‘Ik schaamde me dood. Wáárom kon ik niet van mijn kindje genieten?’

Persoonlijk

Het kamertje was af, de mini-kleertjes maat 50 gewassen en gestreken en ze ging trouw naar zwangerschapsyoga. Vol verwachting keek ze uit naar de komst van haar kleintje. Maar na de geboorte van haar dochtertje veranderde alles. Tilda Timmers (34) kreeg twee jaar geleden een postnatale depressie. Ze wist hieruit te komen én besloot anderen te helpen.

‘Dolblij was ik toen ik zwanger bleek te zijn. Mijn man en ik hadden er best een tijdje over gedaan om zwanger te raken, dus ik was in de wolken toen ik de positieve test in mijn handen hield. De zwangerschap verliep perfect, tot de 22ste week. Mijn oma overleed, heel plotseling. Zij was ontzettend belangrijk voor mij, als een tweede moeder. Ze was nog zo vitaal en keek er ontzettend naar uit om overgrootmoeder te worden, en plots was ze er niet meer. In die periode lagen rouw en geluk heel dicht bij elkaar. Ik wilde de dood van mijn oma snel een plekje geven zodat ik optimaal van mijn dochter kon genieten als zij geboren zou zijn, maar achteraf heb ik dat te veel geforceerd. Want zo makkelijk werkt dat natuurlijk niet, je kunt niet zomaar een knop omzetten en geen verdriet meer hebben.’

Extreem onzeker

‘De bevalling was pittig, en ik was vooral opgelucht toen die erop zat. Ik was wel blij met mijn dochtertje Livia, maar een gevoel van verdriet en onzekerheid overheerste. Al na vier dagen merkte ik: dit zit niet goed. Ik blééf maar huilen. Mijn omgeving suste mij, ze zeiden dat het kraamtranen waren. Maar diep van binnen voelde ik dat het mis was. Ik was doodsbang dat Livia iets zou overkomen door mijn toedoen. Ik was extreem onzeker en vergeleek mezelf continu met andere moeders. Het moederschap leek hen zo makkelijk af te gaan. Hoe déden ze dat?! Dit waren geen normale twijfels die iedere kersverse moeder heeft. Ik kon mijn gedachtes niet meer filteren of relativeren, alles kwam keihard bij mij binnen.’

‘Ik kreeg last van dwanggedachtes. Dan liep ik met de kinderwagen over een bruggetje, en dacht ik: als ik nu loslaat, is ze dood. Of ik zag voor me hoe ik een mes in mijn baby stak. Totáál niet wat ik wilde, er is nooit een moment geweest dat ik haar iets wilde aandoen. Maar deze gekke fantasieën maakten mij doodsbang. Ik kreeg ze niet meer uit mijn hoofd, ze werden juist steeds groter en donkerder. Het ging van kwaad tot erger en ik durfde er met niemand over te praten. Ik schaamde me dood en was bang dat ze me zouden opsluiten als ik eerlijk vertelde wat er in mijn hoofd omging. Waarom kon ik niet gewoon van mijn kind genieten? Soms dacht ik: was ik maar dood, dan hoef ik me niet meer zo ellendig te voelen. Want ik was ervan overtuigd dat ik de slechtste moeder ter wereld was. Mijn vriendinnen ging ik ontlopen en ik kwam amper de deur nog uit. Ik had nergens meer zin in. Door me af te sluiten van de buitenwereld, probeerde ik me veilig te voelen.’

In vertrouwen nemen

‘Op een dag belde mijn beste vriendin: ‘Volgens mij gaat het helemaal niet goed met jou,’ zei ze. Ik brak in duizend stukjes. Twee uur lang zat ik met haar aan de telefoon. Eindelijk liet ik mijn masker zakken. Ook haar durfde ik niets te vertellen over mijn dwanggedachtes, maar ze moedigde me wel aan om eerlijk te zijn tegen mijn psycholoog. Inmiddels had ik namelijk al wel hulp gezocht, maar ik stond nog op een wachtlijst. Uiteindelijk trof ik een fantastische therapeut. Na een paar sessies durfde ik haar in vertrouwen te nemen over mijn donkere gedachtes. ‘Lieve meid, had dat eerder gezegd,’ zei ze. Ze vertelde me dat iedereen weleens dit soort gekke dingen denkt. Zulke ‘intrusies’ zijn een manier van je brein om je bewust te maken van je verantwoordelijkheid en eventueel gevaar. Oftewel: je moet de kinderwagen niet in de gracht rijden, want dan verdrinkt je kind. En ik was me daar dus extreem van bewust. ‘O, dus ik ben eigenlijk een heel goede moeder omdat ik mijn kind zo graag wil beschermen?’ vroeg ik. Mijn psycholoog glimlachte. Toen dat kwartje eenmaal was gevallen, ging ik met sprongen vooruit. Alsof er een steen van twintig kilo van mijn borst werd getild. Eindelijk was er ruimte voor licht en geluk.’

Het roer omgooien

‘Mijn herstel duurde ongeveer een jaar. Toen ik depressief was, kon ik alleen maar dikke pillen vinden over postnatale depressie. Alsof je dan de energie hebt om je daar doorheen te worstelen! Ook herkende ik me helemaal niet in de info die ik kon vinden. Ik was geen doorgedraaide vrouw zoals in De Gelukkige Huisvrouw, die haar baby in een doos stopt. Ik had het heel anders ervaren, en volgens mij geldt dat voor veel vrouwen met een postnatale depressie. Ik werd me in deze periode bewuster van wat ik nou eigenlijk wilde in het leven. Ik was niet meer gelukkig met mijn baan als doktersassistente. Ik zegde mijn baan op en besloot mijn eigen boek over dit onderwerp te schrijven, laagdrempelig en praktisch, vol humor en tips. Momenteel zoek ik hier een uitgever voor. Ook liet ik me omscholen en richtte ik mijn eigen coachingpraktijk op, om andere moeders zonder roze wolk te kunnen helpen. Ik coach niet alleen moeders met een postnatale depressie, maar ook vrouwen die worstelen met het moederschap. Ik hoop het taboe op postnatale depressie te verbreken. En ik wil graag dat gynaecologen, verloskundigen en het consultatiebureau er meer alert op zijn. Dat ze niet alleen het vaste vragenlijstje afwerken maar écht goed doorvragen over hoe het met de moeder gaat. We zijn vaak zo hard voor onszelf. Maar je kiest niet voor een postnatale depressie, het overkomt je. Hopelijk worden vrouwen wat liever voor zichzelf. Dat verdienen we.’

Heb jij ervaring met een postnatale depressie? Vertel het ons!

Zo waar: ‘Als je zegt dat het moederschap zwaar is, ben je meteen een zuchtmoeder’. En hierbij 8 feiten die je manier van denken over depressie gaan veranderen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook