Driejarigen houden niet van egoïstische andere driejarigen

Wat gebeurt er als je gemene onderzoekers tegenover gevoelige peuters zet?

Er valt veel te zeggen over het wel en wee van driejarigen. Laten we het erop houden dat de term threenager niet helemaal uit de lucht gegrepen is. ‘Koppig’ en ‘eigengereid’ zijn sowieso sleutelwoorden, maar wat blijkt? Driejarigen hebben er zelf de grootste moeite mee als leeftijdgenoten egoïstisch gedrag vertonen.

Dat is de conclusie van Duits onderzoek waarbij bijna 150 driejarigen meededen aan een experiment. In essentie ging het erom dat het experiment alleen zou slagen als de peuters – opgedeeld in duo’s – samen zouden werken.

Adder onder het gras

De adder onder het gras was dat het experiment van begin af aan gedoemd was te mislukken, met dank aan de manipulatieve hand van de onderzoekers. Dat mislukken gebeurde op drie verschillende manieren: doordat een van de twee kinderen niet meewerkte (egoïsme); doordat een van de twee de opdracht niet snapte (onwetendheid) en als laatste doordat de machine waarop het experiment uitgevoerd moest worden, niet werkte (ongeluk).

Dat die manipulatie best wel gemeen is, schuiven we voor het gemak even terzijde, want het gaat immers om de uitkomst. En die was best interessant, want het blijkt dat driejarigen het meest geagiteerd reageren als de opdracht niet lukt, omdat hun teamgenoot niet meewerkt. Anders gezegd: als de andere van het span een eigen plan heeft.

Boosheid

Wanneer dat het geval was, werd het ene deel van het team – de welwillende – boos, waarbij een verwijtende vinger naar het andere kind uitgestoken werd. ‘Hey, wat doe je?’ Vooral het feit dat het andere kind bewust niet deed wat de bedoeling was, maakte het andere lid van het duo zo geïrriteerd. Overigens was dit kind zich niet per se bewust van zijn egoïstische onwelwillendheid: hij of zij had simpelweg van hogerhand een andere instructie gekregen.

Anders was het beeld wanneer teamlid A doorhad dat teamlid B de opdracht niet begreep (wederom door toedoen van de onderzoekers), dan probeerde hij of zij de ander juist uit te leggen hoe het wél moest. Die hulpvaardigheid bleef voortduren zolang ze het idee hadden dat de ander de opdracht wel daadwerkelijk wilde leren begrijpen. De onderzoekers stellen dat kinderen een intrinsieke wens hebben om ‘behoeftigen’ te helpen.

In het laatste scenario, die waarbij de machine niet meewerkte, richtten de kinderen hun irritatie volledig op het apparaat, in plaats van enige uiting van emotie jegens het andere kind.

Intenties

Volgens wetenschappers is het onderzoek vooral ‘nuttig’ te noemen omdat het nieuw licht werpt op hoe jonge kinderen zich bewust zijn van de intenties van andere kinderen, en hoeveel belang ze eraan hechten dat andere kinderen dezelfde intenties hebben als zij. Een heel groot belang dus, blijkbaar.

NB. Het experiment had te maken met een touw waaraan door beide kinderen (tegelijk) getrokken moest worden om twee bogen omhoog te krijgen. Daarvoor moest ook nog een blok uit de weg geruimd worden, waarvoor het duo ook beiden aan het touw moesten trekken. Kortom: samenwerking was op alle niveaus noodzakelijk.

Lees ook: Kinderen die samen schommelen, kunnen beter samenwerken

Child & Family Blog