Hoteljunkie gaat op campingvakantie met baby

Ik hou van hotels. En dan natuurlijk van de goede hotels, met perfecte service, royale boxsprings en designer inrichting. Maar met de komst van ons dochtertje, nu 14 maanden, lijken plakkerige appelstroopvingertjes op smetteloze Eames-stoelen mij niet heel handig. En dus kiezen mijn vriend en ik voor onze welverdiende vakantie een heuse camping uit. Met vier sterren, dat dan weer wel.

Onze keuze valt op Vacansoleil-camping La Torre del Sol in het plaatsje Mont-Roig del Camp. De ligging is ideaal: pal aan het strand en twintig minuten rijden vanaf vliegveld Réus. De vlucht zelf duurt vanaf Eindhoven amper twee uur. Voor het eerst vliegen met de kleine is even spannend, maar gelukkig is er genoeg afleiding aan boord (O, een stewardess! Geinig, zo’n gordel! Hé, dat lampje brandt!) om haar koest te houden.

Na het oppikken van onze huurauto rijden we richting camping. En ja, dat vind ik ‘spannend’. Bij het woord kamperen denk ik toch aan hannesen met een gastoestelletje, zand in je slaapzak en opgestapelde bierkratten (je merkt het: ik heb één keer gekampeerd op een jongerencamping toen ik 17 was).

Lekker kneuterig

In plaats van een tochtige tent treffen we een gloednieuwe Waikiki-stacaravan aan. Met drie slaapkamers, een keuken, badkamer en zitgedeelte. Ook handig is het babypakket dat ik van te voren kon bestellen. Er zijn een campingbedje, eetstoel en babybadje aanwezig. Ideaal! Al gauw hebben we onze dagelijkse routine gevonden. ‘s Morgens buiten aan de tuintafel ontbijten met vers stokbrood uit de campingwinkel, en daarna lekker op pad. Het heeft wel iets kneuterigs en gezelligs, zo’n caravan. Het voelt een beetje als vadertje en moedertje spelen (vooral als ik met de bezem in de weer ga) en heeft een huiselijkere vibe dan een hotel.

Er is genoeg ruimte om ons dochtertje te verschonen, de koffers passen in de extra slaapkamer en de keuken met grote koelkast en magnetron is ideaal voor alle fruithapjes, flessen en groenteprakjes. Ook héérlijk dat ik niet met een wc-rol of handdoek richting toiletgebouw of douches hoef, maar een eigen wc en badkamer heb. Ja, de douchecabine is wat krap – dat merk ik als ik me omdraai en met mijn kont de kraan op heel koud zet. Brrr. Maar fijn is het wel, die privacy.

Spetteren en plonzen

Als ons apie iets leuk vindt, dan is het wel contact met andere kindjes. Fas-ci-ne-rend vindt ze haar soortgenoten. En laten die nou in groten getale aanwezig zijn op een camping. Het restaurant heeft een afgesloten speelruimte dat als een soort box fungeert. Er is een speciaal, lekker verwarmd kinderbadje waar de kleintjes heerlijk kunnen spetteren en plonzen. Ze giert het uit in haar zwembandje en eet daarna haar allereerste ijsje (waar ik uiteraard een hele fotoshoot aan wijd).

Het strand bereiken we via een met palmen omzoomd pad. Een fijn zandstrand zonder kiezels en gruis, precies zoals ik dat graag zie. We maken zandtaartjes en spelen in de branding. En note to self: koters vinden het hilarisch om handenvol zand over hun hoofd uit te strooien. Ik vind dat niet zo grappig.

Beter een goeie buur

Er is nog iets anders wat me opvalt aan het campingleven: het geroezemoes. Je hoort kinderen langsrennen, vogels fluiten, mensen kletsen. In het begin moet ik daar even aan wennen. Ik ben gewend om de deur van mijn anonieme hotelkamer dicht te trekken en dan afgesloten te zijn van de rest van de gasten. Maar dit contact heeft ook een groot voordeel: het is gezellig. Zo krijg ik van mijn ‘buurvrouw’ extra zwemluiers als ik een tekort dreig te hebben, ook worden er zwembandjes en boodschappen gedoneerd als zij weer naar Nederland vertrekken. En wij doen vervolgens hetzelfde voor onze nieuwe buurtjes als wij naar huis gaan. Sharing is in dit geval echt caring. Met het animatieprogramma heb ik wat minder (een Spaanse nep-Elvis die Love Me Tender zingt: nee, dank je). Maar daar is een heel simpele oplossing voor: wij skippen de optredens ‘s avonds en chillen lekker voor onze caravan of op een terrasje.

Net als vroegah

Ook in de omgeving is er genoeg te doen. In het naastgelegen Cambrils kun je shoppen en lekker eten. Wij besluiten een dagje jeugdherinneringen op te halen in Salou, dat op ongeveer twintig minuten rijden van de camping ligt. De boulevard, de Hollandse barretjes, de proppers: er is weinig veranderd in de twintig jaar dat ik er voor het laatst was (mijn gewicht wel, maar da’s weer een heel ander verhaal).

Rijd je een stukje verder door, dan kom je in Tarragona. Een mooi stadje waar elke zondag een grote zigeunermarkt plaatsvindt. Het echte shopwalhalla bevindt zich op ongeveer anderhalf uur rijden: Barcelona. Slenter door de nauwe straatjes, bezoek het mooie Park Güell en prop je vol met de beste tapas. Na een week sluit ik met een weemoedig gevoel de deur van onze caravan, met zo’n bruin vermoeden dat we hier nog weleens terugkomen. Volgend jaar weer?

Gaan jullie elk jaar met de kinderen naar de camping? En wat zijn de beste tips? Vertel het ons!

In samenwerking met Vacansoleil

Reageer op artikel:
Hoteljunkie gaat op campingvakantie met baby
Sluiten