Susannah: ‘Drie dagen nadat ik was bevallen, werd mijn oudste zoontje begraven’

Persoonlijk

Susannah (36) was dolgelukkig met haar man en twee zoontjes Arend en Emile. Toen ze 39 weken zwanger was van haar derde kindje, werd Arend ineens doodziek. Na een kort ziektebed overleed hij toen hij vijf was. Vier dagen na zijn dood werd zijn jongste broertje Olaf geboren. 

Susannah: ‘Arend was ongeveer drie weken grieperig. Hij lag op de bank en had koorts, nauwelijks eetlust en geen puf om te spelen. Ik ben niet bang aangelegd en vind dat ziek zijn erbij hoort. Ik verzorgde Arend zo goed ik kon, zorgde dat hij genoeg vocht binnenkreeg en liet hem veel slapen. Toen hij ging schreeuwen van de pijn, is mijn man met hem naar de huisartsenpost gegaan. Daar constateerden ze een dubbele oorontsteking, maar verder niets. Ik heb die oorontstekingen alternatief behandeld en toen we twee dagen later bij de huisarts zaten, waren die ontstekingen weg. Arend vond het vreselijk om onderzocht te worden, dus hij gilde moord en brand en sloeg de dokter van zich af. De arts vermoedde gewoon een griep die wat lang duurde en omdat hij er zo’n last van had, gingen we akkoord met een antibioticakuur. Die hebben we een kleine week gegeven, maar er veranderde niet veel.’

Hartaanval

‘Ik was 39 weken en 4 dagen zwanger toen ik naast hem zat op de bank. Om mij te ondersteunen in de zorg voor Arend was zijn peetmoeder, een goede vriendin van ons, met haar dochtertje bij ons in huis. Ze zette thee en we kletsten wat. Arend knabbelde op een crackertje en kletste ook gezellig mee. Toen viel hij in slaap. Mijn vriendin zei nog: ‘Hé, toch fijn dat hij wel goed slaapt nu hij zo ziek is…’ Ik beaamde dat. Op dat moment kreeg hij een hartaanval. Ik zag hoe hij z’n ogen wegdraaiden, z’n rug krom naar achteren trok en hoe in seconden tijd z’n wangen nog bleker werden en z’n lipjes blauw kleurden. Instinctief ben ik opgesprongen, tilde ik hem in no-time naar de gang en legde hem daar op de grond om hem te reanimeren. Als gastouder ben je verplicht jaarlijks je EHBO bij te houden en dat doe ik al sinds 2009. Zonder nadenken paste ik alles toe wat ik wist. ‘Hoofd licht achterover gekanteld, kijken, luisteren, voelen naar adem, niks waar te nemen, beademen. Twee keer beademen, vijftien keer masseren. Pompen, pompen, Tellen. In het ritme. En ik dacht natuurlijk alleen maar: Arend! Kom terug alsjeblieft! Niet opgeven, niet opgeven.’

‘Daar lag mijn mooie kind. Dood.

Mijn mooie Arend

‘Toen de ambulancebroeders het van me overnamen, en ik naar de huiskamer liep, stortte ik in. Ik huilde en huilde en ondertussen knuffelde ik mijn vriendin en Emile, die toen 2 was en overal naast had gestaan. Ondertussen ging het reanimeren in de hal door en besloten ze om Arend met een brancard naar de ambulance te brengen. In het ziekenhuis wilden mijn man Mark en ik niet bij Arend komen. Het is heel erg heftig om je kind gereanimeerd te zien worden, want het ziet er erg gewelddadig uit. Toen kwam de arts ons halen met de mededeling: ‘We willen dat jullie erbij komen want het gaat niet goed met Arend.’ We gingen de kamer in. Klopt z’n hart alweer?!, schreeuwde ik. De kinderarts, een oudere man, kwam voor me staan en keek me recht in de ogen: ‘Nee, en dat gaat ook niet meer kloppen.’ Het voelde als een messteek. Ik zag de pleisters, de buisjes en de infusen. ‘Kan dit dan nu allemaal weg, alsjeblieft?’ kon ik kalm vragen. Direct haalden de artsen eromheen alles van zijn lijfje af. Daar lag mijn mooie kind. Dood. En ik stond daar maar, hoogzwanger. Ik huilde even heel intens, m’n handen om z’n hoofd m’n gezicht in zijn nekje. Ik zag hoe Mark naast me stond en niet wist wat hij moest doen. Ik legde een arm om hem heen en keek hem aan: ‘Mark, wij kunnen dit. We blijven samen en we slaan er ons doorheen.’ Ik heb nog steeds geen idee waarom ik dat toen al kon zeggen.’

Olaf

‘Vier dagen na de dood van Arend werd onze zoon Olaf geboren. Het was een heel mooie bevalling, mooier dan ik me had kunnen wensen. Ik heb Olaf zelf opgevangen en na een uur of twee zelf de navelstreng doorgeknipt. Al die tijd lag hij in mijn armen. Een tevreden kleine buddha-baby. Lekker mollig en vol kracht. Alsof hij met z’n hele lijfje zei: maak je om mij maar geen zorgen. Na zijn geboorte waren we nog drie dagen met z’n vijven in huis. De begrafenis was geregeld en Arend lag opgebaard op z’n bedje, in een zee van bloemen. Elke nacht als ik Olaf had gevoed, liep langzaam – ik was namelijk net bevallen – de trap af naar de kinderkamer. Ik ging bij Arend zitten en vertelde hem hoe lief zijn kleine broer ons troostte. Het waren de mooiste en meest intense dagen van mijn leven. Alle mensen die in ons huis kwamen, tientallen per dag, die naar Arend kwamen kijken en daarna naar Olaf, brachten liefde mee. Ik zat daar als een koningin, zo voelde ik me soms. Ik had een mooie baby die sabbelde en pruttelde, mijn lieve Mark, de altijd-opgewekte Emile en mijn liefdevolle familie en dierbare vriendengroep. Alles werd verzorgd en iedereen was dichtbij. Dat was enorm helend.’

Nog eventjes samen…

Huis voor levenden

‘Mark en ik zijn altijd hecht geweest en ook na de dood van Arend zijn we dichtbij elkaar gebleven. Bij elke beslissing keken we naar elkaar en wisten we wat we moesten doen. We wilden bijvoorbeeld niet dat de artsen na Arends dood nog sectie zouden doen. Allebei voelden we direct aan: ‘Laat zijn lijf met rust en a niet in hem snijden, we krijgen hem er toch niet mee terug.’ Een paar dagen na de begrafenis kwam er een goede vriendin die met Mark en mijn zusje alle spullen die echt van Arend waren hebben opgeruimd. Ze hebben het hele huis met salie uitgerookt om de dood het huis uit te jagen. De speelvlonder die echt voor Arend was geweest, was meteen van Emile. Mark maakte een houten kistje waar we zijn tekeningen en alle rouwkaarten, maar ook zijn geboortepapieren nu in bewaren. We voelden meteen: het huis is voor de levenden. Hier leven wij, en daar gaan we gewoon mee verder; we wilden geen museum met de dingen die hij nog had aangeraakt. Zo nu en dan haal ik een trui tevoorschijn die Emile nu past. Dat is altijd weer even een scherpe pijn én een golf van liefde in één.’

Ik realiseerde me hoe belangrijk het is om alles wat we voelden en dachten te erkennen en ruimte te geven.

Groot gezin

‘Mark en ik hebben samen gekozen voor een groot gezin en die wens is niet veranderd. Ik ben nu zwanger van ons vierde kind en we hebben nog een wens voor een vijfde. Voor mijn moederschap betekent het vooral dat ik er nu veel bewuster in sta. Ik geniet meer dan tevoren van mijn kinderen, van de liefde die ze uitstralen, van de leuke dingen samen, van hoe ze zich ontwikkelen. Maar net zo goed ook van het opvoeden van kleine kinderen, dat gepaard gaat met frustraties zo nu en dan. De opvoeding is niet veranderd: we zeggen misschien wel iets vaker dat we van onze kinderen houden en we gaan ook wel iets sneller naar de huisarts als we twijfelen. Maar verder is het net als daarvoor. We zijn heel erg gelukkig samen.’

Nieuwe levensvreugde

‘Een maand na Arends overlijden vertrokken we voor 2,5 maand met ons camperbusje naar Scandinavië. Tien weken lang hadden we bijna alleen elkaar om mee te praten. Ik had ook een hele stapel boeken meegenomen over rouwverwerking, want ik wilde begrijpen wat ik meemaakte. In die tijd ging ik me realiseren hoe belangrijk het is om alles wat we voelden en dachten te erkennen en ruimte te geven. Om dat wat er was er ook echt te laten zijn. Niks verstoppen, niks binnenhouden. In de boeken las ik over hoe vaak ouders die een kind verliezen uit elkaar gaan. De ene ouder klampt zich vast aan het verleden en de ander wil juist door met het leven. Ik vertelde dat aan Mark en we besloten heel bewust dat dat niet mocht gebeuren. We zouden naar elkaar luisteren zonder elkaar te veroordelen. We mochten Arend zowel gedenken, herinneringen ophalen, huilen, maar vooral praten over wat we in de toekomst wilden. Ik ervoer in die periode hoe krachtig dat was. Het gaf ons nieuwe levensvreugde én energie. Nu gaat die energie naar mijn beroep als moedercoach. Een coach voor ouders die worstelen met het ouderschap. Ik schrijf veel stukken over uiteenlopende onderwerpen van het ouderschap en opgroeiende kinderen. Eén dag in de week voer ik coachgesprekken, wandelend in de natuur.’

Met de camper door Scandinavië

Dankbaar

‘Binnenkort zijn we – net als toen Arend er nog was – weer met zijn vijven. Ik weet nu wel heel goed dat het zomaar  ineens afgelopen kan zijn. Toch zijn het twijfels die enkel en alleen in mijn hoofd zitten en niet in mijn hart bestaan. Ik geloof in reïncarnatie en daarmee in een geestelijke wereld waar wij als ziel allemaal vandaan komen en allemaal weer naar terugkeren. Na Arends dood gebeurde er zo waanzinnig veel moois om ons heen. Onze familie, vrienden en de school waar we toen allebei nog werkten, financierden samen de begrafenis, zorgden voor ons eten en steunden ons waar het kon. Dat had niet alleen veel effect op ons als gezin. Ook binnen andere gezinnen ontstond een enorme hechte band omdat iedereen die daarin zat collectief plotseling weer begreep hoe kostbaar het leven is. Als ik me dit allemaal bedenk, is de angst dat het weer mis zal gaan weer weg. Het was Arends verhaal, niet het verhaal van Emile of Olaf of het kindje dat nu komt. We houden van het leven, mede dankzij Arend’s dood. Hoe gek dat ook klinkt; hij heeft mij heel veel levenslust bijgebracht door zo jong te gaan. Ik heb nog zoveel om iedere dag diep dankbaar voor te zijn.’

Emile en Olaf