‘Eenmaal buiten omhels ik mijn lief en weet ik dat er een rare tijd op ons wacht’

Een paar weken terug schreef Phileine een prachtige brief aan haar ongeboren kind. Nu gaat ze naar de gynaecoloog voor een echo, maar die loopt helaas anders dan verwacht.

Dag mevrouw,

Ja, dat klinkt een beetje afstandelijk maar ik weet ook niet zo goed meer wat ik anders moet zeggen. Vanmorgen vroeg vertrok ik samen met manlief naar uw praktijk. We waren gespannen. We zouden voor het eerst samen naar ons nieuwe mensje gaan kijken en daar hadden we zin in.

De koude gel is welkom

Na de standaard vragenronde mocht ik op tafel kruipen. De koude gel was welkom. Binnen een paar tellen keken we naar een dansend, klein meisje. Ze had duidelijk zin in de dag. En ja, ik weet dat het onzin is, maar ik zou zweren dat ze even naar ons zwaaide. Alles zag er goed uit. U ging de belangrijke plekken langs en gaf ons steeds een goedkeurende blik.

Tot u ineens wel heel lang stil was. De lever werd met militaire precisie onderzocht, het hartje werd opnieuw bekeken en het hoofdje van ons knoetje kwam ineens ook wel erg vaak in beeld. Ik had nog niet eens echt iets in de gaten, mijn lief wel. Hij keek u aan en daar kwam ineens die tekst die niet in ons script stond. Duidelijk wel in dat van u.

Close up of ultrasound exam in pregnancy.

Bron: BraunS

Ik wil graag wegrennen uit uw praktijk

‘Jullie zullen het wel gemerkt hebben…’ Ik had helemaal niets gemerkt. En al had ik wel iets gemerkt dan nog had ik helemaal niets gemerkt. Ik wilde helemaal niets merken. Ik wilde gewoon nu graag de foto’s van ons meissie krijgen en dan na een vriendelijke handdruk wegrennen uit uw praktijk. Maar nee, van wegrennen was geen sprake. Ik moest luisteren want de volgende informatie was belangrijk.

‘Ik heb van alle kanten gekeken, maar ik zie een onvoldoende ontwikkeld neusbotje.’
Omdat ik bij u, als specialiste, zit weet ik dat ik dit serieus moet nemen.
‘De rest ziet er echter goed uit, dus ik ga er vanuit dat de kansberekening alsnog een prima uitslag zal geven.’
Dat doet de kansberekening niet. We vallen in de verhoogde risicogroep en het feit dat ons meissie geen neusbotje heeft ontwikkeld, is een indicatie dat er mogelijk sprake is van een chromosoomafwijking.

Normaal kan ik zijn gedachten zo goed lezen

Ik kijk naar mijn lief. De vader van mijn drie gezonde, prachtige kinderen en de man met wie ik alles, maar dan ook alles deel. De man die aan één woord genoeg heeft. De man wiens gedachten ik normaal zo goed kan lezen. Hij kijkt niet terug. Ik zie dat hij leeg is.

We mogen weer bij u aan tafel komen zitten en er volgt een noodzakelijk gesprek vol onderzoekopties die we helemaal niet willen uitvoeren. U legt uit welke risico’s er zijn en waar we rekening mee moeten houden. Beleefd glimlach ik en geef ik u alsnog de vriendelijke handdruk.

Eenmaal buiten omhels ik mijn lief en weet ik dat er een rare tijd op ons wacht.

Dag mevrouw. Ik had u eigenlijk liever niet gekend. Maar toch bedankt en we spreken elkaar zoals afgesproken eind van de week weer.

Verwarde groet,

Phileine.

Wil je reageren op Phileines brief? Dat kan via Facebook.

Lees hier ook de vorige column van Phileine : ‘Het is ook niet niks om zes te zijn en jezelf niet begrepen te voelen…’ >>

Reageer op artikel:
‘Eenmaal buiten omhels ik mijn lief en weet ik dat er een rare tijd op ons wacht’
Sluiten