Je kind loslaten is soms moeilijk, maar wel heel effectief

Kids

Ouders die hun kind het liefst zouden chippen of met een drone naar school volgen. Die toegang eisen tot hun telefoon en Facebook-account, ze bestaan. Helikopterouders worden ze genoemd en ze kunnen misschien beter een stapje terug doen, zo blijkt.

Willy Alberti zong het al: ‘Niemand laat zijn eigen kind alleen. Je bouwt het liefst een muurtje om haar heen.’ Maar wat Willy niet wist, en wij wel, is dat er – en misschien wel met de beste bedoelingen – daadwerkelijk ouders zijn die muurtjes bouwen. Virtuele muurtjes waarbinnen ze elke stap van hun kind vanaf hun smartphone kunnen controleren.

Gechipt

Alleen naar school fietsen was er voor Amber (11) niet bij. Veel te gevaarlijk vond haar moeder. Tot ze op een dag naar de middelbare school ging en haar moeder haar alleen naar de andere kant van de stad moest laten fietsen. Gek werd ze bij het idee dat haar kind door het Amsterdamse verkeer moest. En terecht, want het meisje had nooit eerder alleen gefietst en ineens moest ze de drukste wegen oversteken. Daarom plaatste haar moeder een chip in Ambers rugzak waardoor ze haar tocht door de stad vanaf haar telefoon kon volgen.

Mee leren omgaan

Hoe kwetsbaarder je kind, hoe meer gevaren je als ouder ziet. Ze kunnen verdwalen, struikelen of aangereden worden. Overal lopen honden die kunnen bijten en in elk portiek kan een kinderlokker staan. Toch moeten kinderen leren met die gevaren om te gaan. En die gevaren verdwijnen nooit, want ze groeien mee met je kind. Zijn ze eenmaal zo groot dat ze hun eigen weg gaan, dan zijn er te hard rijdende taxi’s, vrachtwagens met rondom dode hoeken en XTC-verkopers met vervuilde pillen.

Kasplantje

De Amerikaanse journaliste Alissa Quart schreef tien jaar geleden al een boek over ‘extreme parenting’: ouders die zich extreem bemoeien met de opvoeding en hun kind als een botanisch kasplantje behandelen. Deze helikopterouders zijn intensief betrokken bij het leven van hun kind, hoe oud het ook is. Ze nemen belangrijke beslissingen voor hun kinderen, lossen hun problemen voor hen op en mengen zich snel in conflicten die het kind heeft.

Omgaan met gevaar

Denk aan de overbezorgde zandbakmoeder die zichzelf in de strijd gooit zodra twee peuters met zand gaan gooien of als menselijk vangnet onder het klimrek blijft staan. Natuurlijk is het doodeng, de gedachte dat je kind naar beneden kukelt, maar kinderen moeten juist leren omgaan met gevaar. In bomen klimmen, met messen spelen en vuurtjes kunnen stoken zonder dat hun ouders er met een blusdekentje naast staan.

Vallen

Kinderen hebben ruimte nodig om gevaarlijke dingen uit te proberen. De Noorse professor Ellen Beate spreekt zich fel uit tegen overbeschermende ouders die hun kinderen ervan weerhouden om vies te worden, te vallen of te verdwalen. Volgens Beate hebben kinderen angstige spanning nodig. Ze heeft een indeling gemaakt van de gevaren die elk kind moet meemaken (zie kader). Ze moeten leren omgaan met gevaar, of beter gezegd de dreiging van gevaar.

Engerd uit de bosjes

Hebben we vroeger niet allemaal in bouwputten gespeeld, onze knieën tot bloedens toe opengehaald en tot na zonsondergang over straat gezworven? Een bevriende en een tikje bezorgde journaliste wijst me erop dat de stad vroeger minder druk was en er geen pedofielen rondliepen. Dat laatste is sowieso niet waar. Seksueel misbruik komt vaker voor door een semi-bekende dan door een engerd die uit de bosjes springt. Ook is het bekend dat kinderen thuis meer gevaar lopen om te vallen of zichzelf te verwonden dan buitenshuis. Meer dan een half miljoen kinderen belandt jaarlijks op de Eerste Hulp met sportletsel. Voor geen enkele ouder een reden om een kind niet meer te laten sporten.

Loslaten

Maar de angst van de overbezorgde ouders is helemaal niet te temperen met statistieken. Het is een irreële angst. Angst om je kind los te laten. De angst voor de beelden in je hoofd bij wat er allemaal zou kunnen gebeuren als het met dat kleine fietsje de grote boze buitenwereld in gaat.

Autonomie

De Amerikaanse antropoloog Barry Hewlett ontdekte dat Aka-Pygmeeën in de rustperiodes tijdens de jacht hun bijlen, speren en messen aan de kinderen geven om mee te spelen. De Aka behoren bij de laatste jagers-verzamelaars ter wereld en Hewlett volgt ze al decennia lang. Opvallend vindt hij hoe Aka-ouders hun kinderen de hele dag door dingen leren. Veertig procent van de tijd laten ze hun kinderen zien hoe je gereedschappen gebruikt, touwen knoopt of een vuur stookt waarna ze hun kinderen de gelegenheid geven hen na te doen. Autonomie is volgens Hewlett de beste manier om kinderen dingen te laten leren. Of zoals peuters zeggen: ‘zelluf doen.’

Niet buiten spelen

Vrij buiten spelen, zonder ouders die toekijken of ingrijpen, is niet alleen goed voor de motorische ontwikkeling, maar ze leren ook conflicten oplossen, onderhandelen en hoe ze zelf problemen kunnen oplossen. Ze leren compromissen sluiten, samenwerken en met elkaar in competitie te gaan. Vaardigheden die voor onze toekomstige kantoorkinderen net zo belangrijk zijn als het villen van een hert voor een pygmeekind. Toch speelt een op de vijf Nederlandse kinderen tussen de 6 en 12 niet meer dan een keer per week buiten, blijkt uit onderzoek van Jantje Beton.

Manon Sikkel is journalist, psycholoog, kinderboekenschrijver en moeder van drie kinderen

Lees ook: ruzie maken is goed voor je relatie, maar dan moet je het wel zó doen

Meer leuke content? Like ons op Facebook