Effectief communiceren met je kind, zo doe je dat

Soms is het goed om je communicatie met je kind even te analyseren. Is de manier waarop jij het aanpakt wel het meest effectief, of kun je op een andere manier meer bereiken? 

Het vergt wat oefening maar het vervangen van je boze, negatieve toon in een neutrale en probleemoplossende, heeft echt (positief) effect op het gedrag van je kind.

Van negatief naar probleemoplossend

Effectief communiceren met je kind kun je het beste aanpakken door een aantal zinnen in gedachte te houden:

1. ‘Zachtjes praten alsjeblieft’

Als vervanger voor ‘Niet zo schreeuwen’ of ‘Wees stil’. Sommige kinderen zijn van nature luider dan de ander. Als je kind moeite heeft met zachtjes praten, laat dan zien waar ze luid kunnen zijn. Ook kun je de power van fluisteren inzetten. De combinatie van fluisteren en oogcontact zorgt er voor dat je kind alle aandacht heeft voor wat je wilt zeggen.

LEES OOK: De 9 opvoedfouten die elke ouder maakt, ook al doe je nog zo je best  

2. ‘Wat moet je ook alweer onthouden?’

Dit kun je zeggen in plaats van ‘Voorzichtig!’. Op deze manier betrek je het kritisch denkvermogen van je kind en laat je hem of haar goed nadenken over de belangrijke voorzorgsmaatregelen. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen ‘Wat moet je ook alweer onthouden als we naar het park gaan om te spelen?’.

3. ‘Wil je het zelf doen of moet ik je even helpen?’

Dit is een effectievere aanpak dan zeggen ‘Dit is nu de derde keer dat ik het vraag, doe het nu!’. De meeste kinderen reageren heel goed op de macht als zij een keuze hebben. Het kritisch denkvermogen van je kind en de keuze die ze hebben neemt de overhand. Zich verzetten tegen je wordt minder interessant.

4. ‘… alsjeblieft’

In plaats van steeds te zeggen ‘Doe dit’ of ‘Stop daarmee’ kun je veel beter zeggen ‘Wil je je schoenen in de kast zetten, alsjeblieft?’. Door te vertellen wat er niet moet gebeuren zit er al een negatieve lading aan, je kunt daarom beter vragen wat je wilt dat er wél gebeurt.

5. ‘Wat heb je ervan geleerd?’

Het werkt heel goed om te focussen op toekomstig gedrag dan nadruk te leggen op wat er is gebeurd. ‘Wat heb je hiervan geleerd en hoe ga je het anders doen de volgende keer, zodat je geen straf krijgt?’ Dit zal ook juist motiverend werken om het gedrag te veranderen.

LEES OOK: Willen je kinderen niet luisteren? Met deze 6 trucjes lukt het (mogelijk) wel

6. ‘Wil je over 10 minuten gaan of nu?’

‘Willen jullie nog even 10 minuten spelen en dan gaan?’, kinderen zijn dol op leiding nemen over hun eigen lot. Het kost wel een beetje moeite om niet te zeggen ‘We gaan, nu’, maar het werkt echt. Geef ze een keuze en ze zullen veel beter reageren als je vervolgens zegt ‘De 10 minuten zijn voorbij, tijd om te gaan’.

7. ‘Laten we dat speelgoed bewaren voor op je verjaardagslijstje’

Dat kun je natuurlijk ook niet te lang blijven gebruiken, anders wordt de verjaardaglijst oneindig lang. Het idee is om niet constant in elke winkel te zeggen ‘Nee, ik heb toch gezegd geen speelgoed’, of ‘Dat is te duur’. Op deze manier geef je je kind ideeën hoe hij of zij zou kunnen krijgen wat hij wil (verjaardag, zakgeld, noem maar op).

8. ‘Rustig ademhalen, vertel me nu wat je wilt’

In plaats van ‘Stop met zeuren!’ is het goed om kalm mee te ademen om je kind rustig te maken. Je moet het misschien een paar keer herhalen, maar zodra ze zelf gekalmeerd zijn zul je zien dat de manier van praten anders wordt.

9. ‘Probeer samen te werken’

Veel kinderen hebben de neiging om de leiding op zich te nemen, maar kunnen dan ook gemeen overkomen tegenover andere kinderen. Het is daarom goed om je kinderen te leren dat ze moeten vragen in plaats van commanderen, laten zien in plaats van moeten vertellen en dat iedereen een keer de leiding op zich mag nemen.

LEES OOK: Onderzoek: gezond eten maakt kinderen écht blijer

10. ‘Het is goed als je verdrietig bent’

Het is best bijzonder hoe goed kinderen reageren als we ze niet “dwingen” om over een gevoel heen te stappen. Ze zullen juist sneller niet meer verdrietig zijn als duidelijk wordt dat ze ook zelf over hun gevoel heen kunnen komen (wat trouwens ook goed is voor hun zelfvertrouwen).

11. ‘Ik vind het niet goed, want…’

In plaats van ‘Daar ben je nog te klein voor’ kun je best zeggen ‘Ik vind het niet goed als je over dat muurtje gaat lopen, ik ben bang dat je gaat vallen en jezelf zeer doet’. Kinderen denken vaak bij bepaalde dingen al dat ze er oud, sterk en groot genoeg voor zijn, maar het zijn wij volwassenen die dat risico nog niet willen nemen. Door dit te communiceren zal je kind ook veel minder geneigd zijn om er tegenin te gaan.

12. ‘Hoe voel je je?’

Het is belangrijk om je kind te helpen zijn of haar gevoelens te identificeren en te communiceren. Dit kun je eigenlijk al heel simpel doen door in plaats van te zeggen ‘Niet huilen, je hoeft niet verdrietig te zijn’, te zeggen: ‘Ik zie dat je verdrietig bent, wat is er?’.

Effectief communiceren met je kind vraagt wat oefening en doorzettingsvermogen, maar je zult merken wat voor effect een andere aanpak kan hebben op het gedrag (en daarmee automatisch ook op jou).

Reageer op artikel:
Effectief communiceren met je kind, zo doe je dat
Sluiten