Over het kind dat er niet kwam (of die tweede)

Persoonlijk

Voor veel kinderloze vrouwen is dat geen bewuste keuze – het overkomt ze. En je daar definitief bij neerleggen kan vreselijk moeilijk zijn. Dat geldt ook voor mensen die al een kind hebben en die de hoop op een tweede moeten opgeven en ouders die een kind bij de geboorte verloren.

De omgeving reageert vaak verbaasd met de woorden: ‘Maar jullie hebben toch al een kind?’ Of: ‘Ah joh, dat komt nog wel.’ Ook worden ouders van één kind met hoop op een tweede altijd weer herinnerd aan het uitblijven van die tweede. Doordat mensen heel lang blijven vragen waarom je er maar één hebt.

Uiteindelijk verzwegen

Een vriendin die haar eerste kind bij de geboorte verloor en daarna nog een kind kreeg, bleef jarenlang steevast zeggen dat ze twee kinderen had, waarop sommigen reageerden met: ‘O, waar is die andere dan?’ Dat hoorde ze zo vaak, dat ze het eerste kind uiteindelijk maar verzweeg.

Geen bewuste keuze

Zo is er een continuüm van mensen die kinderloos blijven of niet nog een kind krijgen: een klein deel van de vrouwen, rond de 5 procent, neemt op jonge leeftijd bewust het besluit om geen kinderen te krijgen. Dat is de ene kant van het continuüm. Aan de andere kant is er een groep die nooit een besluit over het krijgen van kinderen neemt en om die reden kinderloos blijft. Daar tussenin zitten veel variaties. Kinderloos zijn is dus bijna nooit een bewuste keuze. In de meeste gevallen is het het gevolg van een heleboel factoren, van gedrag, gemaakte keuzes, toevallige omstandigheden en pech.

Vruchtbaarheid

Vanwege de vooruitgang die is geboekt met kunstmatige-bevruchtingstechnieken en succesverhalen over veertig-plusvrouwen die nog een kind op de wereld zetten, is de verleiding groot te denken dat we het krijgen van kinderen lang kunnen uitstellen. In werkelijkheid neemt de vruchtbaarheid van vrouwen na hun dertigste sterk af en heeft ook een ivf-behandeling bij vrouwen van boven de veertig nog maar een slagingskans van 10 procent per cyclus.

Partners keuze

Soms speelt vruchtbaarheid niet eens een rol, maar komt de kinderloosheid voort uit de keuze van een van de partners. Zoals bij Rachel Black, die de liefde van haar leven trof, met hem trouwde en er toen pas achter kwam dat hij onder geen beding kinderen wilde. Black besloot bij hem te blijven en schreef er vijftien jaar later een boek over, Je leven zonder kinderen, waarin ze vertelt hoe zwaar het is om je kinderwens op te geven.

Rouwen om een verloren toekomst

Het verdriet daarover verdwijnt volgens haar nooit helemaal. Het verbleekt. ‘Inzien dat je iets hebt verloren is een belangrijk aspect van het verwerkingsproces,’ zegt ze. ‘Je bent iets kwijt wat je nooit hebt gehad. Juist de afwezigheid van iets tastbaars maakt het gevoel van verlies zo groot en het verwerken ervan zo moeilijk. Daarbij rouw je niet om het verleden, om iets wat er vroeger was, maar om een verloren toekomst.’

Langzaam besef

Voor de meeste mensen komt het opgeven van een kinderwens niet als donderslag bij heldere hemel en evenmin als hartverscheurende beslissing. Vaak is het een langzaam ontwakend besef dat het er niet meer van gaat komen. Zelfs wanneer je diep in je hart weet dat je kinderwens of de wens naar een tweede niet in vervulling gaat, is het moeilijk om de hoop definitief op te geven. Je geeft namelijk een kind op dat je al allerlei eigenschappen hebt toegekend. Een kind bestaat zodra je erover begint te fantaseren.

Rouwproces vergt tijd

Op het moment dat de hoop weg is, komen er grote levensvragen op tafel. Vragen over de zin van het bestaan komen onherroepelijk naar boven. De gedachte over een groot gezin met veel kinderen moet je opgeven. Bij groot verdriet is er de neiging om de leegte op te vullen en het verdriet weg te stoppen. Maar die niet-bij-de-pakken-neerzitten-houding helpt niet. Afscheid nemen van je kinderwens is een diep proces van rouw en aanpassing en dat vraagt tijd.

Je hebt verdriet om iets wat je nooit hebt gehad

Gaat die pijn ooit over? Nooit helemaal, zo blijkt. Het neemt wel af in de loop der jaren en krijgt steeds een ander karakter. Niet zwanger worden betekent ook dat je geen kinderen hebt die afzwemmen of gaan studeren, en dat je geen kleinkinderen krijgt. Kinderloosheid loopt in alle levensfasen mee. Als je goed hebt gerouwd, gaan veel scherpe kantjes van het verlies eraf. Als je dat niet hebt gedaan is de kans groter dat het de rest van je leven blijft opspelen. En moet je de hoop op nog een kind opgeven, dan komt er ook een moment waarop je de zolder moet leeghalen en wiegjes en speelgoed, bedoeld voor de tweede, het huis uit moet doen.

Acceptatie is ook niet makkelijk

In dat rouwproces draait alles om loslaten en accepteren. Maar accepteren klinkt alsof het passief is, alsof je alleen maar je droom hoeft op te geven. Het kan, al moet je er alleen heel veel voor doen. Het is een actief proces waar je veel tijd voor moet nemen. Een vriendin die twee maal een kind bij de geboorte verloor, werd op een dag opgebeld door ‘de blije doos’. Blijkbaar was iemand vergeten om haar uit een systeem te halen. De blije doos vroeg of het kindje al was geboren. Al het verdriet van mijn vriendin kwam op dat moment boven en ze heeft een half uur lang haar hart gelucht tegen de argeloze belster. Die durfde waarschijnlijk niet op te hangen, omdat mijn vriendin zo kwaad en zo verdrietig was. Tot op de dag van vandaag lachen we erom. Terwijl we even proosten op de twee kindjes die niet meer leven.

Manon Sikkel is psycholoog, journalist, kinderboekenschrijver en heeft zelf drie kinderen.

Ook Natascha (45) is ongewenst kinderloos. Ze kreeg onverteerbaar harde, soms ronduit brutale of onbegrijpelijke opmerkingen. ‘Maar ik geloof heel erg in liefdesbaby’s.’ Lees hier haar indrukwekkende verhaal.

Meer leuke content? Like ons op Facebook