik zie dat je je best hebt gedaan’

2. ‘Wat een mooie toren heb je gebouwd/die tekening is zo mooi’

Als je je kind wil complimenteren over iets wat ze gemaakt hebben en je overlaadt ze met complimenten hebben ze zelf niet meer de mogelijkheid om iets over hun eigen creativiteit te zeggen. Je kunt beter ingaan op wat je ziet. Door niet algemeen te zijn maar specifiek inhoudelijk te reageren kan je kind zijn eigen product beoordelen en toelichten.
Alternatief: ‘Ik zie heel veel kleurige bloemen. Kun je er meer over vertellen?’

3. ‘Heel goed, pietje/marietje!’

Geef kinderen niet het idee dat ze iets goed hebben gedaan omdat jij het hebt gevraagd. Door in te gaan op wat je van ze verwacht en dat wat zij doen effect heeft op hoe jij het ervaart oefenen ze zelf invloed uit.
Alternatief: ‘Fijn dat je zo meewerkt’

De kracht van woorden

4. Ophouden nu, of…

Stop ermee. Dreigen. We doen het bijna allemaal. En het werkt niet. Kinderen leren dat je met dreigen en een agressieve benadering iets kunt bereiken. Zelfs als iemand iets niet wil. En als je je dreigement niet uitvoert (‘Ik ga nu weg, dan moet je hier maar in je eentje blijven’ – wat je dus nooit doet)
Liever kom je met oplossingen en alternatieven en laat je het dreigen achterwege.
Alternatief: ‘In plaats van je broertje te slaan, kun je ook tegen de muur aan gaan tennissen of tegen de bal trappen’ (koop een boksbal voor ze!)

5. ‘Wie nu luistert krijgt een lolly’

In de categorie omkopen. Voor kinderen is het demotiverend omdat ze hiermee leren dat je een beloning krijgt als je iets doet. Motiveren is dus het toverwoord. Want je wil niet dat je kind alleen nog maar helpt met afwassen of zijn kamer opruimt in ruil voor snoep of Lego Chima.
Alternatief: ‘Wat fijn dat je de keuken hebt helpen opruimen, ik geef je een knuffel’

6. ‘Je bent zo mooi/knap!’

Ookal heb je een mooi kind. door die mooiheid te benoemen en benadrukken, benadruk je dat ze iets zijn zonder dat ze iets hoeft te kunnen. Dit kan juist onzekerheid in de hand werken. Het is ook niet een prestatie, waardoor ze het gevoel krijgen dat ze niet veel waar zijn. Als je een keer iets wil zeggen dan kun je beter een specifiek kenmerk uitlichten.
Alternatief: ‘Die kleur grijs van je ogen komen heel goed uit in het jurkje dat je draagt’

Als je je kind vertelt dat hij slim is, geef je ze het gevoel dat ze alleen slim zijn als ze een bepaald cijfer hebben gehaald, of als ze een doel hebben bereikt. Dit werkt demotiverend, waardoor ze grotere uitdagingen uit de weg gaan, omdat ze dan het risico lopen om niet meer slim gevonden te worden. Je kunt kinderen beter vertellen dat je de moeite die ze hebben gedaan erg waardeert. Door de aandacht te focussen op de moeite in plaats van het resultaat, laat je het kind zien wat echt telt.

7. ‘Niet huilen’

Gevoelens ontkennen en tranen be- en veroordelen werkt opkroppen in de hand. Want tranen mogen niet, toch? Opgekropte emoties leiden meestal tot uitbarstingen. Door samen met ze te benoeen waarom je kind huilt kom je er beter achter wat er echt aan de hand is.
Alternatief: ‘Ik begrijp dat je verdrietig bent, kom hier vertel me wat je dwars zit’

8. ‘Ik beloof je dat we …’

Beloof echt alleen iets als je zeker weet dat je het waar kan maken. En denk niet dat je met een kleine gebroken belofte makkelijk wegkomt. Elke belofte die niet doorgaat doet een kind pijn. Wees dus eerlijk. Laat ook duidelijk weten dat je je best doet om wel wensen en afspraken voor elkaar te krijgen.
Alternatief: Ik ga mijn best doen om het te regelen, maar ik weet niet of het lukt

9. Zo erg is het niet’

Wat voor jou iets kleins of futiels is, kan voor een kind van levensbelang zijn. Een boterham met pindakaas verwachten en eentje met ham in de lunchbox vinden. Niet erg? Think again. Een kind wil begrepen worden en invloed kunnen uitoefenen. Als ze daarin niet gehoord worden raak je ze diep in hun gevoelens en waarde.
Alternatief: Ik begrijp je en zal erop letten

10. Waarom heb je dat nou weer gedaan?

Kinderen kunnen maar moeilijk hun eigen gedrag analyseren. Vaak weet je eigenlijk het antwoord op die vraag allang. Een kind krijgt zijn zin niet en schopt zijn speelgoed om. Het waarom ligt vaak voor je neus. Je kunt beter proberen te raden wat er echt aan de hand is. Als vanzelf ga je gedragingen dan ook snappen.
Alternatief: ‘Zal ik je helpen de troep op te ruimen dan hebben we het er nog even over’ (bij jonge kinderen…)

Meer leuke content? Like ons op Facebook