Froukje: ‘Bij ons geen vierkante oogjes. Opvoeding geslaagd, dachten we’

Persoonlijk

Columnist Froukje is getrouwd en moeder van twee jongens van 6 en 3 jaar. Is journalist, columnist, blogger. Kookt voor het ene kind lactosevrij, voor het andere vegetarisch. Ze is supertrots, maar sterft ook duizend doden als weer eens iemand zich op een loopfiets van een helling stort. Froukje is, kortom, een heel gewone moeder, samen met die andere moeder.

Column: Minecraft

Computerspelletjes hebben me nooit kunnen boeien. Mijn broer die niet kon stoppen met spelen tot hij met Prince of Persia het volgende level haalde, ik snapte hem niet. De Mario-competities in het studentenhuis, niets voor mij. Omdat ik een partner trof die er net zo weinig om geeft, hebben wij geen spelcomputer in huis. Op de iPad vind je slechts nieuws- en sociale media-apps.

Als we andere ouders hoorden over schermtijd en tablet-minuutjes waren we stiekem best trots. Bij ons geen vierkante oogjes. Geen neurotische kinderen, dreinend om een device. Opvoeding geslaagd, dachten we. Het Sinterklaasjournaal was in november heilig, maar verder taalden onze jongens niet naar welk scherm dan ook.

Schermtijd

Taaldén, inderdaad. Want sinds kort is de oudste zes en als donderslag bij heldere hemel meldde hij: ‘Als je zes bent, mag je Minecraft toch?’ Er kwamen vriendjes over de vloer, vol van verhalen over SuperMario en hoe je de Minecraftboomhutten van je zus torpedeert. Hoe je Siri gekke vragen kunt stellen en hoe hij dan gekke antwoorden terug geeft. Ik zag hoe onze jongen schaapachtig, maar ook hongerig naar informatie meeknikte en wist: aan het schermloze tijdperk is een einde gekomen. Want schermtijd beperken is één ding, aansluiting bij je leeftijdsgenoten missen is iets anders.

We zijn oud, concludeerden we, en een beetje digibeet

De volgende dag kreeg ik even wanhopige als hilarische appjes van mijn vrouw. Terwijl ik op pad was voor werk, zou zij Minecraft downloaden en uitvogelen hoe het werkt, zodat we onze zoon die avond konden verrassen en meteen een spelletje met hem mee konden spelen. Het ging niet helemaal zonder slag of stoot en gniffelend las ik haar berichtjes. We zijn oud, concludeerden we, en een beetje digibeet.

Giraffen en ijsberen

Zoals verwacht was Oudste in de wolken. Met de kookwekker op vijftien minuten stortte hij zich vol enthousiasme op de tablet en probeerde de weg te vinden in deze nieuwe wondere wereld. Maar na een minuut of wat begon hij te schuifelen op zijn stoel. Zag ik hem naar de speelhoek kijken waar Jongste een dierentuin bouwde van Duplo. Merkte ik hoe hij zijn oren spitste om het spel van zijn broer te kunnen volgen. Ruim voor het kwartier verstreken was, stond hij op en voegde zich bij zijn broertje op de grond. ‘Als jij de giraffen bent, ben ik de ijsberen, oké?’

En ik? Ik legde de tablet terug in de kast. Maar niet voordat ik zelf een potje had ge-Mariokart.