‘Ik ben een ‘flexi feminist’ en ik weet niet of dat erg is’

Vegetariërs heb je in vele soorten en maten. Je kan er bijvoorbeeld voor kiezen om soms wel een stukje vlees te eten. Go flexitariërs! Maar geldt dat ook voor feministen? Kun je in de vliegtuigmodus gaan wanneer je er even geen zin hebt? Want dan ben ik misschien wel een flexi feminist.

Laat ik beginnen bij het begin: waarom noem ik mezelf een feminist? Ik zou een mooi verhaal kunnen verkondigen dat ik eerder kon protesteren tegen ongelijke salarisschalen dan dat ik kon lopen, maar nee. Pas sinds een jaar ben ik veel met dit onderwerp bezig. Misschien wel omdat ik me nu meer vrouw dan ooit voel, simpelweg omdat ik ouder wordt en bewuster leef. Ik ben niet alleen een vrouw, maar ook vriendin, sinds kort tante, verloofde, carrièretijger en ja, zoveel eigenlijk.

Ik heb vele gezichten en val niet in een hokje te stoppen. Misschien dat ik daarom ook problemen heb met dat er grenzen zouden zitten aan wat ik als vrouw kan. Ik kan niet tegen onrecht en wil net zoveel mogelijkheden hebben als de buurman, net zo veel rechten en net zo behandeld worden.

Want ja, het is soms moeilijk om sterk te blijven in een maatschappij die nog altijd door mannen wordt gedomineerd. Op de momenten dat ik me even niet zo empowered voel, denk ik altijd aan de vele feministen die me voor gingen. Die zich sterk maakten voor belangrijke zaken zoals het kiesrecht voor vrouwen en het recht op abortus.

Flut feminist

Kijkend naar waar zij bereikten, voel ik me soms een beetje een flut feminist. Ik roep een hoop en ja, ik probeer ook een hoop te doen om verandering teweeg te brengen. Al lukt dat me niet altijd en als ik heel eerlijk ben, dan kies ik er zelfs soms op bepaalde momenten voor wel of niet een feminist te zijn. Misschien ben ik geen flut, maar eerder een flexi feminist. Zoals je ook flexitariër kan zijn.

En ik vraag me af of dat erg is. Want zijn we niet allemaal een flexi feminist?

Mannen nodig

Laat ik vooropstellen: ik ben geen mannenhater. Als ik tegen een man zeg dat ik een feminist ben, dan is dat toch altijd vaak het eerste wat ze zeggen. Sterker nog, ik heb mannen nodig in mijn leven. Maar dat is ook waar feminisme om draait in mijn ogen: niet het andere geslacht afzwakken, maar juist strijden voor meer gelijkheid. We hebben elkaar nodig om de wereld mooier te maken.

Al is het lastig strijden als je eigenlijk het gevecht begint terwijl je met -10 achter staat. Dat is dan ook mijn antwoord op mannen die claimen dat ‘het nu toch allemaal goed geregeld is?’ en dat ‘vrouwen anno 2019 niet mogen klagen’. Daar ben ik het vurig mee oneens. Zolang ik nog wordt nagesist op straat, wordt betutteld en vrouwen minder verdienen, zijn we er nog lang niet.

Ja, die feministen tegen wie ik opkijk, hebben al een hoop voor elkaar gekregen, maar er is ook nog genoeg te bereiken. Waar sommige zaken voor mannen vanzelfsprekend zijn, moeten wij de straten op met borden in ons hand om onze stem te laten horen. Dan worden we neergezet als een boos volkje, maar als je onrecht wordt aangedaan, hoe kun je dan niet boos zijn?

Even niet boos

Maar heel soms, heel soms wil ik even niet boos zijn. Dan wil ik de wereld weer zien door mijn roze, vrolijke bril waar ik vroeger als kind doorheen keek. Want ja, feministen dragen heus wel roze (hulde trouwens voor het nieuwe boek: ‘Feminsten dragen geen roze‘) en de wereld zien door een filter kan helpen de dingen te bekijken in een ander daglicht. En soms heb ik even geen zin om de feministische vlag uit te hangen. Omdat het vermoeiend is om altijd de discussie aan te gaan of wanneer ik mezelf betrap dat ik in een vicieuze, kritische cirkel ben belandt en ik eigenlijk 24/7 boos op de hele wereld kan zijn.

Dus ja, ik kan niet boos worden als een man de deur voor me openhoudt. Of als ik wordt nagefloten op straat als ik me heel zelfverzekerd voel die dag. Hoe onafhankelijk ik als ‘sterke vrouw’ ook ben, als ik toevallig mijn roze bril op heb die dag, dan bedank ik vriendelijk en denk ik aan hoe fijn het is als iedereen soms wat liever voor elkaar is in deze wereld.

Alle kleine beetjes

Misschien is dat het wel, moet ik als feminist juist ook wat liever zijn voor mezelf. Dat het niet erg is dat ik nog geen plekje in de geschiedenisboeken krijg zoals De Grote Feministen, dat het niet erg is dat ik soms even de strijdbijl begraaf en dat het oké is als ik niet het antwoord weet op grote feministische vraagstukken.

Ik ben enorm gegroeid als ik even terugblik op mijn jonge naïeve ik. Al valt er nog veel te leren. Maar zoals het Moeder Natuur helpt wanneer mensen minder vlees eten, al is het maar voor een paar dagen in de week, zo help ik de wereld door mijn best te doen door die feministische vlag met die roze bril af te wisselen. Alle kleine beetjes helpen, toch?

 

 

Laatste reactie
0 reacties totaal
Nog geen reacties
Praat mee op het forum

Ontvang de leukste artikelen in jouw inbox

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang de best gelezen artikelen over je leven als vriendin, partner, moeder en overall powervrouw in je mailbox.

Reageer op artikel:
‘Ik ben een ‘flexi feminist’ en ik weet niet of dat erg is’
Sluiten