‘Ik vind het eigenlijk niet zo tof om dit via de telefoon te moeten doen…’

Roos 1 jul 2016 Columns

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 39 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 39 weken alsnog te vinden?

Column #11: Nog 39 weken

Leuke Canadezen ten spijt, als ik de volgende ochtend wakker word en met een glimlach terugdenk aan het zoenen op de dansvloer, dringt zich minstens zo snel het gezicht aan me op van de grote afwezige. Of ik lekker gedanst heb, vraagt ‘ie me een paar uur later.
‘Heerlijk gedanst!’ schrijf ik terug en het is niet eens gelogen. Maar het is ook niet de volledige waarheid en het feit dat ik vurig hoop dat hij niet verder vraagt zegt genoeg. Eigenlijk ben ik terug bij af. Hopend op zijn toenadering maar dan wel met een paar strafpunten op zak. Met een paar vriendinnen kom ik tot de conclusie dat het misschien beter is om dat hele vriendje-vriendinnetje stuk maar even te vergeten. Los van het toch wel enig schuldgevoel uitlokkende gegeven dat ik me daar bepaald niet naar gedragen heb, is het duidelijk dat ook hij daar niet zo van overtuigd is als hij eerder deed geloven.

‘Leuk,’ zegt hij, ‘tot straks.’

Dat gebrek aan overtuiging van zijn kant blijkt opnieuw op maandag wanneer hij (&€@#!*¡$¿!!) voor de tweede keer onze afspraak om te praten verzet. Naar woensdag dit keer. En op woensdag heeft hij toch weer veel last van zijn buik, of we misschien zondag af kunnen spreken. Ik houd me rustig, zit in mijn ‘ja en amen’-modus. ‘Ja’, want wie ben ik om nu commentaar te gaan leveren, ‘amen’, wat ik ook doe, als ik hem maar niet het gevoel geef hem te beknellen. Dan is het zondag. We appen nog even over de precieze tijd dat ik bij hem zal zijn. Gespannen tel ik de uren af. De telefoon gaat. Of hij echt niets hoeft te kopen voor het avondeten. Ik heb aangeboden voor hem te komen koken, zodat hij met zijn buikpijn even rustig op de bank kan blijven zitten. Alles staat al klaar.
‘Leuk,’ zegt hij, ‘tot straks.’

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Dan antwoordt hij, haperend, zoekend

Een half uur later licht zijn naam opnieuw op in mijn scherm. Verrast neem ik op.
‘Het spijt me, vanavond is denk ik toch niet zo’n goed idee, ik wil liever alleen zijn.’
En dan is mijn geduld op.
‘Kun je me dan in ieder geval vertellen waarom je voor de vierde keer in anderhalve week onze afspraak afzegt?’ Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Dan antwoordt hij, haperend, zoekend.
‘Ik vind het eigenlijk niet zo tof om dit via de telefoon te moeten doen…’ (Je had vier kansen om me live te spreken, eikel!) ‘…maar ehm, de vonk is er niet meer. Het was er wel, in het begin, maar toen met dat gesprek maakte je het opeens zo serieus, terwijl ik je gewoon rustig wilde leren kennen.’
‘Hoe bedoel je?’ zeg ik, ‘Jij bent toch degene die opeens tussen neus en lippen door verkondigde dat ik je vriendinnetje was en mijn ouders wilde gaan ontmoeten?’.
‘Misschien heb ik daarmee een verkeerde indruk gewekt.’
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Hoor mijn stem trillen als ik hem bedank voor zijn eerlijkheid. Te verbouwereerd om boos te zijn. Terwijl ik het eigenlijk van mijlen ver had kunnen zien aankomen.

Als ik ophang staar ik minutenlang wezenloos voor me uit. Ik open mijn rugzak en zet alles dat klaarstond voor een avondje tortilla’s terug in de koelkast. Pas als Karel op schoot springt en spinnend zijn natte neus met kriebelende snorharen in mijn gezicht duwt, komen de tranen.

Wil je reageren op deze column? Dat kan hier!

‘Op mijn rug voel ik de hand van deze vakantieganger die me influistert hoe leuk ik ben’ Lees de vorige column van Roos >

Reageer op artikel:
‘Ik vind het eigenlijk niet zo tof om dit via de telefoon te moeten doen…’
Sluiten