Stop nou eens met zeggen dat ‘enige kinderen eenzaam zijn’

Redactie 8 dec 2017 Kids

Ik heb maar één dochter. ‘Een hele lieve en leuke,’ voeg ik daar graag aan toe. Dat vind ik zelf een nuttigere toevoeging dan de ‘maar’ aan het begin van deze alinea. Toch lijkt het voor ouders van enige kinderen nog altijd niet bon ton te zijn om te zeggen dat je maar één kind hebt omdat je dat zo wil. ‘Maar dan wordt ze toch eenzaam?’

Het is dat ik niet van de caps lock-knop houd, anders had ik dit hele stuk in blokletters geschreven. Maar vooruit, één zin: NEE, MIJN DOCHTER IS NIET EENZAAM EN WORDT NIET PER DEFINITIE EEN ANTISOCIAAL, VERWEND EN EGOÏSTISCH WEZEN.

Waarom ik dat zo stellig durf te beweren? Nou, om de doodeenvoudige reden dat mijn vriend en ik haar opvoeden om alles behalve dat te worden.

Meedogenloos stigma

Het is een stigma waar enige kinderen maar niet van af lijken te komen: zonder broertjes en zusjes opgroeien is niet leuk, en je wordt onherroepelijk ontzettend door je ouders verwend. En dus blijf je op sociaal vaardig gebied achtergesteld en egoïstisch. Lekker dan.

Natuurlijk is het waar dat ouders van één kind de aandacht niet over twee of meerdere kinderen telgen hoeven te verdelen, maar dat hoeft niet per definitie te betekenen dat een enig kind altijd alle onverdeelde aandacht krijgt. Integendeel, ik schaam me niet om te zeggen dat één van de redenen waarom mijn vriend en ik ‘maar’ één kind willen, is dat we aandacht voor onszelf ook zeer prettig vinden.

Wetenschappelijk enig-kind-expert

Dat enige kinderen niet zomaar in een eenzaam, antisociaal hokje te duwen zijn, bewijzen niet een heleboel gezellige, sociale enige kinderen die op de wereld rondlopen, maar ook de wetenschap. Eén van de meest vooraanstaande onderzoekers naar het wel en wee van enig kinderen is de Amerikaanse professor Toni Falbo, zelf enig kind en tevens moeder van een enig kind.

Al sinds de jaren ‘70 doet Falbo uitvoerig onderzoek, zowel in de Verenigde Staten als in China. Vooral China is in deze context een interessante plek, omdat enige kinderen daar met dank aan de jarenlange één-kind-politiek van de Chinese overheid meer regel dan uitzondering zijn.

Enige kinderen versus niet-enige kinderen

Ook al beleefde Falbo haar wetenschappelijke hoogtijdagen decennia geleden, haar resultaten zijn nog altijd niet wetenschappelijk weerlegd. Zo toonde zij al dertig jaar geleden aan dat enige kinderen zich qua aanpassingsvermogen, sociale vaardigheden, prestaties, intelligentie en karaktereigenschappen niet wezenlijk anders scoren dan kinderen die een broertje of zusje hebben (of meerdere).

Meer zelfvertrouwen

Het enige vlak waarop enige kinderen anders scoorden was dat ze zichzelf hoger inschatten als het ging om prestaties die ze dachten te kunnen bereiken, waaruit je kunt afleiden dat enig kinderen soms zelfverzekerder zijn. Volgens Falbo is er nog steeds geen enkel wetenschappelijk bewijs dat het stereotype beeld van enig kinderen – eenzaam, egoïstisch en sociaal minder vaardig – onderschrijft. Ondanks neurowetenschappers die menen dat enige kinderen een ander hersenpatroon hebben dan kinderen met broertjes of zusjes; daarvoor is nog niet voldoende bewijs.

Kwaliteit boven kwantiteit

Wat niet wil zeggen dat er geen enige kinderen rondlopen die compleet aan dat stereotype voldoen, natuurlijk. Net zoals er ook hondsonbeleefde en egocentrische kinderen zijn die een heel voetbalelftal aan broertjes en zusjes hebben. Want, zo luidt de conclusie van Falbo en enkele duizenden mede-wetenschappers: het karakter van een kind wordt voor het grootste deel bepaald door de directe omgeving waarin het kind opgroeit: ouders, klasgenoten, vriendjes en vriendinnetjes dus.

Voetnoot

En juist daarin schuilt nog een interessante voetnoot. Ouders die bewust kiezen voor één kind investeren vaak meer tijd en zorg aan sociale interactie voor hun kind, waardoor vaak juist sprake is van zeer goed ontwikkelde sociale vaardigheden. En die zelfverzekerdheid die bij sommige enige kinderen iets meer ontwikkeld zou zijn: mocht dat hinderlijk worden, dan slaan we dat er wel uit. Want dat, lieve mensen, is onze taak als ouders en opvoeders: onze kinderen zoveel mogelijk helpen en stimuleren om leuke, niet-eenzame, niet-egoïstische, sociaal vaardige schepsels te worden. Of dat er nou één of zes zijn, maakt echt geen verschil.

Lees ook: Nog altijd een taboe – zeggen dat je maar één kind wil

Psychology Today

Reageer op artikel:
Stop nou eens met zeggen dat ‘enige kinderen eenzaam zijn’
Sluiten