Roos: ‘Heb ik hier een mama aan de telefoon? Ik glunder van oor tot oor’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 7 weken is ze waarschijnlijk aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in minstens zeven weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: terug naar minstens 7 weken 

Huidige dates: Raoul
Mogelijke zaaddonoren: Floris

Aantal zwangere vriendinnen: 4


Bijna 39 weken zwanger is ze nu, mijn lieve vriendin die nooit echt warm leek te lopen voor een kindje. Zwangerschapsdiabetes heeft enigszins roet in het eten gegooid en daarom wordt ze morgen vervroegd ingeleid. ‘Heb je even tijd?’ appt ze me. ‘Ik weet niet of ik wel ingeleid wil worden.’ Ik ben blij dit soort belangrijke gesprekken gewoon met elkaar te kunnen voeren, ondanks de steen in mijn maag wanneer ik geconfronteerd wordt met het thema zwangerschap. Er zijn momenten waarop half Stonehenge zich in mijn ingewanden genesteld lijkt te hebben, maar vandaag is het gelukkig alleen een klein kiezelsteentje, dat ergens op de achtergrond een beetje tegen mijn maagwand aan schuurt terwijl we aan de telefoon haar twijfels onderzoeken.

Weerstand

Weer een berichtje. Van David. David de donor die toch geen donor werd. In het telefoontje waarin hij zich definitief terugtrok, spraken we af elkaar nog een keer te gaan zien om die bijzondere periode van exploreren niet telefonisch af te hoeven sluiten. Of ik deze week tijd heb, vraagt hij. Ik voel weerstand van binnen. Nu ik een eerste gesprek met Floris achter de rug heb, zie ik het opeens een stuk minder zitten om David nog een keer te zien. Ik spreek mezelf streng toe. Niet piepen, Roos, even de schouders eronder en dit netjes afronden.

Zijn jeugdige enthousiasme en optimisme hebben plaats gemaakt voor een zichtbaar zwarte donkere wolk

Als ik de volgende ochtend de zo bekende hotellobby binnenkom, lijkt alles een beetje zijn eerdere glans te hebben verloren. Maar David nog het meest. Zwijgend zit hij voor me, zijn hoofd wat gebogen. Het gaat niet zo goed met hem. De depressieve gevoelens waar hij zo voor vreesde hebben zich in de afgelopen weken alweer meester van hem gemaakt. In de ochtend valt het hem zwaar zijn bed uit te komen en de negatieve gedachten hebben de overhand genomen. Zijn jeugdige enthousiasme, zijn spitsvondigheid en zijn optimisme hebben plaats gemaakt voor een zichtbaar zwarte donkere wolk. Ook ik ken die wolk, al is het jaren terug dat hij boven me hing.

Het is goed zo

Ik heb het met David te doen en ben tegelijkertijd zo onvoorstelbaar opgelucht dat we niet samen dit pad in zijn geslagen. ‘Ben je alweer verder gegaan?’ vraagt hij. Ik aarzel even. Eerder heb ik zulke intieme en persoonlijke dingen met hem gedeeld, maar nu ons contact een andere wending heeft genomen, wil ik mijn vervolgstappen eigenlijk voor mezelf houden. Ik deel in grote lijnen dat ik contact heb opgenomen met iemand anders en van hieruit weer verder zal gaan kijken. Hij gunt het me, maar het pijnlijke bewustzijn dat alleen het opstapje naar een mogelijk donorschap hem alweer terug in zijn depressie heeft geworpen, maakt de stiltes die in ons gesprek vallen om te snijden. Daar waar we eerder vier uur lang pratend door hebben gebracht, besluiten we vandaag al na een half uur om af te rekenen. Wat gezegd moest is gezegd. Het is goed zo.

‘Vliezen zijn doorgeprikt, dus ik ga aan het infuus. Het feest is begonnen’

Net als ik op de fiets terug naar huis wil stappen komt er een update uit het ziekenhuis binnen. ‘Ik zat al op 3 cm ontsluiting, dus het, ehm, feest is begonnen…’. ‘No way!’ roep ik uit, en een voorbijgaande fietser kijkt verbaasd mijn kant op. ‘Vliezen zijn doorgeprikt, ik ga aan het infuus. Telefoon gaat uit, je hoort van me!’ Stuiterend rijd ik naar huis. Om mijn enthousiasme toch met iemand te kunnen delen app ik Raoul, die sinds een aantal dagen voor zijn werk in China zit. Hij laat maar weinig van zich horen deze dagen en de romanticus in hem is ver te zoeken. Op een eerder bericht waarin ik zei het maar saai te vinden het weekend zonder hem te moeten doorbrengen, is hij überhaupt niet ingegaan en toen ik twee dagen later liet weten hem te willen zoenen was zijn antwoord simpelweg ‘Kus’. Ik hoop dat hij het gewoon druk heeft, maar ergens zit het me toch niet helemaal lekker.

Ook Floris is voor zijn werk in het buitenland en zie ik volgende week pas weer. Note to self: zowel voor dates als voor donoren in het vervolg kiezen uit de binnenlandsectie. Binnenlandsectie zonder al te uitgebreide psychische problematiek in de voorgeschiedenis, als het even kan.

Waanzinnig trots

’s Avonds zit ik met mijn moeder in een restaurantje voordat we samen naar het theater gaan. Mijn telefoon heb ik aan laten staan en nog voor het hoofdgerecht er is word ik gebeld. Ik gris mijn smartphone uit mijn tas. ‘Heb ik hier een mama aan de telefoon?’ Een opvallend opgewekte ‘ja’ komt me tegemoet. Ik glunder van oor tot oor. Wat ben ik waanzinnig trots op haar. Daar in dat ziekenhuis, een paar kilometer verderop, is één van mijn allerbeste vriendinnen bevallen van haar eerste kindje. Zij is gezond. Hij is gezond. En op dat moment, is er eindelijk, eindelijk even geen enkele steen op mijn maag te bekennen.

Heb je de column van vorige week gemist of een uit een andere week teruglezen? Hier vind je alle columns van Roos.

Meer Famme? Volg ons dan op Instagram!

Meer leuke content? Like ons op Facebook