16 x dit herken je alleen als je in de stad woont terwijl je in de provincie opgroeide

Waarom doet iedereen toch zo raar over achterom komen?

Kids

Vroeger, en dan spreek ik dik tien jaar geleden, vond ik ‘de stad’ doodeng. Amsterdammers leken me afstandelijke types die op zichzelf leefden en helemaal niet zaten te wachten op nieuwe vrienden – zeker niet als die vrienden in de provincie zijn opgegroeid. 

Paniekstuip

Ik, een ooit best wel verlegen meisje uit Drenthe, vond mijn eerste stappen in de hoofdstad dan ook maar wat intimiderend. Zodra ik een stap moest zetten in openbaar vervoer wat niét een trein was, schoot ik al in een paniekstuip. Ik was om de haverklap de weg kwijt en als ik dan de moed had verzameld iemand aan te spreken om de weg te vragen, werd ik genadeloos genegeerd. Waarschijnlijk had degene in kwestie me niet eens gehoord omdat ik het zo zachtjes vroeg, maar voor mij was het reden genoeg om vanaf dat moment alle Amsterdammers per definitie kut te vinden.

Randstad-kids

Het is uiteindelijk allemaal goedgekomen #wereldmeid. Maar wij provincialen hebben net iets harder moeten werken om ons hier thuis te voelen dan al die gebekte Randstad-kids. Onderstaande dingen herken je vast ook als je bent opgegroeid op het platteland en naar de stad bent verhuisd.

1. Je kent alle winkeleigenaren uit de buurt bij naam en groet ze als je ze in het wild tegenkomt – ook al wordt die hartelijke groet niet altijd even enthousiast beantwoordt (lees: een paniekerige blik die koortsachtig alle kanten op schiet omdat ze nagaan waar ze je in vredesnaam van moeten kennen).

2. Je praat met ie-de-reen. Heel gezellig, ware het niet dat jouw amicale geklets meer dan eens wordt aangezien voor flirten. Met alle ongemakkelijke gevolgen van dien.

3. Als je uit de stadsbus of tram stapt zwaai je altijd naar de chauffeur, ook al wil die man alleen maar dat je je zo snel mogelijk uit de voeten maakt.

4. Trams wennen nooit. Ze doemen altijd uit het niets op en weet zeker dat je ooit jammerlijk aan je eind komt doordat je met je fiets in een tramrail blijft hangen.

5. Je vindt het heerlijk dat een snelle boodschap in de stad ook echt een snelle boodschap is omdat je onderweg niet 237346 bekenden tegenkomt. Bekenden die in het dorp ook alle tijd hebben en nemen om je uitgebreid bij te praten, waar het in de stad hoogstens blijft bij een ‘snel even koffie doen!’ (En nee: die koffie komt er natuurlijk nooit).

6. Je hebt een stamkroeg waar je eigenlijk alleen komt omdat je het zo gezellig vindt dat ze je naam kennen.

7. Wanneer mensen vragen waar je vandaan komt, zeg je alleen de provincienaam of de naam van de dichtstbijzijnde stad omdat de naam van het dorp alleen maar meer vragen oproept. ‘Barger-Erfafscheidenveen?! Ligt dat in Nederland? Kun je daar komen zonder inentingen?’

8. Net als dat iedereen denkt dat je bent opgegroeid in een zuipkeet, het woord ‘comazuipen’ hebt uitgevonden en je al je stadsvrienden met de hand op het hart moest beloven ze mee te nemen naar de jaarlijkse feestweek.

9. Hoe dol je ook bent op de stad; je wordt soms poepchagrijnig van het feit dat je altijd minstens een halfuur moet rijden voordat je iets wat lijkt op natuur om je heen hebt.

10. Je begrijpt niet waarom je vriendinnen hysterisch worden als ze een muis zien in hun Amsterdamse grachtenpand. Jij hebt vroeger uren dooie muizen ontleed door er met takjes in te porren.

11. Vrienden vinden het hoogst irritant dat jij altijd ‘achterom komt’ terwijl jij het heel afstandelijk vindt om aan te bellen.

12. Je bent in de eerste jaren in de stad zo vaak de huissleutel vergeten omdat er vroeger altijd wel eentje onder de bloempot lag (als de deur überhaupt al op slot zat) dat je geliefde je smeekt alsjeblieft een ketting met een sleutel om je nek te hangen als je uitgaat.

13. Je hebt geen enkel benul hoe je moet fileparkeren omdat er geen sprake was van files dan wel parkeerproblemen in het dorp waar jij je rijbewijs hebt gehaald.

14. Je vindt het sowieso nogal een grap dat het rijbewijs dat je in Oostknollendam hebt gehaald ook geldig is in Rotterdam. Je reist nog liever met paard en wagen van Maastricht naar Groningen dan dat je door de binnenstad moet navigeren.

15. Vroeger fietste je zonder mokken een uur door slagregens en rukwinden naar de middelbare school, nu vind je de gedachte dat je je naar de andere kant van de stad moet begeven alleen al een doodvermoeiende exercitie.

16. Voor je familie ben je sinds je niet meer ieder weekend terugkeert toch een beetje die arrogante stadsmeid geworden terwijl je voor je man nog steeds de provinciaal bent wanneer hij je wederom net op tijd voor een naderende tram wegplukt.