Eva: ‘Het feestje van mijn dochter is het hoogtepunt van het jaar’

Persoonlijk

Famme’s Eva is een momzilla als het op kinderfeestjes aankomt. Het verjaardagsfeestje van haar dochter is het hoogtepunt van het jaar.

Column: Kinderfeestje

Al weken (oké, maanden) van tevoren vult het notitie-lijstje in mijn telefoon zich met ideeën voor de cadeaus, het thema en de activiteiten. Avonden lang breng ik googlend naar inspiratie door. Voor mijn dochter maak ik een afkruiskalender die zo’n twee weken voor de grote dag begint, maar ik begin zelf al zeker een half jaar eerder met aftellen.

Al toen ons kind het woord verjaardag nog amper uit kon spreken, vierde zij haar eigen kinderfeestje. Ze was drie. Maar ze had nou eenmaal op het kinderdagverblijf vriendschappen voor het leven gesloten met de andere peuters (nou ja, ze ziet er nu nog een). Het werd een picknick in het park met oud-Hollands spelletjes. Deze feestjes voor crèchevriendjes – toen ze vier werd gaven we er weer een – waren eigenlijk heel relaxed. Vaders en moeders bleven er namelijk allemaal bij dus ik hoefde niet in actie te komen als vriendje 1 het op een bijten zette omdat hij de stoelendans verloor of vriendinnetje 2 een hysterische driftaanval kreeg omdat de cadeautjes niet voor haar waren.

Chaos

Het eerste échte partijtje (zonder ouders) haalde mij in één keer uit de droom. Kinderfeestjes zijn keihard werken. Achttien gasten had mijn dochter voor haar vijfde verjaardagsfeestje uitgenodigd. Iedereen verklaarde me voor gek en ik begreep al snel waarom. Het was chaos. Ondanks de vier (!) helpende oppasmeiden (mijn man wist zich die ochtend listig onder het gebeuren uit te werken door een – al dan niet verzonnen – crisis op het werk) was het entertainen van achttien kleuters zwaarder dan het driedaagse bootcamp dat ik ooit met collega’s deed.

Je zou denken dat ik ervan leerde. Think again.

De zesde verjaardag was in aantocht. Ze wilde gewoon naar Superfun, de plaatselijke indoorspeelplaats (waar je als begeleidende ouder alleen maar aan een tafeltje hoeft te zitten met koffie en af en toe een pleister plakt). Maar daar stak ik een stokje voor. Superfun? Daar gaan we al zo vaak heen. Daar viert iederéén al z’n feestje. We gaan niet in een hal met TL-licht en frituurlucht zitten! Een verjaardagsfeestje moet BIJZONDER zijn. Met gewiekste brainwash-technieken wist ik mijn dochter zo te manipuleren dat ze ging denken dat mijn idee haar eigen idee was: een strandfeestje (het was immers altijd mooi weer met haar verjaardag) bij de strandtent aan de rivier vlakbij school.

Flessenpost-uitnodigingen

Maanden voor de grote dag – en vlak nadat ik het trauma van het helse vijfde verjaardagsfeestje verdrongen had – begon het aantekeningen-lijstje in mijn telefoon zich al te vullen: een zee-thema-springkussen, een speurtocht naar verborgen piratenschat in het zand, beachspelletjes en zandtaarten bakken. Mijn grote trots waren de flessenpost-uitnodigingen die ik online gevonden had: plastic flesjes met wat gekleurd zand, een hawaïketting en een opgerold briefje erin vormden de uitnodigingen. Een maand voor het uitdelen werden ze bezorgd en ik was er zo van in mijn nopjes dat ik de flesjes vaak even tevoorschijn haalde als ik me rot voelde. Kijk nou hoe gaaf! Instant geluksgevoel (ja, ik ben raar, ik weet het).

‘Hey, zullen we de hele klas uitnodigen? Of alle meisjes in elk geval? Je speelt toch met bijna allemaal? En maar een of twee niet uitnodigen is zielig’.

Drie weken later fietsten dochter en ik vijftien adressen langs, in de regen. De kinderen keken allemaal verrukt toen ze hun flessenpost overhandigd kregen. Triomfantelijk lachte ik naar de moeder wiens dochter maar vijf kindjes mocht uitnodigen (want ze werd 5) op haar partijtje en daarom mijn dochter passeerde. Kijk, zo kan het ook! (Jezus, wat ben ik toch een heks).

Storm

Ik e-mailde de organisatie van de strandtent vier keer (hebben jullie het springkussen wel gereserveerd? Staan de kannen limonade stipt om twaalf uur klaar?) en hield het weerbericht in de gaten alsof het om mijn eigen bruiloftsfeest ging (dat ik nooit gehad heb, zou dat het zijn? Dat ik via mijn eigen dochter die gemiste mooiste-dag-van-je-leven wil goedmaken?). Een dag voor het feestje: code geel. Storm. Springkussens kunnen bij alle weersomstandigheden staan, zelfs regen maar niet bij…juist: storm. Hyperventilerend belde ik de manager van het strandpaviljoen, ze stelde me gerust: de feestzaal was toevallig niet in gebruik, dus het springkussen kon ook binnen staan.

Op de grote dag zelf liepen we in de stromende regen met vijftien kids (toch drie minder dan de vorige keer!) naar de strandtent. Tijdens het cadeautjes uitpakken alleen al kreeg mijn arme jarige dochter drie inzinkingen. Ze was helemaal over de zeik. Te veel, te druk, te heftig. We gooiden snel de zaal open en de gasten doken vol enthousiasme op het springkussen terwijl mijn moeder de jarige job op een rustig plekje kalmeerde (niemand kan dat zo goed als oma). Ik stond in een hoekje en staarde door het raam naar buiten waar de wind en de regen natte zandstormen maken van het stadsstrand. Ik dacht aan het idyllische plaatje dat ik in mijn hoofd had (je-weet-wel: zon, zandtaartjes bakken, schatgraven, een übergelukkige dochter enzo).Toen voelde ik een klef handje op mijn arm.

‘Mama van R?’
‘Ja, Nadia?’
‘Dit is mijn eerste feestje ooit, ik ben nog nooit uitgenodigd. Ik vind het zo leuk hier!’
Ik slikte mijn ontroering weg bij het zien van het stralende snoetje voor me. Ik was dan wel een hysterische momzilla die alleen maar vanuit zichzelf had gedacht bij de organisatie van dit compleet over-de-top-feestje, maar ik had toch nog iets goeds gedaan.

Stralende middelpunt

Mijn dochter was inmiddels op gang gekomen en vermaakte zich. Geschminkt als poes liet het stralende middelpunt zich keer op keer van de glijbaan van het springkussen roetsjen, al haar vriendinnen in haar kielzog. Na drie uur was iedereen opgehaald door dankbare ouders die vonden dat ik aan de wijn mocht. Dat liet ik me geen twee keer zeggen.

‘Mam’.
‘Ja liefie’.
‘Het feestje was leuk, maar wel heel druk’.
‘Ja, maar je kreeg wel heel veel cadeaus!’
‘Toch, als ik zeven word wil ik een KLEIN feestje. Oké mam?’
‘Is goed liefje.’
‘En dan wil ik naar Superfun’.
‘Doen we’.