Do’s en don’ts op weg naar zindelijkheid

Tip #1: lees dit vóórdat je aan de training begint

Kids

‘Moet je naar de wc?’ ‘Schatje, zullen we even naar de wc gaan?’ ‘Moet je een plas of een poepje?’ ‘Weet je zeker dat je niet naar de wc moet?’ Als we voor elke keer dat de vriend en ik de afgelopen weken deze teksten gebezigd hebben tien euro zouden krijgen, hadden we beiden acuut een sabattical in kunnen lassen. Wees welkom in de wereld die ‘zindelijkheidstraining’ heet.

Laat ik vooropstellen dat ik geen Google-moeder ben. Om informatie te vergaren wend ik me liever tot ervaringsdeskundige vriendinnenmoeders, tot m’n eigen moeder en de rest van de tijd beroep ik me op iets dat ik graag omschrijf als ‘gezond verstand’. Dat gegeven maakt dat ik nu, bijna een maand onderweg, waarschijnlijk die hele training vanaf dag één compleet verkeerd aanpak.

Iets over mosterd, een maaltijd en een veel te laat tijdstip, maar ik ben me dus nu als een malle aan het verdiepen ben in de do’s en don’ts rondom zindelijkheidstraining. Voor alle moeders die het beter dan ik/goed willen doen, is dit derhalve wellicht nuttig leesvoer.

De cijfers

Eerst even wat cijferwerk: volgens de site dokterdokter.nl is 75 procent van de 3-jarigen overdag zindelijk, en is 50 procent daarvan dat ook ‘s nachts. Van de 4-jarige kinderen is bijna iedereen (98%) overdag volledig zindelijk, en is 75 procent van hen dat ook ‘s nachts.

Alvast de eerste tip: lees dit vooral vóórdat je aan het traject begint.

1

Begin er pas aan als je kind er klaar voor is

Dat heeft alles te maken met zowel de lichamelijke als de geestelijke ontwikkeling van je kind. Lichamelijk in de zin van de beheersing van de blaas en darm (lees: sluitspieren) en geestelijk in de zin van de koppeling tussen A (prikkels) en B (naar de wc gaan) kunnen leggen.

2

Ergo: let op de signalen van je kind

Alle boeken en sites die je erop naslaat zeggen allemaal hetzelfde: je kind laat zelf merken wanneer het tijd is om de weg naar zindelijkheid te bewandelen. Overmatige interesse voor het potje of de wc, erover praten, etc. Met andere woorden: beginnend bewustzijn rondom het concept.

3

Niet om het een of ander, maar de zomer is een goed moment

Omdat kinderen dan niet zoveel aanhebben (fijn bij ongelukjes) of sterker nog: thuis lekker in hun blootje kunnen rondrennen. Het grootste voordeel daarvan is dat ze dan zelf sneller doorhebben wat er gebeurt (namelijk dat ze nat/vies worden). Wat niet wil zeggen dat je niet buiten het seizoen kunt beginnen, maar dat vergt waarschijnlijk iets meer kleding en wasbeurten, dus.

4

Goed voorbeeld doet volgen

Dat betekent in de praktijk dat het goed is om je kind duidelijk te laten zien dat jij ook op de wc zit (of op het potje, zo je wil). Immers, kinderen kopiëren nou eenmaal graag hun ouders. ‘Mama gaat nu plassen. Kijk, mama plast. Daaaaaag plas! Billen afvegen. Nu trekt mama door en wast ze haar handen.’ Dat idee.

5

Koop een leuk, uitnodigend potje

Interessant genoeg wilde onze dochter meteen naar de wc, maar er is uiteraard ook de tussenstap die ook wel de ‘po’ of het ‘potje’ genoemd wordt. Wil je de bewustwording (zie #2) stimuleren, dan is het raadzaam om het potje een rol te laten spelen in het dagelijks leven. Koop dus een leuk, uitnodigend exemplaar waar je kind graag mee wil spelen.

6

De kracht van de herhaling

Zeker in het begin legt je kind (nog) niet de koppeling tussen (aan)drang en het daadwerkelijke naar de wc gaan. Daar moet ‘ie goed bij geholpen worden, door zaken a) expliciet te benoemen en b) net zo expliciet te herhalen.

7

Bouw vaste wc-momenten in

Na het wakker worden, na het eten, voor het slapen gaan: het aanhouden van vaste momenten om de wc te bezoeken is bijzonder aan te raden. De kans op succes is sowieso altijd groter na een maaltijd.

‘Wil je de bewustwording stimuleren, dan is het raadzaam om het potje een rol te laten spelen in het dagelijks leven’

8

Don’t : dwingen om te blijven zitten

Niet doen! Afleiden door een liedje te zingen mag, maar als ‘ie er per se af wil, dan mag ‘ie eraf. Anders wordt het iets vervelends waar hij geen zin in heeft.

9

Do : aanmoedigen om te blijven zitten

Zeker de grotere boodschappen hebben soms wat meer tijd nodig om zich een weg naar buiten te banen. Probeer dat maar eens gedaan te krijgen bij een wiebelig en ongeduldig exemplaar, zoals veel peuters in deze leeftijd nou eenmaal zijn. Gangbare tips zijn om tijdens het zitten (wachten) een liedje te zingen of een verhaaltje voor te lezen. En anders: zie #7.

10

Maak gebruik van hulpstukken

Na het potje – of tegelijkertijd – heb je ook alvast het opstapje en de wc-verkleiner paraat.

11

Gooi samen een en ander weg, of neem in ieder geval afscheid

‘Daaag plasje, dahaaag poepie!’ Wie me ooit had gezegd dat ik nog eens jubelend boven een wc-pot zou hangen terwijl ik die woorden exclameerde, had ik uitgelachen. Daahaaaaaaaag! Dus.

12

Koop (samen) mooi ondergoed

Want dat is namelijk echt voor grote meisjes en jongens, helemaal de bom met sterren/apen/Minnie Mouse/Cars/Frozen/Spiderman erop.

13

Pas een vorm van beloning toe

Het gegeven dat er keurig op de pot geplast is/in de wc gepoept is/de hele dag ongelukjes-vrij doorgekomen is, mag best ‘gevierd’ worden. Mijn dochter vindt ‘mogen doortrekken’ al beloning genoeg, maar denk ook aan stickers, een ballon, een mooie nieuwe onderbroek of een andere, kleine beloning voor de geleverde prestatie(s) – al dan niet na een vol stickervel.

14

Blijf consequent

Ook als je achteraf denkt dat je misschien te vroeg begonnen bent (ik! ik!), is het alsnog beter om consequent vol te houden – met de nodige ongelukjes – dan om weer terug te vallen op de luiers. In de hele training geldt dat consequentie essentieel is om het concept echt goed over te brengen en aan te leren.

15

Bespreek de tactiek op het kinderdagverblijf

Het is fijn dat ook daar lekker meegetraind wordt, maar het is wel fijn om ervoor te zorgen dat de aanpak die jullie thuis hanteren, idealiter zoveel mogelijk overeenkomt met wat er op het kinderdagverblijf of de crèche gebeurt. Eisen stellen gaat misschien wat ver, maar de gemiddelde leidster zal vast graag de krachten bundelen om een en ander zo efficiënt mogelijk aan te pakken.

16

Wees geduldig

Nog even los van zogenaamde Potty Queens die beweren dat die hele training ook in drie dagen kan, is het waarschijnlijker dat het best wat tijd in beslag neemt – variërend van een week tot een paar maanden (en dan hebben we het nog niet over nachtzindelijkheid, daarover later meer). Bottom line: wees geduldig. Neem ongelukjes liefdevol op de koop toe; je erover opwinden of proberen het proces te versnellen heeft weinig tot geen enkele zin.

En ook…

Daarnaast zijn er natuurlijk de tips als goed voorbereid de deur uit gaan (lees: extra broeken, sokken en andere kleding mee); een matrasbeschermer gebruiken en het voorlezen van verhaaltjes waarin zindelijkheid een rol speelt. Ook raden sommige mensen aan een onderbroek onder de luier aan te trekken, zodat kinderen zelf sneller voelen dat ze geplast of gepoept hebben.

Dag: check! Nacht: nog niet zo check.

Let op: nadat je kind overdag zindelijk is – chapeau! – volgt deel II van de training: die voor de nacht. Daarvoor gelden een paar aparte do’s en don’ts, die lees je later deze week op Famme.nl.

Lees ook: 35 herkenbare uitspraken van ouders tijdens de zindelijkheidstraining

Meer van dit soort artikelen zien? Vergeet ons dan niet te liken!”

Meer leuke content? Like ons op Facebook