Hier hebben we allemaal op gewacht: hét geheim voor een goed opgevoed kind

Kids

Met een dochter van 15 maanden verkeren wij qua ‘opvoeding’ nog redelijk in de beginnersfase. De woorden ‘nee’ en ‘niet doen’ vallen steeds regelmatiger, maar daar blijft het qua ‘disciplinair gezag’ vooralsnog bij. Maar om me heen kijk ik alvast goed naar hoe andere ouders het doen met hun kinderen. Sommige kinderen zijn (lijken?) ‘beter’ opgevoed dan anderen en juist die trucjes zijn voor ons als beginners bijzonder interessant om af te kijken.

Even voor de beeldvorming: met goed opgevoed wordt in deze context bedoeld dat kinderen onder andere naar hun ouder(s) luisteren; dat het niet elke avond een onheilspellend drama is om ze naar bed te krijgen; dat ze geen andere kinderen slaan/bijten/schoppen; dat ze het concept ‘delen’ tot op zekere hoogte beheersen en dat ze zich in het openbaar goed (kunnen) gedragen. En dat ze al bovenstaande af en toe allemaal niet (of juist wel) doen, spreekt voor zich – het zijn tenslotte kinderen.
Ik ben gek op Amerikaanse magazines, waaronder op Parents Magazine. Dat heeft deels te maken met de heerlijke hysterie die Amerikanen af en toe tentoonspreiden, maar ook omdat ze er niet vies van zijn om hun wijsheid als onomstoten feitenmateriaal te presenteren. Zoals in dit artikel – een ouwetje hoor, hij stamt uit 2009 – waarin ze claimen dat ze hét geheim hebben over hoe je kinderen tot goed opgevoede exemplaren ‘fabriceert’.

De clou

Nou, hier komt ‘ie. Het motto luidt: kinderen kunnen zichzelf discipline aanleren. Zolang je als ouder(s) vanaf het begin duidelijk maakt hoe ze ‘geacht’ worden zich te gedragen, is daarna slechts een blik genoeg om ze daaraan te herinneren. Dat zegt auteur Sharon Hall van het boek Raising Kids in the 21st Century, die op het thema promoveerde. ‘Als je je kinderen zo jong mogelijk duidelijk maakt wat je van hen verwacht, zullen die verwachtingen geïnternaliseerd worden.
Met andere woorden: je peuter maakt zichzelf die gedragseisen zodanig eigen, dat ze het zelf ook als gedragsnorm (voor zichzelf) zullen verwachten. En omdat kinderen in de kern graag hun ouders willen pleasen, zullen ze zich het liefst gedragen op de manier die jij ze hebt voorgedaan.

Is ze 18 maanden? Go!

Volgens experts zijn kinderen vanaf 18 maanden al gevoelig voor het verwachtingspatroon van hun ouders (en moet je er dus ook vanaf dat moment op inspelen). Vanaf dat je kind ongeveer twee jaar is, is het verstandig als ouders zich op de essentiële zaken in de (disciplinaire) opvoeding richten. Dat leidt tot een kind dat zich makkelijker aanpast, minder weerstand biedt en zich uiteindelijk beter gedraagt.
En die vier essentiële gedragsnormen zijn…

(tromgeroffel)

1

Stel duidelijke regels in die altijd gerespecteerd moeten worden

Belangrijk is dat je daarbij ook uitlegt waarom deze regels en gedragsnormen zo belangrijk zijn. Dus niet alleen maar zeggen dat de bedtijd om half acht is, maar uitleggen waarom dat zo is. ‘Het is belangrijk dat je om half acht naar bed gaat, zodat je lichaam de slaap krijgt die het nodig heeft om sterk en gezond te zijn, en om morgen weer fit te zijn’. Dat jij zelf de regels die je je kinderen oplegt ook naleeft (wel of niet tablets of telefoons gebruiken tijdens het eten, of over spullen na gebruik opruimen, etc), moge duidelijk zijn. Ook complimenten uitdelen als de kinderen de regels naleven, is aan te raden: ‘Wat goed dat je ‘asjeblieft’ zei toen je me zojuist iets vroeg, heel netjes!’

2

Werk aan probleem-oplossende vaardigheden

Onmacht en frustratie zijn twee van de belangrijkste redenen voor kinderen om zich ‘slecht’ te gedragen. Het is derhalve een simpele optelsom: als je je kinderen leert hoe ze zelf dingen kunnen uitvogelen en oplossen, help je jezelf aan een beter opgevoed kind. Want als ze geconfronteerd worden met een uitdaging of probleem, zullen ze niet meteen om jouw hulp roepen (schreeuwen), maar het eerst zelf proberen op te lossen. Een praktijkvoorbeeld: hebben je kinderen ruzie? In plaats van ze uit elkaar te halen en ze allebei naar boven te sturen of te roepen ‘of zoonlief misschien zijn Star Wars Droid Tri-Fighter niet langer wil richten op de barbie-modeshow van z’n kleine zusje’, is het een goed idee om de twee uit elkaar te halen en ze te vragen hoe ze de situatie zelf op zouden lossen. Dat klinkt misschien utopisch (lijkt mij), maar volgens de geleerden zal je verbaasd zijn met de suggesties die je kinderen opperen.

3

Geduld is een schone zaak

En dus gaan we die al vanaf (heel) jongsafaan inmetselen. Trouwens ook bij jezelf, want ook al duurt het een half uur voordat ‘ie z’n veters gestrikt heeft, het is altijd beter om het hem zelf te laten doen (ook in het kader van #2). Met een dosis geduld haal je iets van het impulsieve, ‘het-moet-nu-nu-nu’ dat kinderen van nature hebben, weg. Hoe? Simpel, laat niet meteen alles uit je handen vallen als je kind je iets vraagt, maar laat hem al vroeg wennen aan het ongemakkelijke gevoel dat bij wachten hoort. Uiteraard niet als het om halszaken gaat, maar wel als hij om een glas water vraagt, buiten wil spelen of iets anders wil/nodig heeft dat ook wel een minuut of vijf kan wachten. Wat trouwens ook schijnt te helpen is spelen met dingen die niet meteen tot (zichtbaar) resultaat leiden, zoals de meeste spelletjes anno nu die met een druk op de knop (lees: swipe) iets doen of maken. Denk aan een legpuzzel, of samen in de tuin planten zaien die tijd nodig hebben om te groeien.

4

Benadruk het belang van inlevingsvermogen (en dat het niet alleen om hen gaat)

Kinderen worden geboren met het idee dat de wereld om hun draait. Daarom is het heel belangrijk om ze al vanaf het prille begin duidelijk te maken dat niet alleen zij, maar iedereen om hen heen ook gevoelens heeft – en dat hun gedrag impact heeft op dat van anderen. Hoe doe je dat? Moedig sociaal gedrag aan en geef je kind een compliment als hij dat verdient: ‘Heel lief van je dat je dat jongetje in de speeltuin met jouw step liet spelen.’ En ook al is het soms nog te vroeg voor diepe psycho-analyses, een open vraag waarin je een kind uitdaagt na te denken over haar (niet zo wenselijke) gedrag, kan nooit kwaad. ‘Hoe denk je dat dat jongetje het vond dat hij niet heel even met jouw step mocht spelen?’

Nou, voilá, hier heb je dus het handboek voor het perfect opgevoede kind in spé. O nee, toch niet. Want laten we vooral ruimte in de marge laten voor de nodige kritische kanttekeningen en nuances. Denk niet dat een kind – hoe vroeg, vaak en consequent je ook bent in je gedrag en de wijze waarop je dat uitdraagt – vanaf nu nooit meer languit schreeuwend op de vloer in de supermarkt ligt; je op het schoolplein stampvoetend vertelt dat je een hele stomme mama bent omdat hij niet bij z’n vriendje mag spelen en ja, soms heeft ze gewoon zin om die barbies alle hoeken van de kamer te laten zien. Want nogmaals: het blijven nou eenmaal kinderen. Godzijdank.

Deze dingen vertelt niemand je over het opvoeden van een kleuter… >

Meer leuke content? Like ons op Facebook